Home Dossiers Zuid-Afrika Ook in Zuid-Afrika klinkt roep om excuses

Ook in Zuid-Afrika klinkt roep om excuses

  • Gepubliceerd op: 20 maart 2023
  • Laatste update 17 apr 2023
  • Auteur:
    Bart de Graaff
  • 6 minuten leestijd
Ook in Zuid-Afrika klinkt roep om excuses
Apartheid Zuid-Afrika
Dossier Zuid-Afrika Bekijk dossier

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Historischnieuwsblad.nl? U bent al lid vanaf €1,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

De Nederlandse excuses voor de slavernij in Suriname en de Caraïben versterken ook onder Zuid-Afrikaanse nazaten een verlangen naar genoegdoening. Historicus en journalist Bart de Graaff sprak met activisten in Kaapstad.  ‘Ek dink ons moet miskien koppe bymekaar sit om te kyk of die Nederlandse regering nie iets moois, iets konkreets wil aanbied nie.’

Maart 2023. In Kasteel de Goede Hoop in Kaapstad vindt een bijeenkomst plaats van traditionele leiders. Als het gesprek komt op de excuses die de Nederlandse regering eind vorig jaar heeft aangeboden voor het slavernijverleden, neemt chief !Garu Zenzile Khoisan het woord. Een lange, tanige man met een scherp gesneden gezicht. Zijn boodschap: ‘The Dutch must pay!’ Voor alle misdaden die begaan zijn in de vroegere Kaapkolonie. Inclusief de slavernij.

Meer lezen over Zuid-Afrika? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Zenzile Khoisan, geboren als Charles Jackson, is schrijver, journalist en radiopresentator. Hij maakt zich al jaren sterk voor  de rechten van de oorspronkelijke bevolking van Zuid-Afrika:  de Khoi-Khoi en de San, door kolonisten vroeger ‘Hottentotten’ en ‘Bosjesmannen’ genoemd. Namens de slachtoffers van het Nederlandse kolonialisme eist chief !Garu de teruggave van traditionele stamgronden in Zuid-Afrika en streeft hij naar een herwaardering van oude, voorchristelijke religieuze gebruiken. Tot slot wil hij dat er plannen worden gemaakt om uitgestorven inheemse talen als Xiri en !Ora nieuw leven in te blazen.  

Traditionele leiders

Chief !Garu is een bekende Khoisan activist. Maar hij is zeker niet de enige. De laatste jaren hebben honderden Zuid-Afrikanen zich opgeworpen als tradisionele leiers.  Ze zeggen stammen te vertegenwoordigen die lange tijd als uitgestorven werden beschouwd of als opgegaan in de ruim vijf miljoen tellende groep bruinmense. Het gaat hier onder meer om de Houtunqua, de Inqua, de !Aman, het Waterboer-koningshuis, de Goringhaiqua, de Chainoqua en het Huis van Klaas en Dawid Stuurman. Zonder gedegen onderzoek is overigens niet vast te stellen of hun huidige leiders inderdaad afstammen van historische stamhoofden. Een ding is zeker: geen van deze stamhoofden droeg ooit de titel ‘koning’.                                                        

Tegenwoordig telt Zuid-Afrika er minstens zeven.

Johannes Waterboer in Zuid-Afrika
Johannes Waterboer van het Waterboer-koningshuis.

Sinds 2021 is een regeringscommissie onder voorzitterschap van emeritus hoogleraar missiologie Nico Botha – zelf van Griqua afkomst – bezig met het onderzoeken van alle claims op senior tradisionele leierskap in Khoisan gelederen. Geen onbelangrijke taak, want wie als zodanig erkend wordt, heeft inspraak bij het vaststellen van cultureel beleid en ontvangt daarvoor een (bescheiden) vergoeding. Tot nu toe zijn meer dan 500 aanvragen om erkenning als tradisionele leier ingediend.

