• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 4/2003

    John F. Kennedy in Nederland

    ‘Iedereen lijkt hier op Juliana en Bernard’

    Door: Olivier Heimel
    De jonge John F. Kennedy bracht tijdens een wervelende Grand Tour door Europa in 1937 ook een bezoek aan Nederland. De Nachtwacht vond hij interessant, maar Den Haag 'nogal saai'. Tussen de brieven en bescheiden die biograaf Geoffrey Perret onderzocht voor het recent in Nederland verschenen Jack Kennedy. Een leven als geen ander zat ook een dagboekje, waarin de toen 20-jarige John F. Kennedy verslag deed van zijn bliksemreis door Europa. Vader Joseph adviseerde hem in 1937 snel nog even te gaan: 'Je moet maar eens een reisje door Europa maken voor ze daar beginnen te schieten.' Op een New Yorkse kade werd Johns Ford, zijn eerste auto, op het luxe lijnschip Washington gehesen en samen met zijn beste vriend Kirk LeMoyne ('Lem') Billings toog John Fitzgerald ('Jack') Kennedy op weg. In zijn bagage zat een in leer gebonden schriftje dat Jack van zijn zuster had gekregen. My Trip Abroad stond er voorgedrukt op de kaft. De reis zou ruim twee maanden in beslag nemen, en al die tijd hield Jack zijn belevenissen in dat boekje bij. Op 23 december 1975 schonk Jacqueline B. Onassis het dagboek aan de Kennedy Library in Boston, en daar ligt het tegenwoordig in een kluis.

    Wat weten we van de jonge Kennedy die op 31 juni afmeerde voor een spoedcursus Europa? Hij was rijk. Steenrijk. Vader Kennedy had een fortuin opgebouwd in de drankhandel en had grote plannen met Jacks oudste broer Joe, die president van Amerika moest worden. Later, toen Joe in de Tweede Wereldoorlog overleed, projecteerde vader zijn plannen op Jack, die hoe dan ook nooit 'gewoon' zou hoeven werken. In Jack Kennedy haalt Perret daar een anekdote over aan:
     

    'Klopt het dat u de zoon bent van de rijkste Amerikaan die er bestaat?' vroeg een kolenmijnwerker aan Kennedy, die de mijnen bezocht tijdens een van zijn latere campagnes.
    'Dat klopt denk ik wel,' antwoordde Kennedy.
    'En klopt het dat het u nooit aan iets ontbroken heeft? Dat u alles krijgt wat u wilt hebben?'
    'Ja, dat klopt.'
    'En klopt het dat u nooit ook maar één dag met uw handen hebt gewerkt?'
    'Ja,' zei Kennedy, 'dat klopt.'
    'Nou, ik kan u zeggen,' zei de mijnwerker, 'daar hebt u dan niets aan gemist.'


    Zijn vriend Lem Billings had hij in 1933 ontmoet op de deftige kostschool Choate. Lem was een stuk minder welgesteld, maar wel van goede komaf, want van moederszijde was hij in de verte verwant aan George Washington en van vaderszijde aan ene Le Moigne, een kunstenaar aan het hof van Lodewijk XVI. Na de vroege dood van zijn vader was de familie zo verarmd geraakt dat hij zijn verblijf op Choate eigenlijk niet kon betalen, maar hij werd door het schoolbestuur als een soort sociaal project geduld.
            
    Lem en Jack - ze noemden elkaar ook wel Moynie en Kenadosus - hadden één ding gemeen: ze hadden allebei een oudere broer, die ze maar moeilijk konden overtreffen. De atletische, maar slechtziende Lem was de betere sportman en Jack de charmeur, én de enige op school met een New York Times-abonnement. De twee stonden op Choate al snel bekend als 'Public Enemy Number One and Number Two'. Kennedy was nummer één. 'Muckers' noemde de rector hen eens in een donderpreek. Mucker betekende zoiets als 'proleet', maar in de letterlijke betekenis was het ook 'paardenpoepveger' - toen er nog geen auto's waren was paardenpoep scheppen een beroep. Als reactie stichtten de kwajongens een nieuw geheim genootschap, de Choate Muckers Club. Alle dertien leden waren tevens president, en als teken van verbondenheid droegen ze een kleine, in goud uitgevoerde strontschep om hun nek.

