Duitsland zint op maatregelen tegen de verspreiding van AI-beelden van de Holocaust, want nepfoto’s van kinderen achter prikkeldraad zouden de geschiedenis verdraaien en Holocaustontkenners in de kaart spelen. In 1945 maakte Sovjet-fotograaf Jevgeni Chaldej beelden van slachtoffers in het Joodse getto in Boedapest. Maar later bleken zijn beelden geënsceneerd: hij had de lichamen verplaatst.
Wanneer Jevgeni Chaldej in januari 1945 Boedapest binnentrekt, is hij getuige van de misdaden van het naziregime. In het grote getto van de Hongaarse hoofdstad zaten zo’n 70.000 Joden opgesloten. Op straat fotografeert hij twee dode vrouwen. Een man zit gehurkt naast hen, als rouwende echtgenoot of vader. De foto’s representeren het gruwelijke anti-Joodse geweld van de nazi’s. Maar ze zijn ook geënsceneerd: de lichamen zijn verplaatst en de foto is buiten het getto gemaakt. De verhalen die Chaldej er later bij vertelt, blijken verzonnen.
Als Joodse fotograaf leek Chaldej met deze beelden de noodzaak te voelen om het lijden van zijn volk zichtbaar te maken. Maar als Sovjet-fotograaf werkte hij voor een regime waar dat specifieke Joodse lijden niet mocht bestaan. En daarin wringt zijn werk. Mocht Chaldej zijn beelden manipuleren om het verhaal van de Holocaust te vertellen?
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Fotografie was een machtig instrument
Jevgeni Chaldej (1917–1997) groeide op in Joezovka, het huidige Oekraïense Donetsk. Antisemitisme was in zijn jeugd openlijk en gewelddadig aanwezig. Toen hij nog maar een jaar oud was, werden zijn moeder en grootvader vermoord tijdens een pogrom. Als tiener begon hij te fotograferen en op zijn achttiende publiceerden lokale kranten zijn eerste foto’s. In 1936 trad hij in dienst bij het staatspersbureau TASS, waar hij zich ontwikkelde tot een getalenteerd fotograaf en tot een bekwame vormgever van het Sovjet-verhaal.

Het Sovjet-regime begreep al vroeg dat fotografie een machtig instrument was om de werkelijkheid te controleren en al in de jaren dertig en veertig verdwenen ongewenste personen uit foto’s. Ook Chaldej werkte in deze traditie. Als frontfotograaf die met het Rode Leger meetrok, was hij daar niet primair als verslaggever, maar als beeldmaker van het Sovjet-narratief.
In zijn beroemdste foto van de Sovjet-overwinning op het fascisme is dat sterk te zien. Toen hij in Berlijn in april 1945 op zoek ging naar het perfecte beeld, liet hij militairen met een van een rood tafellaken gemaakte Sovjet-vlag poseren bij de zwaar beschadigde Reichstag, dat het ultieme decor vormde om de Sovjet-overwinning op nazi-Duitsland te symboliseren. Hij maakte 36 versies van de scène. Al snel na publicatie bleek dat de foto niet volledig paste in het gewenste verhaal. Een van de soldaten droeg twee horloges, wat duidde op plundering. Een onacceptabel beeld. Chaldej kreeg de opdracht het tweede horloge weg te krassen. Om het heroïsche beeld compleet te maken, voegde hij ook nog rookwolken toe.

Ondanks dat de gemanipuleerde foto tot op de dag van vandaag een icoon is, gaf Chaldej al snel na de val van de Sovjet-Unie openlijk toe dat de foto sterk in scène was gezet. De werkwijze rondom de Reichstagfoto laat zien dat Chaldej gewend was aan het aanpassen van de werkelijkheid, zoals zijn werkgever van hem vroeg.
Na de bevrijding gemaakt
Met de Boedapestfoto lag dat anders. Van de foto van de twee vrouwen bleek bij nadere analyse dat de lichamen waren verplaatst. Ook viel aan het straatbeeld af te leiden dat de foto helemaal niet in het getto was gemaakt. In Boedapest maakte Chaldej nog een beroemde foto: van een Joods stel met Davidsterren op hun jassen. Ook deze foto was niet in het getto genomen. De sneeuw op straat verraadde dat de foto van dagen na de bevrijding dateerde.

