Home Op reis met Karl Marx

Op reis met Karl Marx

  • Gepubliceerd op: 6 april 2018
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Imco Lanting
Op reis met Karl Marx

Karl Marx was altijd op pad. Ter gelegenheid van zijn tweehonderdste geboortedag maken we een tocht langs steden die een rol speelden in zijn leven – waaronder het Brabantse Zaltbommel.

De revolutionaire denker en stamvader van het communisme Karl Marx was zijn leven lang op de vlucht. Aan zijn bekendste publicaties, het Communistisch Manifest (1848) en Das Kapital (1867), werkte hij in verschillende landen. Hij sleepte zijn gezin mee in een nomadenbestaan dat in het teken stond van zijn grote idealen. Een portret van een compromisloos hemelbestormer vanuit zes steden.
 

Trier 1818-1835 
Maatschappelijke misère

In 1815 werd Trier deel van het Pruisische Rijk. De twintig jaar daarvoor was het overheerst door de Fransen. De 12.000 inwoners van deze stad aan de Moezel waren voor het merendeel katholiek. Ze kregen te maken met een economische terugval en nieuwe protestants-conservatieve leiders. In deze sfeer werd Karl Marx op 5 mei 1818 geboren in een liberaal-Joodse familie, die verschillende rabbijnen had voortgebracht. Uit pragmatische overwegingen bekeerden Karls vader en zijn gezin zich tot het protestantisme. Ze woonden in het centrum van de stad.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Revolutionairen worden in 1848 overal opgepakt, ook in Trier. Een van hen in de schilder Johann Velten (uiterst links), die heeft meegedaan aan een gewapend oproer. Na zijn vrijlating schildert hij de groep in de gevangenis.

In het Trier van Marx’ jeugd heerste grote armoede. De inwoners stonden op twee manieren onder druk: de feodale overheid stelde zich repressief op en aan de andere kant bracht het opkomende kapitalisme een nieuwe, zichzelf verrijkende bourgeoisie voort. Door accijnzen en hoge invoerrechten waren talloze wijnboeren en andere arbeiders tot armoede vervallen en noodgedwongen naar de stad getrokken. Velen waren ook getroffen door een plotseling verbod om gratis hout op de landgoederen te sprokkelen. In 1830 klopte naar schatting een kwart van de bewoners aan bij de bedeling. Misdaad, prostitutie en besmettelijke ziektes waren de gevolgen van de misère.

Ondertussen kwamen vanuit Frankrijk nieuwe socialistische ideeën de grens over, die indruk maakten op de jonge Marx. Net als de gesprekken met de vader van zijn schoolvriend Edgar. Deze baron Ludwig von Westphalen, een Pruisische aristocraat met liberale ideeën, had grote invloed op de jongen. Ze voerden jarenlang serieuze gesprekken over literatuur, poëzie en de snel veranderende wereld om hen heen. Marx’ geest was al vroeg gerijpt, wat blijkt uit het opstel dat hij aan het einde van de middelbare school schreef over de keuze van een loopbaan. Hij was toen 17 jaar en stond op het punt naar de universiteit te gaan. Volgens hem moest je niet alleen van je eigen belang uitgaan. ‘Als we een positie in het leven hebben gekozen waarin we ons vooral voor de mensheid inzetten, dan kan geen last ons te zwaar zijn, want dat is dan een offer ten bate van allen… ons geluk zal de miljoenen toebehoren… en over onze as zullen de hete tranen neerdalen van nobele zielen.’
 

‘Godsdienst is opium van het volk’

In deze jaren werd hij ook verliefd op Jenny, de dochter van Ludwig von Westphalen. En dat was wederzijds, zoals Mary Gabriel schrijft in Liefde en Kapitaal: ‘In de vier jaar jongere man, die daar blakend van moed en zelfvertrouwen voor haar stond, volstrekt overtuigd van zijn intellect, herkende Jenny haar idool.’
 