    Kloothommel
    Kennedy en Billings wisselden honderden brieven uit en bleven hun leven lang intiem bevriend. Hun vriendschap is intrigerend. Volgens Perret hield Lem stiekem van Kennedy en waren ze nooit helemaal gelijken: 'In zijn brieven beledigde hij Billings regelmatig: ''Hé LeMoan, hondenlul... kloothommel..." Het was ondenkbaar dat Billings met zijn tedere gevoelens voor Jack tegen hem ooit dergelijke woorden zou gebruiken. Ze hielden zich aan hun rol: Jack was de held, Lem de komische bijfiguur.' Toen Kennedy hem na zijn aantreden als president het staatssecretarisschap van Handel aanbood, zou Billings dat zelfs hebben afgewezen omdat antecedentenonderzoek van de FBI ongetwijfeld tot schrik van vrouwenman Jack zou kunnen uitwijzen dat Lem meer van mannen hield dan van vrouwen.
            
    Met deze vriend vertrok Jack Kennedy naar Europa, waar Billings vooral interesse toonde voor de oude gebouwen en Jack voor de mensen, die hij vroeg hoe ze dachten over president Roosevelt en de dreigende oorlog. Het werd een onvergetelijke reis. In Parijs bezochten ze de wereldtentoonstelling en woonden ze een mis bij, waarbij de handige Jack maar zes plaatsen van de Franse president Albert Lebrun af kwam te zitten en Lem ergens zonder uitzicht achterin. In Lourdes wordt Lem ziek, in plaats van beter. In het oude Carcassonne hing de stoere Kennedy aan een metershoge brug over een drooggelegde gracht. In de Baskische kustplaats St.-Jean-de-Luz verbleven ze bij een Harvard-studiegenoot en hoorden ze de verhalen aan van Spaanse overheidsnotabelen die Franco's bloedige burgeroorlog waren ontvlucht. In Biarritz zagen ze een stierengevecht en verbaasden ze zich vooral over de bloeddorstige moeder naast hen in het publiek.

    In Monte Carlo maakte Kennedy winst aan de goktafel en in Italië zagen ze een bijeenkomst van Mussolini, beklommen ze de toren van Pisa en mocht Kennedy op privé-audiëntie bij familievriend kardinaal Pacelli, de latere oorlogspaus Pius XII. In Duitsland ergerden ze zich aan de nazi's en kochten ze het dashondje Offie. Al snel vrezen ze dat Jack last heeft van een allergie voor hondenhuidschilfers. Bovendien kreeg hij in Duitsland voor het eerst last van zijn rug, een kwaal die hem zijn verdere leven zou achtervolgen. En toen, op 22 augustus, vertrokken ze naar Nederland. De paar dagen die ze daar doorbrachten maakten na deze reis weinig indruk, zoals blijkt uit onderstaande teksten uit Jacks verslag:

    Zondag 22 augustus
    Keulen-Amsterdam


    Opgestaan op de slechtste dag tot nu toe en voor het eerst op goede voet afscheid genomen van de vrouw. De vrouwen lijken het eerlijkst - gek eigenlijk. Naar de mis in de kathedraal geweest, werkelijk een hoogtepunt in gotische architectuur. Het mooiste wat we tot nu toe hebben gezien. Daarna naar Utrecht vertrokken op een van nieuwe snelwegen, de beste wegen ter wereld. Onnodig in Duitsland eigenlijk, omdat hier zo weinig verkeer is, maar ze zouden goed passen in Amerika, waar geen snelheidslimieten zijn. Rondgekeken naar andere honden en toen de grens naar Nederland overgetrokken, waar iedereen eruitziet als Juliana + Bernard.