Het ligt echter niet voor de hand dat dit onderzoek op korte termijn veel ‘nieuwe traditionele leiders’ oplevert. De commissie heeft een te klein budget en te weinig gekwalificeerde onderzoekers om dit uiterst complexe werk te doen: over de meeste Khoisan-stammen is maar weinig geschreven, de mondelinge overlevering gaat zelden meer dan drie generaties terug, en ten slotte zijn (kerkelijke) archieven van voor 1895 onbetrouwbaar of helemaal afwezig. Het is voor de meeste aspirant-leiders dan ook bijna ondoenlijk een ‘bewese geskiedenis van die bestaan van die senior leierskapsposisie in die gemeenskap’ aan de commissie te overleggen. Laat staan een waterdicht bewijs ‘van aanvaarding van die leierskapsposisie deur die gemeenskap’ in het verleden.

Khoisan en slaven

Wat betekenen de eisen van Khoisan-activisten voor het debat over het Nederlandse slavernijverleden in Zuid-Afrika? In een notendop gesteld: eigenlijk niets. Onder het bewind van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (1652-1795) was het kolonisten expliciet verboden de inheemse bewoners van de Kaap tot slaaf te maken. De Khoisan werden door kolonisten op het platteland weliswaar als slaven behandeld en mishandeld, maar waren dus formeel vrij.

Heel anders was dat met de uit Azië en Oost-Afrika afkomstige slaven die vanaf 1652 naar de Kaapkolonie werden getransporteerd. Deze onvrijen verloren binnen een generatie hun moedertaal en – met uitzondering van islamitische slaven – hun religie. Na de afschaffing van de slavernij in 1834 gingen slaven en hun nazaten op in de amorfe groep ‘kleurlingen’, samen met de afstammelingen van de oorspronkelijke bewoners van de Kaapkolonie.

Slavernij in Zuid-Afrika: kaart van Kaap de Goede Hoop
Kaart van Kaap de Goede Hoop.

Nu, een kleine tweehonderd jaar later, is het vrijwel onmogelijk een onderscheid te maken tussen bruinmense van Khoisan-afkomst en zij die vooral slaven onder hun voorouders tellen. Alleen familienamen geven soms een hint: Seekoei, Padmaker, Papier, Yzerbek en Taaibosch zijn typische Khoisan-namen; onder afstammelingen van slaven domineren namen als Titus, Fortuijn, Solomon, Januarie en Bali. Een apart geval is het aantal namen dat op ‘booi’ eindigt, zoals Witbooi, Swartbooi, Vaalbooi en Kleinbooi. Dat lijken op het eerste gezicht slavennamen te zijn, maar ze zijn het niet. Slaven werden tijdens het VOC bewind over de Kaap door hun eigenaars aangesproken werden met jong of jongen. Khoisan, die een trapje hoger op de maatschappelijke ladder stonden dan slaven, wensten absoluut niet zo genoemd te worden. Ze verkozen het woord booi – waarom is niet duidelijk – en daarmee kwam een nieuwe achternaam, al dan niet met voorvoegsels, tot stand.

Erkenning

Het instellen van een Nederlands bewustwordingsfonds waaruit vooral educatieve projecten over herdenking en verwerking van het slavernijverleden worden gefinancierd, stemt radicale Khoisan activisten niet tevreden. Onder de meer gematigden leeft echter de hoop dat uit dit fonds ten minste iets van de Nederlandse excuses doorsijpelt naar Zuid-Afrika. Nico Botha: ‘Ek vind nogal die erkentlikheid van die Nederlandse regering belangrik. Sonder om opportunisties te wees, dink ek ons moet miskien koppe bymekaar sit om te kyk of die Nederlandse regering nie iets moois, iets konkreets wil aanbied nie.’

Dat kan speciaal ontwikkeld lesmateriaal zijn voor gebruik op Zuid-Afrikaanse scholen. Het toegankelijk(er) maken van archiefmateriaal uit de tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie is ook een optie. Een derde mogelijkheid, ten slotte, is het helpen opzetten en uitvoeren van een onderzoek naar de herkomst van familienamen in de bruin gemeenskap. Zo’n onderzoek zou een vorm van identiteitsvinding kunnen zijn voor de nakomelingen van slaven in Zuid-Afrika, maar zeker ook voor de Khoisan.