• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 7/2015

    Pinochet verving een socialistisch sprookje door een neoliberale

    De Chileense Al Capone

    Door: Koen Vossen

    Met een staatsgreep beëindigde Augusto Pinochet in 1973 het socialistische sprookje van Salvador Allende. Vervolgens maakte hij van Chili het eerste laboratorium voor neoliberale experimenten. Zo groeide hij uit tot de favoriete vijand van links.

    Vóór 2001 behoorde 11 september toe aan Chili. Op 11 september 1973 reden Chileense tanks over de straten van Santiago, werd het presidentieel paleis beschoten en pleegde de regerende president Salvador Allende zelfmoord. Het is een dag die ook in Nederland bij menig zestigplusser in het geheugen gebeiteld staat.

    Hetzelfde geldt voor de eerste beelden van de nieuwe junta van de tot dan toe volstrekt onbekende generaal Augusto Pinochet Ugarte. Omringd door drie besnorde mannen in militair uniform staarde de nieuwe Chileense leider vanachter zijn zwarte zonnebril vervaarlijk naar de camera, de armen gedecideerd over elkaar geslagen. De grimmige blik verraadde welke bedoelingen Pinochet met zijn regeringsploeg had. Alle politieke partijen en vakbonden werden per direct verboden of aan banden gelegd, het parlement sloot de deuren en de pers kreeg te maken met een sterke censuur. De nationale politie arresteerde in de daaropvolgende weken zoveel mensen dat het nationale voetbalstadion in Santiago in gebruik werd genomen als openluchtgevangenis. Bijna tweeduizend Chilenen werden in de herfst van 1973 vermoord.

    Dat de putsch van Pinochet wereldwijd zoveel indruk maakte, hing vooral samen met het experiment waaraan deze op brute wijze een einde had gemaakt. In november 1970 was de socialist Salvador Allende democratisch aan de macht gekomen in het langgerekte Zuid-Amerikaanse land. De zachtmoedige arts met de zwarte hoornen bril kondigde direct aan dat hij een Chileense weg naar het socialisme wilde inslaan. Er kwamen betere sociale voorzieningen, hogere salarissen voor ambtenaren, een grootschalig plan voor landhervorming en tal van bedrijven werden genationaliseerd. Zo kwamen de door de Amerikaanse bedrijven Anaconda en Kennecott beheerde Chileense kopermijnen in handen van de Chileense staat. Tot grote woede van de Verenigde Staten weigerde Allende financiële compensatie te bieden; hij vond dat deze bedrijven in het verleden al genoeg hadden geprofiteerd van de Chileense bodem.

    Door zijn bereidheid de woede van de Amerikanen te trotseren en zijn hartverwarmende geloof in maakbaarheid werd Chili het gesprek van de dag in tal van Europese debatcentra, universiteitsmensa’s, studentenkerken en wereldwinkels. Uit de hele wereld kwamen linkse politici en intellectuelen naar Chili om met eigen ogen het Chileense experiment te aanschouwen en te luisteren naar de meeslepende Chileense volksmuziek van Víctor Jara, Rolando Alarcón en Ángel Parra.

    Een onverwachte putschist

    Aan dit fraaie sprookje had die luguber kijkende Pinochet met zijn militaristische boevenbende een einde gemaakt. Om het nog erger te maken staken al snel geruchten de kop op dat de coup was georkestreerd door de Amerikaanse CIA. Hoewel de Amerikaanse regering van Richard Nixon elke betrokkenheid ontkende, gaf Henry Kissinger, de minister van Buitenlandse Zaken, toe dat Pinochet ondanks alle repressie voor de Verenigde Staten een betere partner was dan Allende. Wereldwijd gold ‘Chili’ sindsdien als een van de beste argumenten voor een anti-Amerikaans standpunt.

    Op zondag zat Pinochet vooraan in de kerk samen met zijn vrouw en zes kinderen

    Als een stil protest tegen de cynische Amerikaanse Koude Oorlogspolitiek vernoemde menig progressief gemeentebestuur in de daaropvolgende jaren straten, pleinen en bruggen naar Salvador Allende. Dat eerbetoon ging overigens soms wat makkelijk voorbij aan enkele onvolkomenheden. Zo was Allende wel erg voortvarend aan de slag gegaan voor een president die in 1970 slechts 36 procent van de stemmen had gehaald. Met een grote mate van vrijgevigheid probeerde hij potentiële onvrede af te kopen: zelfs het leger kreeg extra geld toegestopt. Op korte termijn leidde dit beleid tot groot enthousiasme, op de iets langere termijn zorgde het echter vooral voor nog hogere verwachtingen en een gierende inflatie. Ook Allendes mensenkennis liet te wensen over. In augustus 1973 zocht en vond hij zijn nieuwe opperbevelhebber van het leger in de persoon van een beroepsmilitair uit Valparaiso: Augusto Pinochet…

