Home ONDERZOEK: Haagse pikorde

ONDERZOEK: Haagse pikorde

  • Gepubliceerd op: 28 nov 2012
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Rob Hartmans

Het is goed mogelijk dat voor de negentiende-eeuwse arbeider al die heren en dames uit de ‘betere kringen’ die met hun dure hoeden en mantels door de stad flaneerden of zich in rijtuigen lieten vervoeren één pot nat zijn geweest. Een buitenstaander ziet immers zelden welke scheidslijnen binnen een bepaalde groep een rol spelen. Dit geldt ook voor veel historici die zich met de negentiende eeuw hebben beziggehouden.

Op basis van criteria als welstand en beroep hebben sociaal historici lange tijd volgehouden dat er in negentiende-eeuwse Nederlandse steden drie standen of klassen waren te onderscheiden: de hogere, de midden- en de lagere stand, of zo men wil de grote burgerij, de kleine burgerij en de arbeidersklasse. Steeds duidelijker wordt echter dat dit beeld weinig te maken heeft met de sociale grenzen zoals die door tijdgenoten werden beleefd en getrokken.

In Plaatsen van beschaafd vertier, een sterk uitgebreide versie van zijn in 2007 verdedigde dissertatie, beschrijft en analyseert de Amsterdamse historicus Jan Hein Furnée welke scheidslijnen een rol speelden onder de beter gesitueerden van Den Haag in de tweede helft van de negentiende eeuw. Hiervoor heeft hij uitputtend onderzoek gedaan naar de verschillende sociëteiten in de residentie, de bezoekers van de Koninklijke Schouwburg, de leden van de Haagse dierentuin en de opkomst van de badplaats Scheveningen.

Uit dit onderzoek komt duidelijk naar voren dat er alleen al in de maatschappelijke bovenlaag van Den Haag grofweg drie sociale formaties te onderscheiden waren, die men als betrekkelijk scherpomlijnde ‘standen’ zou kunnen zien. Allereerst was daar de groep ‘aanzienlijken’, bestaande uit edellieden, hoge staatsfunctionarissen en vertegenwoordigers van ‘oud geld’ die al generaties lang bestuurlijke functies vervulden. Daaronder bevond zich de ‘fatsoenlijke burgerij’, waar vooral hogere ambtenaren, officieren, academici en deftige renteniers deel van uitmaakten. En nog een trap lager stond de ‘nijvere burgerij’, waartoe gegoede fabrikanten, vermogende kooplieden en winkeliers gerekend werden.

Tussen deze laatste categorie en de minder welgestelde ‘kleine burgerij’ of ‘middenstand’ gaapte uiteraard een heel diepe kloof, maar de verschillen tussen bovengenoemde hogere standen waren niet minder groot. Zo konden fabrikanten doorgaans geen lid worden van de deftige sociëteit ‘De Witte’, al waren ze veel en veel rijker dan veel hoge ambtenaren en officieren die wel tot dit deftige gezelschap behoorden, terwijl de ‘aanzienlijken’ geen lid wílden worden. Met talloze voorbeelden laat Furnée zien dat de standsverschillen nog groter waren dan die welke Louis Couperus in zijn romans zo beeldend beschreef.

Tevens maakt hij duidelijk dat het veronderstelde ‘burgerlijke’ waardepatroon – waarin zelfbeheersing, spaarzaamheid, productiviteit en huiselijkheid centraal stonden, en dat zich volgens veel historici steeds verder verbreidde – in de hogere Haagse kringen lang niet zo breed werd gedeeld als veel bronnen doen vermoeden. Niet alleen zocht men het ‘beschaafd vertier’ vooral buitenshuis, maar ook speelden uiterlijk vertoon en het ophouden van status een enorm belangrijke rol.

Voortdurend wilde men deftiger lijken dan men was, wat niet alleen veel geld kostte, maar ook voor heel wat spanningen zorgde. Kostbare en publiekelijke vrijetijdsbesteding was weliswaar van het grootste belang, maar erg ontspannend was dat niet. Terwijl men zelf hogerop trachtte te komen, moesten de sociale grenzen voortdurend worden bewaakt om te voorkomen dat ambitieuze figuren uit lagere standen de eigen groep infiltreerden.


Jan Hein Furnée
Plaatsen van beschaafd vertier. Standsbesef en stedelijke cultuur in Den Haag 1850-1890

Bert Bakker, 884 p., € 39,95

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Lees de eerste maand met korting voor €1,99

Nieuwste berichten

Anton Mussert met zijn vrouw Rie tijdens een Hagespraak in Lunteren, 22 juni 1940.
Anton Mussert met zijn vrouw Rie tijdens een Hagespraak in Lunteren, 22 juni 1940.
Interview

Auke Kok: ‘Mussert had je buurman kunnen zijn’

Hij was eerzuchtig, brutaal en zonder empathie. Maar ook getalenteerd, dapper en eigenlijk best charismatisch. Anton Mussert krijgt van zijn biograaf Auke Kok een menselijk gezicht. ‘Ik heb de indruk dat zijn vader altijd over zijn schouder meekeek.’ Het begon met dozen vol brieven en ander persoonlijk materiaal van Anton Mussert. Ze lagen al jaren...

Lees meer
Een Moor en een Europeaan schaken. Afbeelding uit het Libro de axedrez.
Een Moor en een Europeaan schaken. Afbeelding uit het Libro de axedrez.
Nieuws

Middeleeuwse schakers keken niet naar status

Bij een middeleeuws potje schaak verdween sociale hiërarchie even naar de achtergrond. Eigentijdse manuscripten, schilderijen en schaakstukken laten zien dat schaakspelers van verschillende sociale en culturele achtergronden het op gelijke voet tegen elkaar konden opnemen, betoogt Cambridge-historicus Krisztina Ilko in vaktijdschrift Speculum. Volgens Ilko was schaken een manier om de sociale normen uit te dagen:...

Lees meer
Een visser op een Romeinse mozaïek uit de tweede eeuw.
Een visser op een Romeinse mozaïek uit de tweede eeuw.
Recensie

Fik Meijer schrijft een liefdesverklaring aan de Middellandse Zee

Nog één keer maakt oudhistoricus Fik Meijer een reis naar de Middellandse Zee. In zijn jongste boek kijkt hij terug op een leven dat in het teken stond van de klassieke Oudheid. Melancholisch, in de rouw, vindt hij zo ook troost. ‘De zee! De zee!’ (‘Thalassa! Thalassa!’) riepen Griekse huurlingen toen ze in 400 v.Chr....

Lees meer
De moai’s op Rapa Nui (Paaseiland).
De moai’s op Rapa Nui (Paaseiland).
Nieuws

Ratten verwoestten de bossen op Paaseiland 

Een explosieve rattenpopulatie was de grootste factor voor het verdwijnen van de bomen op Paaseiland. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van archeoloog Carl Lipo en antropoloog Terry Hunt aan de universiteiten van Arizona en Binghamton.  Jarenlang werden vooral de eilandbewoners scheef aangekeken op de ontbossing. Zij zouden de boomstammen hebben gebruikt om hun beroemde beelden...

Lees meer
Loginmenu afsluiten