Home Jan de Koning: nuchtere en aimabele bruggenbouwer van het CDA

Jan de Koning: nuchtere en aimabele bruggenbouwer van het CDA

  • Gepubliceerd op: 27 februari 2024
  • Laatste update 21 mrt 2024
  • Auteur:
    Rob Hartmans
  • 3 minuten leestijd
Jan de Koning op het laatste ARP-congres, 1980

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Historischnieuwsblad.nl? U bent al lid vanaf €1,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

CDA-politicus Jan de Koning voelde zich meer op zijn gemak als ‘tweede man’. Toch speelde hij in de Nederlandse politiek jarenlang een belangrijke rol op de achtergrond.

Wie terugdenkt aan de Nederlandse politiek tussen 1970 en 1995, heeft vermoedelijk niet meteen het gezicht van Jan de Koning op het netvlies. Die denkt eerder aan figuren als Joop den Uyl, Dries van Agt, Hans Wiegel, Ruud Lubbers, een clown als Boer Koekoek, de met asbakken gooiende en onder invloed rijdende Henk Vredeling, of een om zijn snerende humor vermaarde stalinist als Marcus Bakker. Maar wil dat zeggen dat Jan de Koning (1926-1994) kleurloos was of iemand zonder politiek belang? Het klopt dat deze CDA-politicus minder aandacht trok dan bovengenoemde politici. Hij was nimmer partijleider en/of premier, en zijn privéleven gaf geen aanleiding tot krantenkoppen, maar in de schaduw speelde hij vaak een beslissende rol.

Meer recensies lezen? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

De Koning werd in 1926 geboren in het Overijsselse Zwartsluis, waar zijn gereformeerde vader gemeentesecretaris was en tien jaar later burgemeester werd. Op 17-jarige leeftijd raakte hij betrokken bij het verzet en verspreidde hij bonkaarten onder onderduikers, waarbij hij soms verkleed ging als meisje. Later deed hij onder meer mee aan een gewapende overval op het distributiekantoor van Oldemarkt. Na de oorlog meldde hij zich als vrijwilliger om tegen de Indonesische opstandelingen te vechten.

Terug in Nederland ging De Koning sociale geografie studeren en na enkele academische baantjes werd hij begin jaren zestig secretaris van de Christelijke Boeren- en Tuindersbond. In deze jaren werd hij ook actief voor de Anti-Revolutionaire Partij, waarvoor hij in 1969 in de Eerste Kamer kwam, om die twee jaar later te verruilen voor de Tweede Kamer. De Koning speelde een belangrijke rol bij de oprichting van het CDA, dat jarenlang de machtigste partij zou zijn. In 1977 werd hij minister van Ontwikkelingssamenwerking in het eerste kabinet-Van Agt, en in de twee kortstondige kabinetten die hierop volgden was hij minister van Landbouw en Visserij.

Toen Dries van Agt na de verkiezingen van 1982 aangaf dat hij niet opnieuw premier wilde worden, schoof hij De Koning naar voren als zijn opvolger. Maar die vond dat Ruud Lubbers dat moest worden. Hij voelde zich sowieso meer op zijn plaats als ‘tweede man’, en wegens zijn zwakke gezondheid heeft zijn Surinaamse vrouw daar vermoedelijk op aangedrongen. Als minister van Sociale Zaken droeg De Koning tot 1989 bij aan de versobering van de verzorgingsstaat.

De Koning was een nuchtere, pragmatische politicus, die zeer aimabel en een geboren ‘bruggenbouwer’ was. Dat hij allesbehalve een opportunist was, maar gedreven door heldere beginselen ook ferme en tegendraadse standpunten kon innemen, blijkt uit deze heldere en fraaie biografie.

‘Als het niet kan zoals het moet…’ Jan de Koning. Een biografie

‘Als het niet kan zoals het moet…’ Jan de Koning. Een biografie
Peter Bootsma
303 p. Boom, € 29,90
Bestel bij Libris.

Openingsafbeelding: Jan de Koning op het laatste ARP-congres, 1980.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 3 - 2024