    Dat Allende zich zo vergist had in Augusto Pinochet was welbeschouwd niet eens zo verwonderlijk. Niets wees er voor 1973 op dat in de 58 jaar oude officier een potentiële putschist schuilging, laat staan een toekomstige caudillo, een leider die zijn macht baseert op een netwerk van cliënten. Deze zoon van een kleine handelaar had tot dan toe het onopvallende leven van een militair in vredestijd geleid. Door de week gaf hij leiding aan militaire oefeningen of doceerde hij geopolitiek op de militaire academie, op zondag zat hij vooraan in de kerk samen met zijn vrouw en zes kinderen.

    Onder medeofficieren gold hij als ‘het type aan wie je vraagt om de jeep te halen’, zo karakteriseerde een medemilitair hem eens. Politieke zaken leken hem niet bovenmatig te boeien en aan samenzweringen deed hij niet mee. Pas op het allerlaatste moment had hij besloten zich aan te sluiten bij de putschisten, waarna hij als oudste lid van de nieuwe junta als voorzitter mocht optreden.

    Beschermd door de Maagd Maria

    De Chileense schrijver Ariel Dorfman beschreef Pinochet als een man die zich tot 1973 zijn leven lang had verscholen, ook voor zichzelf. Pas toen hij van de macht had geproefd, ontdekte hij wie hij werkelijk was: een geboren caudillo. Daarvoor diende hij nog wel af te rekenen met zijn juntagenoten, die Pinochet hoogstens als een primus inter pares zagen. In 1974 en 1975 bouwde Pinochet zijn machtspositie verder uit door niet alleen sluwer, maar ook meedogenlozer te zijn dan zijn collega-militairen. Zo zette Pinochet een succesvolle inlichtingendienst op, DINA genaamd, en stichtte hij met hulp van een oud-SS-kampcommandant concentratiekampen op het afgelegen en behoorlijk koude Dawson-eiland. Zijn machtspositie legitimeerde hij niet meer door te verwijzen naar een nationale crisis, maar met meer duurzame religieuze argumenten: hij was de door God uitverkoren leider die Chili naar een stralende toekomst zou leiden en die bescherming genoot van de Maagd Maria.

    Met hulp van een oud-SS-kampcommandant zette Pinochet concentratiekampen op

    Wel kampte hij al snel met een probleem waar veel militaire heersers mee te maken krijgen: hij had nauwelijks enig benul van staatsrechtelijke en sociaal-economische kwesties. Op beide terreinen maakte hij gebruik van wetenschappers van de Katholieke Universiteit van Santiago. De conservatief- katholieke staatsrechtgeleerde Jaíme Guzmán mocht een nieuwe grondwet schrijven, terwijl het economische beleid werd ontworpen door een groep Chileense economen die bekendstonden als de ‘Chicago Boys’. Die naam dankten ze aan hun nauwe banden met de economische faculteit van de Universiteit van Chicago, waar Milton Friedman de scepter zwaaide.

    Een revolutionair neoliberaal experiment

    In zijn boek Capitalism and Freedom uit 1962 had Friedman de stelling verdedigd dat de vrije markt op vrijwel alle terreinen beter functioneerde dan de overheid: de overheid diende dan ook tot een minimum te worden teruggebracht. In de door keynesiaanse ideeën gedomineerde jaren zestig en zeventig gold een dergelijk pleidooi voor een ongebreideld vrijemarktkapitalisme nog als tamelijk obscuur. In Chili deed zich echter een unieke gelegenheid voor om Friedmans monetaristische theorie in praktijk te brengen.

    Op uitnodiging van zijn Chileense leerlingen reisde Friedman in 1975 hoogstpersoonlijk naar Chili en beval een ‘shocktherapie’ aan: een radicale bezuiniging op overheidsuitgaven, privatiseringen en deregulering. Op de korte termijn leidde dit beleid tot een dramatische teruggang van de economie, maar vanaf 1977-1978 leek het beleid zowaar zijn vruchten af te werpen. De Chicago Boys spraken trots over ‘het Chileense mirakel’, dat volgens Friedman te vergelijken was met het Duitse Wirtschaftswunder.

