Rampjaar
In de daaropvolgende eeuw breidde de wijnproductie zich steeds verder uit langs de rivier, richting de grens met Spanje. Zowel de groeiende lokale vraag als de Atlantische handel waren daarvan de oorzaak. Toen Franse wijnen na het rampjaar 1672 weer eens onbereikbaar werden vanwege de oorlog met Lodewijk XIV, weken de Hollandse handelaren dan ook al snel uit naar zuidelijker havensteden aan de Atlantische kust. Al eeuwen werd daar wijn verhandeld, wisten ze, hoewel de Franse wijnen inmiddels bekender waren. Volgens de Engelse wijnschrijver Hugh Johnson waren het de Hollanders die als eersten zelf wijnen in het achterland gingen halen, zonder de diensten van handelaren in Oporto te gebruiken. Zij, of hun vertegenwoordigers, bereikten in 1675 het klooster van Lamego en troffen daar goede, krachtige rode wijn aan. De wijngaarden van het klooster lagen rond Pinhão, ook nu nog een belangrijke stad in het gebied waar de wijngaarden voor port zich bevinden. Helaas geeft Johnson geen bronnen in zijn standaardwerk Het verhaal van wijn.Tekst loopt verder onder de afbeelding.
Lange zeereizen
Aan het eind van de zestiende eeuw werden ook de eerste schepen naar Azië uitgerust; wijn ging standaard mee aan boord. De VOC was daardoor een van de belangrijkste afnemers van wijn. Die wijn was in zijn staat van ‘slechts’ vergist sap van geperste druiven niet erg lang houdbaar. Na een paar maanden aan boord, onder de hete tropische zon, trad bederf snel in en bleef er azijn of zuur bocht over. Een van de oplossingen die handelaren bedachten was het versterken van wijn met alcohol van een veel hoger percentage: brandewijn. De brandewijn- of eau-de-vieproductie die in de zeventiende eeuw rondom Bordeaux en Nantes ontstond, is dan ook deels te verklaren uit die behoefte aan een middel om wijnen langer houdbaar te maken. Het distilleren van alcohol gebeurde al in de Middeleeuwen. Distillaten golden als medicijn, en je kon ze alleen via de apothekers verkrijgen. Aan het eind van de vijftiende eeuw werden gedistilleerde dranken ook langzaam consumptiegoed. Wie echter bedacht heeft dat de toevoeging van brandewijn aan wijn de houdbaarheid verlengt, is helaas onbekend.Gestopte fermentatie
Wijnalcohol werd dus in de loop van de zeventiende en achttiende eeuw toegevoegd aan wijn die uitgevoerd werd via Oporto – port – om de smaak te beïnvloeden en de houdbaarheid te vergroten. De alcohol werd meestal toegevoegd nadat de wijn al vergist was. Port zoals wij die nu kennen is echter een drank waaraan alcohol is toegevoegd tijdens de vergisting, niet erna. Door alcohol tijdens de vergisting toe te voegen, stopt de fermentatie vroegtijdig, omdat de gisten niet tegen het hoge alcoholpercentage kunnen. Het gevolg is een wijn waarin niet alle suikers vergist zijn, met een hoog alcoholpercentage en veel restsuiker. Het resultaat zijn zoete en krachtige wijnen, die dankzij hun lange houdbaarheid prima mee te nemen zijn tijdens zeereizen.Tekst loopt verder onder de afbeelding.