Het stel droeg de ster vermoedelijk als bescherming in de nieuwe, onzekere situatie onder de Sovjet-bezetting. Toch vertelde Chaldej later dat hij het stel in het getto had aangetroffen, dat ze bang waren voor de Duitsers en dat hij hen van hun sterren had bevrijd. Die verhalen bleken verzonnen. Daarmee zijn de foto’s nog niet automatisch vervalsingen van de werkelijkheid, maar beelden die een verhaal over de Holocaust proberen te vertellen.
Over de manipulatie van zijn Reichstagfoto sprak Chaldej achteraf openlijk in een interview. In datzelfde interview toonde hij ook de foto van het Joodse stel en vertelde wederom het geconstrueerde verhaal. Over de daadwerkelijke toedracht van de Boedapestfoto’s zou hij tot aan zijn dood blijven zwijgen. Het verschil is veelzeggend: de Reichstagfoto vertolkte propaganda voor een verdwenen systeem, de Boedapestfoto’s raakten aan zijn Joodse identiteit en vertelden een verhaal van de Holocaust.
Holocaustfoto’s dienden als forensisch bewijs
Hierin schuilt de spanning van zijn werk. Chaldej ensceneerde beelden van de massamoord op Joodse burgers in Boedapest, aan de hand van de dode vrouwen op straat, iets wat werkelijk had plaatsgevonden. Als fotograaf voor een regime waarin het lijden van de Joden geen specifieke plek had, konden deze foto’s deze verhalen zichtbaarder te maken. Zover kwam het niet. In de Sovjet-context werden de foto’s een enkele keer gepubliceerd met als bijschrift dat het ‘fascistische misdaden tegen het Sovjet-volk’ betrof. En niet specifiek tegen Joden.
Buiten de Sovjet-Unie, waar foto’s van de Holocaust wél als specifiek Joods lijden konden bestaan, diende Holocaustfotografie vooral als forensisch bewijs voor de misdaden. Dan zijn feiten als de locatie en de tijd van de misdaden essentieel. Chaldejs foto’s boden die feiten vanwege de enscenering niet. Dat kan koren op de molen van Holocaustontkenners zijn, ook al zijn de achterliggende verhalen die de beelden vertellen wel echt. Dit is het gevaar dat aan Chaldejs Sovjet- werkwijze kleeft, ook als zijn intenties oprecht waren.
Chaldej werd bewust vergeten
Door Joods lijden specifiek in beeld te brengen, ging Chaldej de opdracht van zijn regime voorbij. Dat gebrek aan ruimte voor specifiek Joods lijden had ook gevolgen voor Chaldej zelf. Na de oorlog stak in de Sovjet‑Unie een nieuwe golf van antisemitisme de kop op. Onder het mom van een strijd tegen ‘kosmopolitisme’ maakte het regime Joodse Sovjet-burgers verdacht en liet hen ontslaan of vervolgen.
Ook Chaldej werd slachtoffer van dit beleid. In 1948 werd hij ontslagen bij TASS. De Boedapestfoto’s verdwenen vrijwel volledig uit circulatie en zijn naam raakte in de vergetelheid. De man die met de Reichstagfoto een van de grootste Sovjet-iconen creëerde, had zelf geen plek meer in dat Sovjet-verhaal.
Pas na Stalins dood in 1953 kon Chaldej zijn werk voorzichtig voortzetten; hij werkte vanaf 1959 voor de krant Pravda. De Grote Vaderlandse Oorlog werd onder Chroesjtsjov en Brezjnev ingezet als het fundament van de Sovjet-identiteit, met zijn Reichstagfoto als symbool. Hoewel deze werd gepubliceerd met de vermelding van zijn naam, werd de Joodse Chaldej, samen met de Boedapestfoto’s, bewust vergeten.
Van Sovjet-fotograaf naar Holocaustfotograaf
Na de val van de Sovjet-Unie veranderde dat. In het Westen bestond grote belangstelling voor Holocaustgetuigenissen en Chaldejs beelden werden herontdekt. De foto’s die tijdens de oorlog in de Sovjet-Unie slechts als ‘slachtoffers van het fascisme’ werden getoond, kregen in de jaren negentig de betekenis van Holocaustfotografie.
In die nieuwe context moesten foto’s vooral als bewijs dienen. Juist daardoor konden Chaldejs geënsceneerde beelden de bewijsvoering onbedoeld ondermijnen. Maar Chaldej werkte voor een regime waar manipulatie de norm was. En het was datzelfde regime dat het verhaal van het Joodse lijden bewust verzweeg. Dan dienen zijn foto’s te meer om het verhaal van de Holocaust te vertellen, wat zijn werkwijze juist meer kan legitimeren. Zo veranderde Chaldej in de laatste jaren van zijn leven van Sovjet-fotograaf naar Holocaustfotograaf.