    Wederom trok Chili internationaal de aandacht door het economische beleid, zij het dat de bewonderaars nu uit een andere hoek kwamen. De rechtse Amerikaanse krant Wall Street Journal raadde president Jimmy Carter aan om het Chileense recept te gebruiken om de kwakkelende Amerikaanse economie te herstellen. Ronald Reagan, de opvolger van Carter, stelde Milton Friedman aan als economisch adviseur.

    Niet bepaald geprivatiseerd

    Net als eerder met Allende was ook nu de realiteit wat minder fraai dan door sommige buitenstaanders werd aangenomen. Zo was de Chileense economie minder geliberaliseerd dan de Chicago Boys het wilden doen voorkomen: de door Allende genationaliseerde kopermijnen bleven nog steeds in staatshanden en het almaar uitdijende leger was vanzelfsprekend niet aan de regels van de vrije markt onderworpen. ‘Chile under Pinochet was really no more of a showcase for the free market than East Germany was a socialist paradise,’ zo concludeert Latijns-Amerika-kenner Jerry Dávila dan ook.

    Bovendien maakte Chili in 1983 een bankencrisis mee die in veel opzichten vergelijkbaar was met die in 2008 in Europa en de Verenigde Staten. Om te voorkomen dat enkele Chileense banken omvielen vergat de Chileense staat even haar monetaristische principes en greep zij direct in. De Chileense economie krabbelde nadien weer langzaam overeind, maar dat was niet te danken aan de theorieën van Friedman.

    Toch keek Augusto Pinochet vol vertrouwen uit naar het cruciale jaar 1988. Met enige tegenzin had hij erin toegestemd een referendum te gehouden, waarin het Chileense volk zich mocht uitspreken over een nieuwe regeertermijn van zeven jaar. In 1981 hadden de Chilenen dat ook al mogen doen en 65 procent had Pinochet toen gesteund. Dat zou in 1988 niet anders zijn, zo verwachtte Pinochet, die weer kon wijzen op een groeiende economie en een herstel van gezag en orde in het land. Maar anders dan in 1981 was er in 1988 sprake van een serieuze oppositie in de vorm van een samenwerkingsverband van gematigde sociaal-democraten en christen-democraten. Bovendien was er wereldwijd een andere, meer democratische wind gaan waaien; de Koude Oorlog liep op zijn einde en in buurlanden als Brazilië en Argentinië was de democratie hersteld. Dictators van het type Pinochet behoorden steeds meer tot het verleden. Zelfs de Verenigde Staten drongen steeds meer aan op zijn vertrek.

    Gevangengezet in Europa

    Toch was het voor Pinochet een onvoorstelbare klap dat een kleine meerderheid van de Chilenen (56 procent) tegen verlenging van zijn termijn stemde. ‘Het zijn allemaal verraders,’ brieste de dictator volgens getuigen. Hij dreigde zelfs om direct tanks de straten op te sturen, maar dat onbesuisde plan vond geen steun bij zijn medegeneraals. Wel mocht Pinochet aanblijven als opperbevelhebber, waardoor hij een oogje in het zeil kon blijven houden en bovendien voorlopig immuniteit voor vervolging genoot. In maart 1990 droeg de inmiddels 74-jarige generaal de macht over aan de christen-democraat Patricio Aylwin. In 1998 nam hij definitief afscheid als opperbevelhebber van het Chileense leger, hoewel hij wel aanbleef als senator voor het leven.

    De oud-generaal beweerde dat hij van de meeste gruwelijke details niet op de hoogte was

    Als Pinochet in dat jaar was overleden, dan zou het rechtse deel van de wereldopinie hem misschien nog hebben herdacht als een hardvochtige generaal die had voorkomen dat Chili een tweede Cuba was geworden en die, anders dan veel linkse dictators, bovendien vrijwillig de macht had afgestaan. Pinochet zou echter nog acht jaar leven, jaren waarin zijn status snel afbladderde en hij vrijwel al zijn vrienden verloor.

    Het begin van de ondergang was het moment dat Scotland Yard Pinochet arresteerde in de Zuid-Engelse kliniek waar hij was opgenomen voor zijn rugklachten. De arrestatie kwam als een volslagen verrassing, want juist in Groot-Brittannië voelde Pinochet zich veilig vanwege zijn vriendschap met premier Margaret Thatcher. De goede betrekkingen met de Iron Lady dateerden uit de tijd van de Falkland Oorlog met Argentinië, toen Chili de Britten met raad en daad terzijde stond.