Berlijn 1835-1841
‘Opium voor het volk’

Uitvliegen deed Karl Marx eerst naar Bonn, waar hij zich als weerbarstige rechtenstudent voornamelijk bezighield met drinken en sabelduels met studiegenoten. Op aandringen van zijn vader vertrok hij een jaar later naar de serieuzere universiteit van Berlijn, waar hij filosofie ging studeren. Het leven in de anonieme metropool – met 300.000 inwoners was Berlijn, na Wenen, de grootste stad van de Duitse Bond – was zo confronterend voor hem dat hij mentaal instortte. Lastig genoeg kon hij geen troost zoeken bij Jenny: over het traject Trier-Berlijn deed de toenmalige reiziger vijf dagen.

Tijdens het herstel van deze depressie ontwikkelde Marx zich verder. Allereerst door het werk van de bekende en net overleden Duitse filosoof Georg Hegel te spellen. Hegels uitgangspunt was dat de geschiedenis van de mensheid bestond uit conflicten: elk conflict leidde tot een nieuwe situatie, die opnieuw een conflict veroorzaakte. Hegels opvattingen over ‘these’ en ‘antithese’ vormden later de basis van waaruit Marx zijn theorieën over de proletarische revolutie ontwikkelde. Marx sloot zich aan bij de jong-hegelianen, debatteerde hartstochtelijk en fel met zijn geestverwanten – soms tot een fysieke confrontatie aan toe – en las alles op intellectueel gebied wat los- en vastzat.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Het Koninklijke Slot in Berlijn. Ingekleurde litho door Ludwig Edward Lütke, circa 1847.

Ook was hij lid van de ‘Doctors Club’, onder leiding van de jonge theoloog-student Bruno Bauer, waar hij kennismaakte met het filosofische idee dat de bijbelse evangeliën niet zozeer historische waarheden zijn als wel door de mens bedachte verhalen. Dat leidde tot zijn bekende uitspraak: ‘Godsdienst is opium voor het volk.’ 

Berlijn was doordrenkt van de Romantiek – op geen andere plek was de tegenstelling tussen de vooruitstrevende wetenschap en het Pruisische militarisme duidelijker voelbaar. In deze stad ontstonden de eerste inzichten die later het marxisme zouden gaan heten.
 

Keulen 1842-1843  
Bezoek aan Zaltbommel

Als ‘beroepsrevolutionair’ kon Marx na zijn studie een baan als docent op zijn buik schrijven. Als alternatief koos hij voor de journalistiek. In Keulen ging hij werken voor de oppositiekrant Neue Rheinische Zeitung – waarvan hij in no-time hoofdredacteur werd. Hier keerde hij zich voor het eerst zwart op wit fel tegen repressie en de uitwassen van het kapitalisme – en hij ontmoette er Friedrich Engels, die een paar jaar later zijn boezemvriend en intellectuele sparringpartner zou worden.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

In Zaltbommel woont Sophie Presburg – de zus van Marx’ moeder. Zij is getrouwd met de rijke zakenman Lion Philips. Schilderij door Elias Pieter van Bommel.

In zijn eerste artikel, dat verscheen op 5 mei 1842, uitte hij kritiek op de overheid omdat die de persvrijheid aan banden had gelegd. Ook schreef hij felle stukken over de ellende die de houtsprokkelaars en wijnboeren in zijn geboortestreek al jaren doormaakten. Zijn ervaringen in Trier waren bepalend voor zijn denken, schreef Engels later: ‘Het verbod op hout sprokkelen en de situatie van de Moezelwijn-boeren [brachten] hem […] op het socialistische pad.’


Met de Neue Rheinische Zeitung liep het niet goed af. De krant werd in 1843 verboden. In hetzelfde jaar trouwde Marx, net werkloos geworden, met Jenny von Westphalen in Kreuznach. Hun huwelijksreis ging naar Baden-Baden, met een stop in Bingen. Maar om aan geld te komen moest hij eerst op bedeltocht. Hij ging naar Zaltbommel: naar oom Lion Philips – de opa van de oprichters van het elektronicaconcern – en tante Sophie Presburg – zijn moeders zus. Hij vroeg hun om een voorschot op zijn erfdeel.
 

