• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 12/2013

    INTERVIEW: Martin Bossenbroek over de Koude Oorlog

    ‘Links én rechts hebben nog wat uit te leggen’

    Door: Mirjam Janssen

    ‘Heimwee naar de tijd van de Koude Oorlog vind ik begrijpelijk, maar bedenkelijk. Het is ahistorisch geredeneerd,’ zegt Martin Bossenbroek (1953), universitair hoofddocent politieke geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. ‘Vergeleken met voortdurende terroristische dreigingen in het heden lijkt het een overzichtelijke periode. Je kunt zeggen: toen wist je dat de Russen uit het oosten konden komen en dat je je daartegen moest beschermen. Maar dan ga je voorbij aan de moeilijke morele keuzes die voortdurend moesten worden gemaakt als gevolg van het Oost-Westconflict.’

    Nederland in de Koude Oorlog

    Bossenbroek werkte aan een boek over Nederland tijdens de Koude Oorlog, dat in 2014 verscheen. Hij heeft ook een lezing over deze periode gehouden tijdens een collegedag van Historisch Nieuwsblad. Samen met colleges van drie andere historici is deze opgenomen in de cd-box De Koude Oorlog.

    In 2013 won Bossenbroek de Libris Geschiedenis Prijs voor zijn boek De Boerenoorlog. Zijn nieuwste schrijfproject gaat dus over een totaal andere kwestie. ‘Ik ga altijd uit van mijn eigen nieuwsgierigheid en verbazing. Ik houd van grote onderwerpen waarin ik de dramatische mogelijkheden van individuen kan gebruiken. Net als De Boerenoorlog wil ik het boek over de Koude Oorlog ophangen aan personen. Al is dat lastiger, omdat de Koude Oorlog een veel langere periode bestrijkt dan de Boerenoorlog. Ik denk nog na over een goede verhaalstructuur.’
              
    Direct na de oorlog had de CPN een flinke aanhang. De communistische krant De Waarheid was zelfs even de grootste van Nederland. Aanvankelijk leken communisten en niet-communisten in Nederland met elkaar te kunnen samenwerken. Dat kwam ook doordat Nederland na de oorlog niet meteen volledig achter de Verenigde Staten ging
    staan.

    De Amerikanen stuurden aan op de onafhankelijkheid van Indonesië en Nederland was daar verbolgen over. Pas in 1949 waren communisten en niet-communisten zo ver uit elkaar gegroeid dat het contact volledig werd verbroken. Kort daarna, in de Korea-oorlog, legde Nederland zich neer bij een volgzame houding ten opzichte van de VS.
     

    Geen angst voor een Russische inval           

    Lang niet alle Nederlandse militair deskundigen en politici deelden het schrikbeeld van een Russische inval. Minister-president Willem Drees (PvdA), bijvoorbeeld, was niet bang dat de Russen opeens aan de grens zouden staan. ‘Wel vreesde hij ondermijnende acties van de CPN, waardoor er van binnenuit een machtsovername zou komen,’ zegt Bossenbroek. ‘Dat scenario dreigde ook in Frankrijk en Italië. Maar in Nederland kregen de communisten niet zoveel aanhang dat ze werkelijk een gooi naar de macht konden doen.’
     

    In Nederland kregen de communisten niet zoveel aanhang dat ze werkelijk een gooi naar de macht konden doen           

    Nederland sloot zich nooit van harte aan bij het Amerikaanse kamp. ‘Maar als je in die tijd niet voor de Sovjet-Unie koos, betekende dat automatisch een keuze voor de VS. Dat bracht ministers in ongemakkelijke situaties, want de VS gedroegen zich niet overal even netjes. De CIA schrok niet terug voor illegale praktijken in andere landen. Vanaf de jaren zestig hadden vooral veel jonge Nederlanders kritiek op het Amerikaanse optreden in de wereld. Zo hadden ze moeite met de steun voor de rechtse regimes in Spanje, Portugal en Griekenland, die voortvloeide uit de band met Amerika.’
               
    Rond 1980 begon de Vredesbeweging zich sterk af te zetten tegen Amerika. De aversie werd in de hand gewerkt door het gedrag van de Republikeinse president Ronald Reagan, die de verhouding met de Russen op scherp zette. ‘Reagan wilde de Koude Oorlog winnen. Dat wekte weerzin in Nederland en leidde begin jaren tachtig tot massale protesten tegen de plaatsing van kruisraketten. Het was de periode van de Hollanditis, zoals de Amerikanen het noemden. Zij verweten Nederland dat het voor een dubbeltje op de eerste rang wilde zitten; dat het wel de lusten van het bondgenootschap wilde, maar niet de lasten. Het gedrag van Nederland bemoeilijkte in hun ogen de besprekingen met Rusland.’
     

    Geen afgesloten periode           

    De Koude Oorlog eindigde rond 1990 met de ineenstorting van de Sovjet-Unie en andere Oostbloklanden. ‘Daarna was de ban gebroken. Nederland zat niet meer met die morele keuzedwang tussen de twee grootmachten.’
     

    De Koude Oorlog eindigde rond 1990 met de ineenstorting van de Sovjet-Unie 

    Toch is de Koude Oorlog geen afgesloten periode. ‘In de jaren negentig riep onder meer Frits Bolkestein van de VVD om een afrekening. Het idee was dat het communisme had verloren en dat er ruim baan moest komen voor Amerikaanse waarden. Degenen die ook maar even met het communisme hadden gesympathiseerd moesten zich verantwoorden. En nog steeds keert die roep om verantwoording op gezette tijden terug.’ Naast dit ‘foute’ links kan ook ‘fout’ rechts nog altijd op kritiek rekenen. Het gaat dan om degenen die al te fanatiek jacht zouden hebben gemaakt op de communisten, zoals de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD).
               
    Overigens is de bewegingsvrijheid van Nederland sinds de Koude Oorlog niet in alle opzichten groter geworden, meent Bossenbroek. ‘Als klein land en handelsnatie blijven we voor onze vrede, welvaart en politieke speelruimte afhankelijk van andere landen. Wat dat betreft spreekt de weinig zelfbewuste opstelling van Rutte ten opzichte van zowel Obama als Poetin boekdelen.’