    Maar zelfs Thatcher kon niet voorkomen dat de Engelse politie een verzoek tot arrestatie inwilligde van de Spaanse rechter Baltazar Garzón. Deze activistische onderzoeksrechter wilde Pinochet vervolgen vanwege zijn rol in de vermissing van 260 Spanjaarden tijdens de Chileense dictatuur. Ruim 500 dagen zat Pinochet vast in Londen, weliswaar niet in een gevangenis, maar wel als speelbal van politieke onderhandelingen tussen Groot-Brittannië, Spanje en Chili. Pinochet wist vervolging te ontlopen door geestelijke en lichamelijke gezondheidsproblemen te simuleren. De door hem voorgewende problemen bleken in elk geval na landing op het vliegveld van Santiago plotsklaps verdwenen: Pinochet stapte als herboren met een brede glimlach op het gezicht uit zijn rolstoel.

    Hij had het niet geweten

    Maar ook in Chili was een nieuwe generatie activistische rechters opgestaan die het verleden niet langer wilden laten rusten. Pinochet werd verschillende malen aan de tand gevoeld, maar de oud-generaal beweerde doodleuk dat hij van de meeste gruwelijke details niet op de hoogte was en dat ondergeschikten soms op eigen houtje handelden. Met die verklaringen verloor Pinochet het respect van veel militairen, die hem beschuldigden van lafheid en leugens.

    Het werd allemaal nog erger voor Pinochet toen uit verdere onderzoeken bleek dat ook zijn imago van onbaatzuchtige, sober levende landsvader niet met de werkelijkheid overeenstemde. Een Amerikaanse Senaatscommissie ontdekte 128 geheime bankrekeningen in tal van landen, waarop een slordige 27 miljoen dollar stond geparkeerd. Het geld was voor een deel afkomstig uit de wapenhandel, waarin hij sinds 1990 actief was, maar was voor een deel ook rechtstreeks afkomstig uit de staatskas. ‘De Chileense Al Capone’, zoals hij in zijn land nu werd genoemd, werd onder huisarrest geplaatst. Als een door vrijwel iedereen gemeden, in zijn huis opgesloten fossiel uit een ander tijdperk overleed hij in 2006, kort nadat hij 91 jaar was geworden.

    Nederland en Chili

    Begin jaren zeventig was ook progressief Nederland bevangen door de Chili-koorts. Tal van journalisten reisden naar Chili om te berichten over Allendes opmerkelijke experiment en PvdA’ers als Jan Pronk, Piet Reckman en zelfs Joop den Uyl namen in 1972 deel aan een wereldhandelsconferentie in Santiago. Onder de slogan ‘Gun Allende geen ellende’ voerden verschillende solidariteitsbewegingen actie voor een kwijtschelding van de Chileense schulden.

    In het weekend na Pinochets staatsgreep gingen tienduizenden Nederlanders de straat op. In de daaropvolgende jaren probeerden het Chili Komitee en de Chili Beweging Nederland de solidariteit met Chili levend te houden met manifestaties, inzamelingen, boycotacties en voorlichtingsactiviteiten. In mei 1974 bezocht Allendes weduwe Hortensia Bussi Nederland en voerde gesprekken met hoogwaardigheidsbekleders als premier Joop den Uyl. Hoewel nog jarenlang rond 11 september op de Dam een Chili-manifestatie werd georganiseerd, nam de belangstelling langzamerhand af. De meest tastbare herinnering aan de Nederlandse solidariteit met Chili zijn de talrijke straatnamen en het Allende-monument in het Amsterdamse Sloterpark. Inmiddels zullen veel Nederlanders de naam Allende vooral kennen dankzij de populaire boeken van zijn achternicht Isabel Allende.

    Meer weten

    In het Nederlands zijn twee boeken verschenen over Allende: Jan de Kievid, Brood, werk, gerechtigheid en vrijheid. Chili tussen dictatuur en democratie (1993) en het op de Nederlandse betrokkenheid gerichte boek van Hans Beerends, Weg met Pinochet. Een kwart eeuw solidariteit met Chili (1998).

    De verwikkelingen rond Pinochets arrestatie in Groot-Brittannië staan centraal in Dimitri Tokmetzis, Ongewenst bezoek. Engeland en de Pinochet-factor (2001).
    In het Engels en Spaans zijn talrijke boeken over Allende en Pinochet te vinden. Een zeer toegankelijke en diepgaande analyse van de dictaturen in Chili, Argentinië en Brazilië biedt Jerry Dávila, Dictatorship in South-America (2013).

    Dictators

    Historisch Nieuwsblad stelde een themapagina samen over dictators met eerder verschenen artikelen over bijvoorbeeld Kim Il-Sung, Julius Caesar en Rutger Jan Schimmelpenninck. Ga naar historischnieuwsblad.nl/dictators.