De aanval op Venezuela en de ontvoering van president Nicolás Maduro doen denken aan de invasie van Panama in 1989, waarbij Amerika de militaire leider Manuel Noriega gevangennam. Ook toen gebruikte het Witte Huis drugshandel als legitimering, vertelt academicus Pablo Isla Monsalve. ‘Maar de VN veroordeelde de actie als een illegale interventie.’
Op 15 december 1989 verklaarde Panama de oorlog aan de Verenigde Staten, na een mislukte staatsgreep tegen Noriega. Een dag later werd de Amerikaanse marinier Robert Paz neergeschoten door Panamese soldaten. Zijn dood was een van de directe aanleidingen voor operatie Just Cause, waarmee het Amerikaanse leger het Latijns-Amerikaanse regime snel op de knieën kreeg.
Oppositieleider Guillermo Endara werd op de nacht van de invasie beëdigd als president en Noriega vluchtte naar de Vaticaanse ambassade in het land. Amerikaanse troepen speelden daar dag en nacht luide rockmuziek af om hem het gebouw uit te krijgen. Ze kozen voor ironische nummers als ‘All I Want is You’ van U2 en ‘If I Had A Rocket Launcher’ van Bruce Cockburn. Pas na twee weken gaf Noriega zich over, waarna hij naar de Verenigde Staten werd afgevoerd.

Isla Monsalve vertelt dat Panama in 1989 al een lange geschiedenis van Amerikaanse interventies achter de rug had. ‘De VS ondersteunden de onafhankelijkheid van het land in 1903, namen een jaar later de constructie van het Panamakanaal over en beheerden dit tot in de jaren zeventig. De meeste Panamese regeringen waren in deze periode Amerikaanse marionetten.’
‘Noriega kwam in 1983 aan de macht als iemand die Amerikaanse belangen in de regio steunde. Hij was als militair opgeleid aan de Noord-Amerikaanse School of the Americas en was een belangrijke aanwinst voor de VS, totdat zijn macht ongemakkelijk werd voor Washington. Hij was namelijk ook een informant voor Cuba en de linkse Sandinisten in Nicaragua. Tegelijkertijd deed hij zaken met Colombiaanse drugskartels.’
Naarmate Noriega’s macht toenam en de oppositie werd uitgeschakeld, groeiden de Amerikaanse zorgen over de veiligheid van het Panamakanaal. Zijn voorganger Omar Torrijos had namelijk in 1977 met president Jimmy Carter afgesproken dat Panama in de toekomst het beheer van het kanaal over zou nemen. Eind 1989 leidde deze crisissituatie tot de Amerikaanse militaire interventie. Noriega’s narco-relaties dienden daarbij als legitimering.’
‘Noriega’s narco-relaties dienden als legitimering voor de operatie’
Trump noemt Maduro ook een ‘narco-terrorist’. Zijn de situaties vergelijkbaar?
‘De aanval op Venezuela is van een andere aard. In het geval van Maduro zijn de beschuldigingen van narco-terrorisme niet door een betrouwbare internationale instelling bevestigd. Bij Noriega was dat wel het geval. Noriega had bovendien banden met de CIA, dat geldt niet voor Maduro en zijn voorganger Hugo Chávez. Zij waren openlijk anti-Amerikaans vanuit een anti-imperialistisch perspectief.’
‘Wat de huidige situatie ook opmerkelijk maakt, is dat de democratisering van Venezuela geen prioriteit lijkt voor Trump. Hij benoemt het terloops, maar de belangen van de Noord-Amerikaanse oliebedrijven staan bij hem nadrukkelijk voorop. De Venezolaanse oppositie blijft daardoor verzwakt, terwijl omliggende landen die kritisch zijn over Maduro’s regime zich in een moeilijke situatie bevinden. Zij zien hoe de humanitaire crisis in Venezuela, voor hen het belangrijkste punt, naar de achtergrond verdwijnt.’
De aanval op Venezuela wordt gezien als een schending van het internationaal recht. Hoe zat dat met de invasie van Panama?
‘Die leidde over de hele wereld tot hevige reacties. Veel internationale organisaties, waaronder de VN in een resolutie van de Algemene Vergadering, verklaarden dat de invasie een illegale interventie was.’
‘Omdat het conflict een mediaspektakel werd, was de mondiale belangstelling groot. Een groot deel van de invasie werd op beeld vastgelegd, waardoor de operatie een soort tv-programma op internationaal niveau werd. Dat leidde ook tot kritiek binnen de VS zelf. Deze interne bezwaren werden geuit in een periode waarin het land zijn internationale houding aanpaste: van Carters buitenlandbeleid dat gericht was op mensenrechten ging het onder Ronald Reagan en George H.W. Bush naar een hernieuwde focus op de war on drugs. Na 9/11 zou deze zich steeds meer op het terrorisme gaan richten.’

Was de invasie van Panama een klassiek voorbeeld van regime change?
‘We moeten het inderdaad zien in het verlengde van de regimewisselingen die eerder in de twintigste eeuw op het westelijk halfrond plaatsvonden. De Amerikaanse betrokkenheid bij de staatsgreep in Brazilië van 1964, in Chili en Uruguay in 1973 en de invasie van Grenada in 1983 zijn daar voorbeelden van. Opmerkelijk aan Panama was dat veel deskundigen tegen het einde van de Koude Oorlog dachten dat dit de laatste Amerikaanse interventie zou zijn. De invasies van Irak en Afghanistan bewezen het tegendeel.’
Deskundigen dachten dat Panama de laatste Amerikaanse interventie zou zijn
Isla Monsalve noemt de Amerikaanse acties in Venezuela verrassend. ‘Zo’n flagrante militaire interventie in Latijns-Amerika, die losstaat van diplomatie en het internationaal recht, was in deze eeuw lang niet te verwachten. Het wordt uitgelegd als een nieuwe interpretatie van de Monroe-doctrine, die analisten de Donroe-doctrine of het Trump-corollary noemen. Het westelijk halfrond zou volgens die redenering exclusief het gebied voor Noord-Amerikaanse belangen zijn, wat de politieke, economische en militaire interventie van de VS rechtvaardigt, buiten het internationaal recht en de diplomatie om.’
