Home Lifestyle & Trends

Lifestyle & Trends

  • Gepubliceerd op: 23 februari 2005
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Marjolein van Rotterdam

De hotspots van achttiende-eeuws Parijs. Lekker weg in de jaren dertig. Haute couture in de Middeleeuwen. Trends zijn van alle tijden. Deze keer: het paspoort.


In naam van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau enz. enz. enz. verzoekt de minister van Buitenlandse Zaken alle overheden van bevriende staten aan de houder van dit paspoort vrije en ongehinderde doorgang te verlenen alsmede alle nodige hulp en bijstand te verschaffen.

16 December 2004 was een feestelijke dag. Het 500.000e dierenpaspoort werd uitgereikt! Met zo’n pas heeft de Nederlandse hond, kat of fret in wezen een verzoek van de minister van Buitenlandse Zaken tot vrije doorgang op zak, net als de mens met zijn mensenpaspoort. Dat dient echter ook om zich officieel te legitimeren, wat sinds 1 januari 2005 verplicht is. Hoe naar men dat ook vindt. ‘Waarom moet ik ‘m laten zien? Ik heb u nu drie keer gezegd dat ik een identiteitsbewijs bij me heb! U vertrouwt me dus niet?’ aldus minister Brinkhorst van Economische Zaken tegen De Haagsche Courant.

In de tijd van Lodewijk Napoleon, toen er voor het eerst een Nederlands paspoort kwam, was men nog niet toe aan een identificatieplicht. In artikel 1 van de Paspoortwet van 1813, waarin de Franse voorschriften werden bevestigd, stond: ‘Het staat iederen inwoner dezer gewesten vrij door het hele gebied te reizen; zonder dat iemand onzer beambten het regt [heeft] hem de vertoning van een paspoort te vorderen.’

Echt serieus werd het paspoort niet genomen. Het zou met de pas wel net zo gaan als met de nieuwe, verplichte achternaam. Daarvan dacht men dat hij wel weer zou verdwijnen als het met de Fransen gedaan was. Maar ‘men’ kreeg ongelijk. Het paspoort bleef, en de achternamen ook. Pech voor wie net melig de naam Poepjes of Naaktgeboren had gekozen.

Het paspoort zag er intussen indrukwekkend uit. Het mat 30 bij 40 centimeter, was voorzien van een fraai wapen en opgesteld in het Frans – dat bleef zo tot de Eerste Wereldoorlog. Er stond een uitgebreide beschrijving van de houder op het vel. Casimierus Billiet, ‘marchand fruitier‘: ‘lichaamslengte: 1 meter 600 millimeter, haren en wenkbrauwen bruin, bruine ogen, neus en mond gewoon, ronde kin, vlak voorhoofd, mager gezicht.’

Het grote verschil met de reisdocumenten die vóór de Franse tijd gebruikelijk waren – een brief waarin een hooggeplaatste verzekerde dat je te vertrouwen was – was dat de pas geen aanbevelingsbrief of vrijgeleide meer was voor bevoorrechte personen, maar een verplicht en individueel reisdocument voor iedereen, dat ook als identificatiemiddel kon dienen.

In het gebruik werkte het ongeveer hetzelfde. De tekst die boven aan dit stukje staat en nog steeds in elk paspoort te vinden is, geeft dat al aan. De boodschap is niet zo heel anders dan het ‘Laat passeeren en repasseeren Toonder deezes’ uit de jaren daarvoor. Wel nieuw was het feit dat de Nederlandse overheid geld voor het paspoort ging vragen. Dat was internationaal nog niet vertoond. Het idee werd grif overgenomen.

In de tweede helft van de negentiende eeuw werd er nauwelijks meer naar het paspoort gevraagd. Iedereen wilde optimaal van de vooral dankzij het spoorwegennet toegenomen reismogelijkheden kunnen genieten. De Eerste Wereldoorlog bracht daar acuut verandering in. Na de Grote Oorlog wilde geen land meer al die buitenlanders zomaar op zijn grondgebied, zelfs Nederland niet. Het Nederlandse paspoort werd nu een boekje met een pasfoto – een idee dat intussen alweer meer dan een halve eeuw oud was en door een Franse fotograaf was bedacht.

Het paspoort werd ook een symbool, een tastbaar teken van het horen bij een natiestaat. ‘A passport, in the eye of international law, is one of the highest sovereign acts of a state,’ schreef een Amerikaans diplomaat na de Eerste Wereldoorlog. En zo werd het door iedereen gevoeld.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Nieuwste berichten

Ossietzky in het concentratiekamp, 1934.
Ossietzky in het concentratiekamp, 1934.
Artikel

Dissident ging liever naar het strafkamp dan op de vlucht

Net als Aleksej Navalny besloot de Duitse dissident Carl von Ossietzky zijn land niet te ontvluchten toen hij gevaar liep. Hij wist dat hij bovenaan de zwarte lijst van de nazi’s stond, maar bleef toch in Berlijn toen Hitler in 1933 de macht greep. ‘De opposant die over de grens vlucht, werpt al snel holle frasen zijn land in,’ meende hij. Die moed bekocht hij met de dood in een concentratiekamp.

Lees meer
Waffen SS'ers in Vught
Waffen SS'ers in Vught
Interview

‘Waffen-SS’ers dachten dat het verleden niet lang aan hen zou kleven’

Hoewel ze geen paspoort meer hebben, blijven veel Syriëgangers toch in Nederland. Ook in 1945 verloren mannen die zich bij de Duitsers hadden aangesloten hun Nederlanderschap. Maar de omgang met deze Waffen-SS’ers en de Syriëgangers verschilt volgens historicus Peter Romijn. ‘De huidige wetgeving draait om uitstoting, maar na de Tweede Wereldoorlog was ook sprake van re-integratie.’

Lees meer
Truman poseert met de Chicago Daily Tribune
Truman poseert met de Chicago Daily Tribune
Artikel

Een presidentskandidaat dump je niet zomaar

Terwijl Donald Trump en Joe Biden zich opmaken voor de verkiezingsstrijd, gaan er bij hun partijen stemmen op om alsnog voor een andere presidentskandidaat te kiezen. Maar het verleden leert dat het lastig is om een leidende kandidaat opzij te zetten.

Lees meer
Gaius spreekt het volk toe. Ets door Silvestre David Mirys, 1799.
Gaius spreekt het volk toe. Ets door Silvestre David Mirys, 1799.
Artikel

De populistische Gracchen beloofden gouden bergen

Populistische politici zijn van alle tijden. Na een mislukte carrière zag de Romein Tiberius Gracchus nog maar één uitweg: hij werd een volkstribuun die het volk beloofde wat het wilde horen. Of zijn plannen uitvoerbaar waren, deed er niet toe. Het ging hem om de macht. En dat gold ook voor zijn broer en opvolger Gaius.

Lees meer