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Titelblad van Het Communistisch Manifest van Karl Marx (1848).


In 1848 keerde Marx nog eenmaal terug naar Keulen en blies, in het verder aangewakkerde revolutionaire en anti-Pruisische klimaat, de Neue Rheinische Zeitung nieuw leven in. Maar toen de Maart-revolutie van 1849 mislukte, volgde opnieuw een verbod. Marx moest het land verlaten, en deze keer zou het vertrek uit zijn vaderland definitief zijn.  
 

Parijs 1843-1845 
Revolutionaire clubs

Nergens waren Karl Marx en zijn Jenny beter op hun plek dan in Parijs. Hier werd hun eerste kind geboren. Rondom hen heerste armoede, maar tegelijkertijd werden de eerste boulevards aangelegd en verrezen er entertainment-etablissementen voor de kersverse bourgeoisie. 

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Marx voelt zich thuis in Parijs. Schilderij van de Markthallen door Arthur Kampf.

In Parijs, de intellectuele hoofdstad van Europa, liepen eind 1843 alle democratische en socialistische intellectuelen rond die ertoe deden. Marx ontmoette ze allemaal. Zoals de econoom en anarchist avant la lettre Pierre-Joseph Prud’hon (‘Eigendom is diefstal’), de socialist Louis Blanc en de uit Rusland afkomstige aristocraat-revolutionair Michail Bakoenin. Ook voor uitgeweken Duitsers als dichter Heinrich Heine en publicisten Georg Herwegh en Arnolf Ruge was Parijs een toevluchtsoord. Marx en Ruge, die elkaar uit Keulen kenden, begonnen weer een blad, maar al na de eerste editie stopten ze ermee. Wel kwam Marx in Parijs opnieuw Friedrich Engels tegen, en vanaf dat moment zouden de twee elkaar niet meer loslaten. Samen schreven ze er het programma ‘De eisen van de communistische partij in Duitsland’. In 1845 zette de Franse overheid Marx op verzoek van de Pruisische regering het land uit – een bewijs dat de conservatieven in zijn geboorteland veel invloed hadden. Later zou hij nog één keer terugkeren in Parijs, op uitnodiging van de revolutionaire regering. 
 

Brussel 1845-1848
Steeds geldzorgen

Na de Belgische onafhankelijkheid van Nederland in 1830 was Brussel een vrijplaats voor democratische revolutionairen. Ook was België na Groot-Brittannië de grootste industriemacht ter wereld. Het liberale laissez-faire-principe was hier al ver doorgevoerd, zowel in de vrijheid van denken als in de vrijheid van economisch handelen. Een prima uitwijkoptie voor Marx en zijn gezin, met maar één aanhoudend nijpend probleem: geld. Marx reisde geregeld naar Zaltbommel voor financiële ondersteuning. Het kon niet voorkomen dat het gezin, dat er in deze periode weer twee dochters bij kreeg, geregeld moest verhuizen, van pension naar een ander (te) klein onderkomen en weer terug.
 

Regelmatig bedelt Karl bij de Nederlandse Lion Philips

Pruisen hield Marx nu constant in de gaten en als ultieme reactie gaf Marx zijn nationaliteit op.

Met Friedrich Engels, die ook in Brussel was gaan wonen, stichtte hij een revolutionair-proletarische beweging en schreef hij op zijn zolderkamer het Communistisch Manifest. Buiten op straat zag hij dagelijks de gevolgen van de ongebreidelde kapitalistische vrijheid. Toen in Parijs in 1848 de revolutie dreigde, wilde België Marx niet langer de hand boven het hoofd houden: hij werd opnieuw uitgezet.  

Tekst loopt door onder de afbeelding.

