• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 3/2005

    Loe de Jong zette van Agt voor het blok in affaire-Van ’t Sant

    Die arme koningin Juliana voelde zich vast diepongelukkig

    Door: Bas Kromhout
    Toen Loe de Jong, directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, in 1979 bekendmaakte dat prins Hendrik een buitenechtelijke zoon had, was dit tegen de uitdrukkelijke wens van premier Van Agt. Dat blijkt uit De Jongs correspondentie. Van Agt wilde een veto uitbrengen, waarop De Jong dreigde zijn oorlogsgeschiedenis te staken en een schandaal te ontketenen.

    Op 12 oktober 1979 gaf Loe de Jong, directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD), een persconferentie in het Haagse Nieuwspoort ter gelegenheid van het verschijnen van deel 9 van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Daar deed hij een sappige onthulling: Hendrik, de prins-gemaal van koningin Wilhelmina, had in de jaren twintig een buitenechtelijk kind verwekt. De mededeling sloeg in als een bom. 
         
    De Jong had een reden om deze informatie naar buiten te brengen. In deel 9 beschreef hij wat er zoal in regeringskringen in Londen was voorgevallen, en daarbij kwam ook François van 't Sant, de persoonlijke adjudant en 'vertrouwd medewerker in particuliere aangelegenheden' van Wilhelmina ter sprake. Hij was al vanaf het begin van de oorlog een omstreden figuur. Verzetsmensen beschuldigden hem van verraad. Van 't Sant zou ervoor verantwoordelijk zijn geweest dat een groot deel van de door de Engelsen boven Nederland gedropte geheimagenten in Duitse handen viel. 
         
    Hiervoor bestond volgens De Jong geen enkel bewijs. De historicus dacht dat Van 't Sant zijn slechte naam te danken had aan een affaire die zich al ver voor de oorlog had afgespeeld. Door deze affaire had hij de reputatie gekregen onbetrouwbaar te zijn. De Jong wilde bekendmaken wat de inmiddels overleden Van 't Sant hem in een persoonlijk gesprek in 1956 had verteld, om diens rol in de vooroorlogse affaire voor altijd op te helderen. 
        
    Als hoofdcommissaris van politie in Den Haag was Van 't Sant in de jaren twintig door Wilhelmina gevraagd de avontuurtjes van haar man Hendrik toe te dekken. Zo ook toen duidelijk werd dat Hendrik bij een Belgische dame, 'Elisabeth le Roi' genoemd, een kind zou hebben verwekt: 'Henry'. Nadat 'Elisabeth' haar relatie met Hendrik had beëindigd en in Brussel was gaan wonen, vroeg Van 't Sant de Nederlandse gezant in Brussel, C.G.W.F. van Vredenburch, een onderzoek naar de bedoelingen van 'Elisabeth' in te stellen. Van Vredenburch raakte echter zo onder de indruk van de vroegere minnares van Hendrik dat hij zelf ook een liefdesrelatie met haar begon. Vervolgens tekende hij een verklaring waarin hij impliciet het vaderschap van 'Henry le Roi' erkende. 
        
    Toen Van Vredenburch in 1927 overleed, nam Van 't Sant contact op met diens familie. Hij zei dat hij 47.000 gulden nodig had omdat 'Elisabeth' dreigde een schandaal te veroorzaken. Met het geld kon zij met haar zoon een nieuw leven in Amerika beginnen. Dat de kleine 'Henry' niet van Van Vredenburch maar van de prins der Nederlanden was, vertelde hij er niet bij. De familie betaalde, maar verdacht Van 't Sant er vervolgens van het geld in eigen zak te steken omdat er nauwelijks bewijs was van het bestaan van 'Elisabeth le Roi'. 
        
    In de civiele rechtszaak die volgde, kon de familie echter niet bewijzen dat 'Elisabeth le Roi' niet bestond. Van 't Sant weigerde in de rechtbank echter volledige openheid van zaken te geven omtrent de identiteit van 'Elisabeth'. Daarmee beschermde hij weliswaar de koninklijke familie, maar zijn eigen reputatie raakte onherstelbaar beschadigd. Hij trad dan ook af als Haagse hoofdcommissaris. Direct na zijn aftreden nam Wilhelmina haar vertrouweling in dienst. 

    Prins Bernhard
    Premier Dries van Agt had vóór de publicatie van deel 9 zijn bezorgdheid over de onthulling van Hendriks escapades geuit. Zou die geen schade berokkenen aan de monarchie? Hij stuurde De Jong, die officieel in dienst was van de rijksoverheid, op 22 januari 1979 een brief. De premier vroeg zich af 'of het werkelijk nodig is op de uitvoerige wijze als thans in het manuscript geschiedt, opheldering te verschaffen over de vertrouwenspositie die Van 't Sant jegens Koningin Wilhelmina innam. Te meer is die vraag van belang omdat, naar ik begrepen heb, deel 9 van uw standaardwerk zal verschijnen in de loop van dit jaar, waarin koningin Juliana haar zeventigste verjaardag zal vieren.' 
         
    Van Agt vervolgde: 'Ik ben mij ervan bewust, dat u uw geschiedschrijving in onafhankelijkheid verricht. Het gaat mij er dan ook niet om u te instrueren of op een onbetamelijke wijze te beïnvloeden bij de vervulling van uw taak. Maar de verantwoordelijkheid die ik als minister-president heb voor het bewaren van het aanzien van de monarchie, noopt mij ertoe u deze vraag ter bespreking voor te leggen.' 
         
    De Jong stuurde deze brief door aan zijn begeleidingscommissie, een groep van wetenschappelijk medewerkers en andere meelezers, voorzien van een eigen commentaar: 'Ik interpreteer de brief van Van Agt aldus dat deze aan mijn wetenschappelijke verantwoordelijkheid niet wil tornen en dat hij voor de publicatie van mijn tekst, hoe deze ook zal luiden, de staatkundige verantwoordelijkheid zal aanvaarden. Hij stelt evenwel prijs op nader overleg en het spreekt vanzelf dat ik daartoe bereid ben.' 
         
    Dat overleg vond plaats op 29 maart 1979. Een dag later bracht De Jong verslag uit: 'De heer Van Agt ontwikkelde een breed betoog waarin hij de bekende bezwaren tegen de paragraaf weergaf. Hij gaf aan hoe het gebeurde ook in vier of vijf regels zou kunnen worden weergegeven. Zijn vrees was dat het feit dat in een regeringspublicatie bekendheid zou worden gegeven aan escapades van prins Hendrik, door bladen als Nieuwe Revu gezien zou worden als een vrijbrief om met publicaties te komen over escapades van prins Bernhard. Ik erkende van mijn kant dat dat mogelijk was, maar hield het toch niet voor waarschijnlijk.' Ook kon De Jong 'niet in het minst inzien dat ik schade toebracht aan de positie van de monarchie'. 

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen