Home Interview Maarten van Rossem

Interview Maarten van Rossem

  • Gepubliceerd op: 30 jun 2009
  • Update 02 mei 2023
  • Auteur:
    Geertje Dekkers

‘Ik houd van de Verenigde Staten omdat zij het enige land zijn, afgezien van Nederland, waarnaar ik wel eens heimwee heb,’ schrijft Maarten van Rossem in zijn nieuwste boek. ‘Ik heb heimwee naar Manhattan, naar het straatrumoer met de eeuwige politiesirenes en naar het gevoel dat daar steeds iets belangrijks aan de hand is.’ Maar ook: ‘Ik heb heimwee naar een dorp in Montana dat ik tegen zonsondergang binnenreed en waar de beheerder van het enige, piepkleine motel niet wilde geloven dat ik vandaar direct en automatisch naar Nederland kon bellen.’

Maar iedereen die de historicus Van Rossem een beetje volgt, weet ook dat hij veel kritiek heeft op Amerika. Op ‘de schijnheilige irrelevantie van de Amerikaanse politieke retoriek’ bijvoorbeeld, en op alle fouten die de neoconservatieven de afgelopen jaren maakten. Het eerste hoofdstuk van zijn nieuwe boek In Amerika heet dan ook ‘Waarom ik van de Verenigde Staten houd, waarom ik de Verenigde Staten afwijs’.

Een belangrijk punt van kritiek op de Amerikaanse politiek is de herhaalde schromelijke overdrijving van de gevaren van buitenaf. ‘Dat is een patroon,’ zegt Van Rossem: ‘Denk bijvoorbeeld aan NSC 68.’ Dat was een document van de National Security Council, dat een belangrijke rol speelde in de Koude Oorlog. Volgens de auteurs was de Sovjet-Unie een totaal nieuw soort vijand, onvergelijkbaar met enige andere vijand uit de geschiedenis. Rusland was eropuit om de hele wereld te onderwerpen, aldus het rapport.

‘De grootst mogelijke lariekoek,’ vindt Van Rossem. ‘NSC 68 is opgesteld om meer geld voor defensie te krijgen. Sinds het einde van de Koude Oorlog is de militaire begroting zelfs hoger dan de begrotingen van alle andere landen bij elkaar. Een beetje komiek.’

De regering-Bush zette de traditie van overdrijving voort en stortte de Verenigde Staten in de ‘contraproductieve’ oorlog in Irak. ‘Amerika zou zijn hele buitenlandse politiek moeten heroverwegen,’ vindt Van Rossem. ‘Het land moet zijn interventielust beteugelen. Steeds opnieuw probeert het weer ergens een democratie te vestigen zonder de situatie goed te kennen.’

Vanwege de fouten van de afgelopen jaren zijn Bush en de zijnen wel vergeleken met de nazi’s. Historici moeten meestal weinig hebben van die vergelijking, maar Van Rossem wijdt er toch een hoofdstuk aan. Er zijn parallellen, vindt hij: de regering-Bush heeft martelingen gelegaliseerd, misbruik gemaakt van zijn macht door bijvoorbeeld het nieuws te manipuleren en gelogen over beleidsvoornemens. Toch is er een wezenlijk verschil tussen Duitsland in 1933 en Amerika na 11 september: ‘Er waren vrije verkiezingen,’ zegt Van Rossem. ‘Dat is een gigantisch, maar vooral essentieel verschil. Bovendien waren het wel schurken, maar toch geen nazi’s.’

In Amerika is een gevarieerd boek: er staat een hoofdstuk in over de geschiedenis van de atoombom, maar ook een over de Amerikaanse ‘zonderlinge cultus’ rondom vlaggen. ‘Hoe groter de vlag, des te groter de vaderlandsliefde. Deze infantiele redenering bereikte een passend hoogtepunt tijdens Reagans eerste termijn, toen op Flag Day 1983 een groot deel van de Mall in Washington werd bedekt met een vlag die zeven ton woog en waarvan de sterren een doorsnee hadden van ruim vier meter.’

Rode draad in het boek is – behalve Van Rossems kritiek op George W. Bush en zijn fascinatie voor Amerikaanse verkiezingen – de kritische, soms ironische blik waarmee Van Rossem bekend is geworden. Graag haalt hij breed gedeelde opvattingen onderuit met behulp van feiten. Neem de stelling dat de Verenigde Staten verslaafd zijn aan olie uit met name het Midden-Oosten. Dat valt wel mee, rekent Van Rossem voor: slechts 4 procent van alle in Amerika gebruikte energie komt daarvandaan.

Niet iedereen kan deze aanpak waarderen. Sterker nog: er zijn Van Rossem-liefhebbers en -haters, en daartussenin zit weinig. Waar komt die weerstand toch vandaan? ‘Naar mijn mening komt het doordat die mensen een gestoorde relatie met de werkelijkheid hebben,’ zegt Van Rossem. ‘Ze houden niet van cijfers die hun ongelijk geven. Ik relativeer zaken door het perspectief iets breder te trekken dan de gebeurtenissen van de afgelopen dagen of maanden.’

Van het algemene publiek heeft Van Rossem nu eenmaal geen heel hoge verwachtingen en daarom maakt hij zich grote zorgen over de toekomst van de parlementaire democratie. ‘We discussiëren in Nederland al veertig jaar over de vraag of de democratie wel goed werkt. Een directere democratie met meer referenda is geen goed idee, vanwege de domheid van de kiezers. Dat zie je bijvoorbeeld in Californië: daar stemmen ze voor belastingverlaging én voor uitbreiding van de overheid. Dat daar een tegenstelling in zit, zien ze niet.’

Van Rossem is dan ook een fel tegenstander van populisme: ‘De politiek moet niet meewaaien met kiezers die absoluut niet weten waar ze het over hebben. Het is misschien absurd dat juist ik het zeg, maar soms zou ik willen dat de verzuiling terugkwam.’

Helemaal afgeschreven heeft hij Nederland nog niet, blijkt als hij moet kiezen tussen Nederland en de Verenigde Staten: ‘Nederlanders zijn enorm tevreden over hun bestaan. Voor de modale burger is Nederland een veel prettiger land om in te wonen dan Amerika: de Verenigde Staten worden geregeerd door miljonairs voor miljonairs.’

In zijn boek verwoordt Van Rossem het zo: ‘Zou ik in de Verenigde Staten willen wonen, in een aardig appartement op Manhattan, met een goed functionerende creditcard? Ja, direct, als ik maar wel elk jaar negen maanden terug mag naar Nederland.’

Maarten van Rossem, In Amerika, 224 p. Nieuw Amsterdam, € 17,95

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel leest u historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Nu de eerste maand voor maar 1,99.

Nieuwste berichten

Manstein aan het front in 1942
Manstein aan het front in 1942
Recensie

Hitler bedacht zelf het aanvalsplan tegen Frankrijk, blijkt uit dagboek van generaal

Militair historicus Roman Töppel heeft zes jaar van zijn leven gegeven om de oorlogsdagboeken en brieven van generaal Erich von Manstein door te spitten en vrijwel integraal uit te geven. Het eerste van drie delen is uitgebracht en beslaat de periode 1939 tot voorjaar 1941. Alleen al het lezen was een titanenklus, want Mansteins handschrift...

Lees meer
DEA-agenten verbranden hasj in Afghanistan, 2007
DEA-agenten verbranden hasj in Afghanistan, 2007
Artikel

Amerika voert een eindeloze ‘war on drugs’

De Amerikaanse president Richard Nixon kondigde in 1971 zijn ‘war on drugs’ aan. Sindsdien zijn er honderdduizenden mensen omgekomen, vooral in Latijns-Amerika. Donald Trump heeft het geweld verder laten escaleren. Hij noemt drugshandelaren ‘narcoterroristen’ en doodt hen zonder vorm van proces. Op 20 april 2001 schoot de Peruaanse luchtmacht een Cessna uit de lucht, een...

Lees meer
Natuurkundige Leo Szilárd
Natuurkundige Leo Szilárd
Interview

Oekraïense historicus: ‘Nucleaire blufpoker leidt tot ongelukken’

In zijn boek Het atoomtijdperk pleit de Oekraïense historicus Serhii Plokhy voor herstel van ‘het angstevenwicht’. Volgens hem leidde het concept van gegarandeerde wederzijdse vernietiging decennialang tot een balans tussen de grootmachten. En die vrees moet terug, want ‘het ontbreken van een angstevenwicht moedigt agressie aan’. In 1986, toen de reactor van de kerncentrale van...

Lees meer
Amerikaanse agenten brengen Noriega over de naar de VS
Amerikaanse agenten brengen Noriega over de naar de VS
Interview

‘Ook de arrestatie van de Panamese leider Noriega in 1989 was volkenrechtelijk illegaal’

De aanval op Venezuela en de ontvoering van president Nicolás Maduro doen denken aan de invasie van Panama in 1989, waarbij Amerika de militaire leider Manuel Noriega gevangennam. Ook toen gebruikte het Witte Huis drugshandel als legitimering, vertelt academicus Pablo Isla Monsalve. ‘Maar de VN veroordeelde de actie als een illegale interventie.’ Op 15 december...

Lees meer
Loginmenu afsluiten