    Prinses Juliana en prins Bernhard waren een halfjaar eerder getrouwd, op 7 januari 1937. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Joseph Kennedy ambassadeur voor de Verenigde Staten in Londen. Sindsdien hebben de Kennedy's vaak contact gehad met de familie Van Oranje.

    Belasting betaald bij het opgaan van de weg, in plaats van als toeslag op de benzine. Een goed idee, lijkt me, omdat het de bezine goedkoper maakt en het reizen goedkoper maakt, in elk geval voor toeristen. Ik denk overigens dat ook de geringe omvang van het land daar wellicht iets mee van doen heeft. Gestopt in Doorn en gezien waar de keizer woont, hoewel zijn landgoed helemaal met prikkeldraad is omgeven. Doorgereisd naar Amsterdam, waar we voor twee gulden verbleven.

    Maandag 23 augustus
    Amsterdam-Den Haag


    Opgestaan en rondgekeken of we nog een dashond konden vinden, zelfs naar de hondenmarkt geweest - maar helaas, geen geluk. Langs het museum geweest en Rembrandts beroemde Nachtwacht gezien, dat zo'n interessante historie heeft. 's Middags een test gedaan om te zien of het de hond is die me de hooikoorts gaf. Besloten dat het zo was en toen vertrokken naar Den Haag.

    De nacht in Den Haag was goedkoop, want ze verbleven bij het Leger des Heils voor slechts 40 cent.

    Dinsdag 24 augustus
    Den Haag-Antwerpen


    Opgestaan en bij de American Express op een man gestuit die geïnteresseerd was in overname van de hond. We besloten er even over na te denken en namen eerst een kijkje in Den Haag, dat nogal saai was.

    De hond verkocht voor 5 gulden en toen koers gezet richting Antwerpen, waar ik moeder collect belde, wat ons echter 60 francs kostte. Ik moet beter Frans leren.

    En weg waren ze. Het was hun laatste ontmoeting met Nederland - maar niet met Nederlanders, zo tekende David Michaelis op in zijn vriendschapsbiografie The Best of Friends. Op de boot terug naar Amerika ontmoette Kennedy een Nederlandse worstelaar, die vertelde dat hij onlangs in Zuid-Afrika tot wereldkampioen was uitgeroepen en dat hij nu, op weg naar een nieuwe titelstrijd in New York, naarstig op zoek was naar een sparringpartner, die allicht kon dienen als een korte warming-up. De scheepskok had hij reeds getest en te licht bevonden, maar gelukkig had de jonge Kennedy wel iemand op het oog.
            
    'Mijn beste vriend LeMoyne Billings,' blufte Kennedy over zijn maatje, die op school inderdaad niet onverdienstelijk kon worstelen, 'heeft al een stuk of vier prestigieuze toernooien gewonnen.' Met verve dikte hij Billings' worstelcarrière steeds iets meer aan, en natuurlijk ging de Nederlander akkoord met een gevecht.
            
    'Ik heb in de sportzaal iemand ontmoet die competitie nodig heeft van een goede worstelaar,' zei Kennedy later in de scheepssalon tegen Billings. Die vroeg zich af wat voor worstelaar nu toch zo fanatiek was dat hij competitie nodig had om in vorm te blijven, maar hij ging akkoord. En zo trad de nietsvermoedende - en slechts 87 kilo zware - Billings de volgende dag aan tegen de zeker 50 kilo zwaardere wereldkampioen. Het werd een slachtpartij, maar Kennedy zou later zeggen dat niets hem ooit meer plezier had gedaan dan de aanblik van zijn allerbeste vriend die de rest van de reis - dag in dag uit - op de mat werd geworpen door de Nederlandse bruut. En ziedaar, zo kreeg ons land tot nog één blijvende Kennedy-connectie.

    Met dank aan Jan-Alexander Heimel en Henri de By.

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen