Home Lawaaiige parvenu met lef en visie

Lawaaiige parvenu met lef en visie

Doeko Bosscher

Historicus en schrijver

Gepubliceerd op: 18 januari 2006

Update 7 april 2020

539 p. Bert Bakker, euro 39,95
Na het register bij dit boek volgt een kaartje van Rotterdam en omstreken, waarop de lezer die het spoor even bijster is de bedrijven van Cornelis Verolme (1900-1981) kan terugvinden. Dat is geen overbodige luxe. Gefrustreerd door vernederingen – het lukte hem ook op het hoogtepunt van zijn macht niet serieus genomen te worden in het Rotterdamse havenwereldje – en gedreven door ambitie breidde Verolme zijn belangen in scheepsbouw en rederij steeds verder uit. Van Maassluis tot Alblasserdam, maar ook elders in de wereld, deed hij zaken.



De ‘lawaaiige’ parvenu Verolme, die in de verkeerde auto reed (een Cadillac!) en zich met sterk geurend lavendelwater besprenkelde, maakte zijn entree in de scheepsbouw in 1950. Met de min of meer tersluikse aankoop van een ‘boerenwerfje’ in Alblasserdam doorkruiste hij het beleid van het Maasstedelijk scheepsbouwkartel om kleine werven als deze op te kopen en vervolgens te sluiten, om zo de capaciteit in de regio te beperken. 
           
Met de nieuwkomer die een lange neus naar de elite maakte en de concurrentie aanging, had deftig Rotterdam het meteen helemaal gehad. Tegen zijn innovatief ondernemerschap wist men zich echter niet te verweren. Verolme trok zich van niets of niemand iets aan. Bij arbeidsonrust brak hij rustig het werkgeversfront in de metaal door apart met de bonden te gaan praten en hun eisen in te willigen. Zo werd hij bijvoorbeeld in 1964 indirect schuldig aan stakingen bij Wilton-Fijenoord en de RDM, waar men zijn bloed kon drinken. 
           
Uiteindelijk zou de ooit zo vooraanstaande Nederlandse scheepsbouw, Verolme niet uitgezonderd, de strijd met lagelonenlanden niet kunnen volhouden. In een spoedig daarna begonnen periode van dramatische neergang voor de hele scheepsbouw moest ook Verolme het hoofd buigen en werd zijn bedrijf door Rijn-Schelde overgenomen, waardoor de beruchte ‘sociale werkplaats’ RSV ontstond. In dit deel van haar relaas maakt de auteur duidelijk dat de pogingen van de rijksoverheid om dit soort zware industrie voor Nederland te redden even wanhopig als vergeefs waren. Een slordige 700 miljoen gulden aan staatssteun verdween in een bodemloze put. 
           
De definitieve val van zijn concern, gesymboliseerd in de ondergang van Rijn Schelde Verolme in 1983, heeft de landbouwerszoon uit Nieuwe-Tonge echter niet meer meegemaakt. Was dat wel zo geweest, dan zou hij zich in de parlementaire enquête naar het faillissement als een leeuw verdedigd hebben, op de toon van verongelijktheid waarmee Nederland vertrouwd was geraakt, met ‘een nare, schelle stem die door merg en been kon gaan [en] waarmee hij ook nog eens uitsluitend over zichzelf sprak’. 
         
Dekker heeft een boek geschreven dat uitmunt in helderheid en begrijpelijkheid, ook voor wie de havenindustrie niet van dichtbij kent. Haar oordeel over Verolme lijkt nuchter en fair. Zij is negatief over zijn eigenwijsheid en ijdelheid, zijn onvermogen fouten te erkennen en ervan te leren. Daar stond wat de auteur betreft een heleboel goeds tegenover, zoals visie, lef en doortastendheid. 
           
Verolmes jarenlange en wijd en zijd bekende buitenechtelijke relatie (met een vrouw met wie hij, na zijn echtscheiding, uiteindelijk trouwde) vindt zij alleen interessant voorzover de angst om zich voor die feiten voor God te moeten verantwoorden karakteristiek was voor het ambivalente karakter van haar hoofdpersoon. Per saldo vindt Dekker dat Verolme net als de andere Rotterdamse zakenman en politicus, de gerehabiliteerde Lodewijk Pincoffs, ooit nog eens een straat of plein naar zich genoemd zou moeten krijgen, maar ze vraagt zich af of Rotterdam die grootmoedigheid zal opbrengen. 
           
Slechts één aspect ontsiert deze fraaie studie, en dat is dat Dekker met goed schrijven geen genoegen neemt. Zij wil meeslepend zijn, en daar gaat het mis. In de proloog, die pakkend bedoeld is, maar uiteindelijk nergens over blijkt te gaan, en ook op andere momenten, vliegt de auteur als would-be thrillerschrijfster uit de bocht. Jammer dat zij geen meelezer had die haar daarvoor heeft behoed.

Doeko Bosscher is hoogleraar eigentijdse geschiedenis aan de Universiteit van Groningen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Je leest al voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Sport en gymnastiek moesten Nederlanders voorbereiden op oorlog
Sport en gymnastiek moesten Nederlanders voorbereiden op oorlog
Artikel

Sport en gymnastiek moesten Nederlanders voorbereiden op oorlog

Meer Nederlanders aan het sporten krijgen is al jaren overheidsbeleid, want bewegen is gezond. Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne is er een argument bijgekomen: sport bevordert de nationale weerbaarheid. Dit was meer dan een eeuw geleden zelfs de belangrijkste reden waarom onderwijzers en militairen pleitten voor verplichte gymlessen en meer sportaccommodaties. Fysieke...

Lees meer
Beatrice de Graaf
Beatrice de Graaf
Column

Beatrice de Graaf: ‘De beschaving sterft aan een netwerkinfarct’

Als de hedendaagse beschaving ten onder gaat, gebeurt dat niet door invallen van Vandalen. Noch door natuurrampen. En evenmin door een atoomoorlog. Maar het zal geschieden door overbelasting van webservers, telecomcentrales en data-opslagplaatsen. De afgelopen weken stonden de kranten vol nieuws over oorlog en conflict, nieuwe schermutselingen rond de Straat van Hormuz, een opleving van...

Lees meer
Vanuit een reddingssloep kijken bezoekers naar beelden van de Titanic.
Vanuit een reddingssloep kijken bezoekers naar beelden van de Titanic.
Recensie

Nieuwe Titanic-tentoonstelling draait vooral om spektakel

De rondreizende tentoonstelling Titanic: An Immersive Voyage is nu te zien in de Jaarbeurs van Utrecht. Het internationale entertainment bedrijf achter de tentoonstelling belooft met ‘innovatieve technologieën’ het verhaal van de scheepsramp tot leven te wekken. De makers hebben daarbij meer oog voor sensatie dan geschiedenis. Het eerste wat bezoekers bij binnenkomst zien is een...

Lees meer
Gesloten afdelingen van de East Birmingham Hospital tijdens de pokkenuitbraak in 1978.
Gesloten afdelingen van de East Birmingham Hospital tijdens de pokkenuitbraak in 1978.
Artikel

Hoe konden de pokken uit een Engels lab ontsnappen?

Een lek in een laboratorium veroorzaakte in 1983 een MKZ-uitbraak, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. Vijf jaar eerder ontsnapte er een veel dodelijker virus uit een lab. De WHO stond op het punt om de pokken uitgeroeid te verklaren, toen de ziekte plotseling opdook in de Engelse stad Birmingham. Het kostte de wereld 300...

Lees meer
Loginmenu afsluiten