Home Meer ongelijkheid op de werkvloer

Meer ongelijkheid op de werkvloer

  • Gepubliceerd op: 2 oktober 2021
  • Laatste update 02 nov 2021
  • Auteur:
    Mirjam Janssen
  • 3 minuten leestijd
Meer ongelijkheid op de werkvloer

Van pottenbakkers in het oude China tot Russische lijfeigenen en zzp’ers in modern Nederland. Jan Lucassen schreef een alomvattend boek over werk. Hij begint diep in de prehistorie, bekijkt de hele wereld en trekt de lijnen door naar het heden.

Tot 10.000 jaar geleden leefden mensen als jager-verzamelaars. Dat leverde een egalitaire maatschappij op: iedereen deelde in gelijke mate in de buit. Toen landbouw de belangrijkste manier van bestaan werd en de eerste steden en staten opkwamen, veranderde dat. Ondernemende types hoefden zich niet meer te beperken tot een leven als boer. Ze konden zich specialiseren als ambachtsman, handel drijven of zich bemoeien met het bestuur. Ze boden hun vaardigheden aan op de arbeidsmarkt. Eerst in ruil voor goederen of gunsten, later in ruil voor geld. De opbrengsten van werk werden in Europa en Azië steeds minder eerlijk verdeeld, in Afrika gebeurde dat wel.

Aan het eind van de Middeleeuwen vond een belangrijke omslag plaats: de Nijvere Revolutie. Nog meer mensen gingen voor de markt produceren, vaak naast hun andere bezigheden. Zoals boeren die ook gingen weven – ze konden daardoor meer consumeren. Daaruit blijkt dat de aanname dat premoderne mensen stopten met werken zodra ze voldoende hadden, onjuist is. Een kapitalistische manier van denken zat er al vroeg in.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Door toenemende efficiëntie was er steeds meer specialisatie mogelijk. Dat is bijvoorbeeld te zien in de Republiek, die graan uit het buitenland importeerde. Daardoor was er ruimte voor veeteelt, maar ook voor de verbouw van industriegewassen, zoals vlas, koolzaad, lijnzaad en hennep. Het leidde tot meer werkgelegenheid in de landbouw en tot de komst van arbeiders uit de rest van Europa.

Dankzij de Industriële Revolutie rond 1800 nam Europa een voorsprong in de wereld. Tegelijk groeide de ongelijkheid. In de twintigste eeuw verbeterde de positie van werkenden aanzienlijk, om aan het eind weer te verslechteren.

Lucassen biedt een goed overzicht van ons arbeidsverleden en doordat werk zo’n centrale plaats inneemt ook van de wereldgeschiedenis. Tegelijk krijgt het boek daardoor iets opsommerigs. Spannender wordt het als hij in het laatste hoofdstuk de lijnen verder doortrekt en naar de toekomst kijkt. Zal de ongelijkheid weer afnemen? Lucassen verwijst naar pessimisten die de markteconomie ten onder zien gaan. Maar ook naar optimisten die menen dat het kapitalistische systeem in staat is tot vernieuwing en die hoge verwachtingen hebben van technologisch vernuft. Volgens Lucassen staat de wereld hoe dan ook op een kruispunt.

De wereld aan het werk. Van de prehistorie tot nu

Jan Lucassen

512 p. WBOOKS, € 34,95