• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    vrijdag 20 december 2019

    Neem de tijd en laat je passie zien

    Interview met de beste geschiedenisdocent van 2019 Marike Barendse

    Door: Ianthe van Beuningen

    Marike Barendse is uitgeroepen tot beste geschiedenisleraar van 2019. Het Rijksmuseum, de NTR en het Nationaal Archief reikten die prijs dit jaar voor de zesde keer uit. De jury beoordeelde meer dan honderd aanmeldingen en Barendse, al twaalf jaar docent op het Vossius Gymnasium in Amsterdam, kwam als winnaar uit de bus. Haar geheim: ‘neem de tijd, en laat vooral je passie zien.’

    Wilde u altijd al geschiedenisleraar worden?
    ‘Nee, ik had vroeger nog geen idee wat ik wilde worden. Ik koos voor de studie Geschiedenis vanwege mijn liefde voor het vak op de middelbare school. Op de opleiding leerde ik zorgvuldig schrijven, voorzichtig bronnen benaderen en bewust kijken naar de wereld. Na het behalen van mijn diploma schreef ik me in voor de lerarenopleiding. Na de eerste les die ik zelf gaf, wist ik dat dit een gouden beslissing was geweest. Ik vond het heerlijk om mijn enthousiasme voor het vak te delen met mijn leerlingen, en heb nooit meer getwijfeld aan mijn keuze.’
     
    Wat is volgens u het belang van geschiedenis?
    ‘Geschiedenis geeft de actualiteit een historische achtergrond. Om het heden te begrijpen, moeten we ook het verleden kennen. Maar geschiedenis levert niet alleen een historische context. Het vak benadrukt kritisch lezen en het zorgvuldig interpreteren van bronnen. Juist nu is dit relevant. We komen om in informatie die niet altijd betrouwbaar is. Fake news verspreidt zich snel via het internet en je kunt niet alles geloven wat je leest. Met geschiedenis leer je daarom kritisch naar zowel historische als actuele bronnen te kijken. Wat is een feit? Wat is een mening? Met welk doel was dit geschreven? Is het betrouwbaar? Die vaardigheden zijn cruciaal voor een bewust en kritisch burger.’
     
    Behandelt u de actualiteit ook in uw lokaal?
    ‘Jazeker, ik pak vaak de krant erbij. We lezen elke week fragmenten over bijvoorbeeld de Gouden-Eeuw-discussie of de impeachment van Trump. Er is zoveel actueel fascinerend materiaal, dat ik mij soms moet bedwingen niet alleen het nieuws te bespreken.’
     
    Hoe is het om te werken op een gymnasium?
    ‘Je moet vooral goed voorbereid zijn. Als ik aan mijn leerlingen vraag iets over een onderwerp te weten, dan moet ik daar zelf ook veel van weten. Daarom studeer ik nog steeds en blijf ik met liefde lezen over mijn vakgebied.
     
    Het is overigens een mythe dat gymnasiasten altijd gemotiveerd zijn. Soms liggen ze ook in mijn klaslokaal met het hoofd op tafel. Het is hard werken om iedereen te motiveren.’
     
    Hoe motiveert u uw leerlingen dan?
    ‘Het is goed om ze af en toe te laten luisteren. Veel mensen kunnen zich de enthousiaste monologen van gepassioneerde geschiedenisleraren van vroeger nog wel herinneren. Verhalen zijn een belangrijk onderdeel van het lesgeven.
     
    Daarnaast laat ik mijn leerlingen zelfstandig onderzoek doen naar hun eigen verleden en omgeving. Voor hun eerste les in de brugklas nemen ze een bron mee uit hun eigen omgeving, die iets vertelt over hun persoonlijke geschiedenis. Dat levert mooie en soms ontroerende verhalen op. Zo wil ik duidelijk maken dat geschiedenis onderdeel is van wie wij zijn.’
     
    Wat is uw favoriete les om te geven?
    ‘Het naspelen van een Atheense volksvergadering. Deze les geef ik vaak tijdens open dagen. Meisjes leggen bloemen neer en jongens offeren knuffeldieren. Dan komt het moment van de stemming. Ik vraag: ‘wie is er niet in Amsterdam geboren? Zij die hun handen opsteken, mogen niet stemmen’, ‘Wie is er vrouw? Jullie mogen niet stemmen…’ en ‘wie is er onder de 18? Ook geen stemrecht voor jou’. Uiteindelijk mag nagenoeg een handjevol mensen in de ruimte daadwerkelijk stemmen. De Atheense democratie die we idealiseren, blijkt toch niet zo democratisch te zijn als we denken.’
     
    Wat vindt u van de huidige discussie over het nieuwe canon?
    ‘Het is goed dat er een continu debat gaande is over de invulling van het nieuwe canon. We moeten wel voorzichtig blijven: geschiedenis mag niet voor activistische doeleinden gebruikt worden. De schaduwkanten van ons verleden verdienen wel degelijk aandacht, maar we moeten geschiedenis vooral in de breedte blijven zien, in al haar diversiteit en vanuit zoveel mogelijk invalshoeken.
     
    Ook bij de wedstrijd Geschiedenisleraar 2019 speelde het toekomstige canon een belangrijke rol. De genomineerden moesten een hypothetisch ontwerp maken voor een nieuw canonvenster. Ik wilde duidelijk maken dat geschiedenis moet verbinden, niet polariseren. Daarom koos ik voor de Dokwerker, een Amsterdams monument ter nagedachtenis van de Februaristaking in 1941.

    Afgelopen jaar bekladde ADO-fans dit beeld met groene en gele verf en schreven zij antisemitische leuzen op muren. Een schokkende actie, want het beeld staat juist symbool voor verbondenheid: het moment dat grote delen van de Nederlandse bevolking in opstand kwamen tegen de onrechtvaardigheid van de Duitse bezetter.’
     
    Welke tip zou u als winnaar willen meegeven aan toekomstige collega’s?
    ‘Passie en tijd zijn kernwaarden. Laat je passie zien en vertel waar je liefde voor het vak vandaan komt. Neem de tijd voor de verhalen die jij interessant vindt en durf hier ook vooral de tijd voor vrij te maken. Ik loop vaak achter in de planning, toch komt het altijd goed.
     
    Je kan geschiedenisonderwijs niet in één mal of planning passen, dus denk vooral niet: over een week moet de muur alweer vallen, terwijl de Duitsers Polen nog niet hebben geannexeerd. Het is niet erg af en toe wat uit te lopen, al vergt het in het begin wat lef om die keuzes te maken.’
     
    Wat is het mooiste aan leraar zijn?
    ‘Het is een voorrecht les te mogen geven. Je zit in een cruciale fase in het leven van kinderen en staat hen hierin bij. Wanneer het eindexamen nadert, zie je hoe de leerlingen zijn gegroeid en hoe hard zij hebben gewerkt. Dat maakt me ontzettend trots.’