België is na 1830 een broedplaats van nieuwe ideeën. Schilderij door Gustaf Wappers.

Na korte periodes in Parijs en Keulen kon hij niet anders dan uitwijken naar Engeland, waar hij de rest van zijn leven in ballingschap leefde. Overigens net als vele andere revolutionairen die de eerste slag hadden verloren en hun strijd van een afstand moesten voortzetten. De door hen zo vurig gewenste en ook verwachte radicale omwenteling zou niet meer plaatsvinden – tenminste niet de op de manier die zij voor ogen hadden. 
 

Londen 1849-1883
Kroon op zijn werk

In 1849 was Londen de grootste stad ter wereld, en ook weer een verzamelplaats van immigranten uit heel Europa. In 1851 en 1862 kwamen daar nog eens miljoenen bezoekers aan de Wereldtentoonstellingen bij, wat leidde tot een snelle uitbreiding van het spoorwegnetwerk, zowel boven- als ondergronds. Ook het tijdperk van de telecommunicatie brak nu aan.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Een brief van Marx aan zijn boezemvriend Friedrich Engels, juli 1869.

Het gezin Marx leefde continu op de rand van de armoede. Karl en Jenny lagen steeds in de clinch met hun families over erfeniskwesties en ze hadden gedurende deze jaren de dood van maar liefst vier van hun zeven kinderen te verwerken. Maar toch: zij hadden, anders dan tienduizenden anderen die in sloppenwijken in Londense buitenwijken woonden, tenminste nog een dak boven het hoofd.

Marx bezocht geregeld de textielfabrieken van de vader van Friedrich Engels in Manchester. Daar gingen hem de ogen open voor de omstandigheden waarin het grootste deel van de bevolking was beland. Hij zag er de uitwassen van de grootschalige industrialisatie, zoals kinderarbeid en cholera-epidemieën.

Verder zat hij in de bibliotheek te studeren en te schrijven. De ellende waarin miljoenen mensen waren beland door de plotselinge modernisering verdiende immers, nu de revolutie voorlopig uitbleef, op z’n minst stevig gefundeerde kritiek. Daartoe was Marx op aarde, zo voelde hij. Hij kon en wilde niet anders. Te midden van de chaos en onrust werkte Marx gedisciplineerd door aan zijn driedelige levenswerk, Das Kapital, waarvan alleen het eerste deel tijdens zijn leven uitkwam. Engels nam later de overige twee delen voor zijn rekening.
 

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Tijdens bezoeken aan Engelse textielfabrieken ziet Marx de uitwassen van de grootschalige industrialisatie.


Vanuit zijn ballingsoord maakte Marx geregeld buitenlandse reizen. Hij bezocht onder meer zijn zus Sophie in Maastricht. In de laatste jaren van zijn leven, toen hij al ernstig ziek was, ging hij naar Karlsbad, Algiers, Monte Carlo, het Isle of Wight en Argenteuil, waar zijn  dochter Jenny met haar familie woonde. Hij stierf op 14 maart 1883 in Londen en werd begraven op Highgate Cemetary. Marx mocht dan dood zijn, de ideeën waaraan hij zijn leven had gewijd waren dat beslist niet. Talloze onderzoekers, wetenschappers, economen, idealisten en aanstormende politici stortten zich nadien op zijn werk, met eigen interpretaties en aanvullingen. Ook nu nog wordt Marx’ doorwrochte analyse van het kapitalisme door velen bestudeerd en bediscussieerd. Historici beschouwen Das Kapital daarom als een van de meest invloedrijke boeken ooit.
 
Imco Lanting is geschiedenisjournalist.


Meer weten:
Liefde en Kapitaal. Karl en Jenny Marx en de geboorte van een revolutie (2012) van Mary Gabriel.
Wie der Wein Karl Marx zum Kommunisten machte (2017) van Jens Baumeister.
Karl Marx. A Nineteenth Century Life (2013) van Jonathan Sperber.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.