Home IN BEELD: Textielgiganten

IN BEELD: Textielgiganten

  • Gepubliceerd op: 24 juni 2013
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Annemarie Lavèn

In het Enschede van nu is nauwelijks meer iets te zien van het roemruchte textielverleden. Fabrieken zijn gesloopt, schoorstenen neergehaald. Toch heeft de stad veel te danken aan de textielbaronnen van weleer, en met name aan één familie: de textielfamilie Van Heek.

Twente bood een ideale voedingsbodem voor de fabricage van textiel. Er stroomden vele beken, wat handig was voor wassen en bleken. Dichtbij lagen Duitse kolenmijnen, nodig voor het aandrijven van de machines. Per spoor kon zowel het westen van het land als de Duitse markt bediend worden. In Enschede was de textielindustrie echter nog marginaal. 

Paradoxaal genoeg veranderde dat door de grote stadsbrand in 1862, waarbij een aanzienlijk deel van de stad in de as werd gelegd. Een van de drijvende krachten achter de wederopbouw was de familie Van Heek. Zij investeerde veel geld in de stad. De Van Heeks bouwden nieuwe fabrieken en kochten de modernste machines, waardoor de productie flink omhoogschoot. 

Rond 1900 stonden er tal van nieuwe textielfabrieken rond de heropgebouwde binnenstad. Niet alleen van de Gebr. van Heek en Van Heek & Co (het bedrijf was inmiddels gesplitst in twee takken), maar ook van Scholten, Jannink, Blijdestein & Co en vele anderen. Het waren vrijwel allemaal familiebedrijven. Zoons en schoonzoons kwamen binnen de onderneming te werken, of er werd voor hen een nieuwe bedrijfstak opgericht. 

De Van Heeks waren uitstekende ondernemers met een scherpe neus voor slimme producten. Dankzij uitgekiende overnames groeide hun imperium in de eerste decennia van de twintigste eeuw enorm, evenals het familievermogen. De familie kocht tal van landgoederen in de directe omgeving van Enschede en bouwde prachtige villa’s. 

Maar de Van Heeks voelden zich ook verantwoordelijk voor hun arbeiders. Ze zorgden voor voorzieningen als een ziekenfonds, een school, een badhuis en nieuwe wegen, en ze legden openbare parken aan waarin de arbeiders na zes zware fabrieksdagen op zondag konden ontspannen.

De patriarchale opstelling van de Van Heeks botste echter met de toenemende sociale onrust. Er was in industriestad Enschede nauwelijks een middenklasse, waardoor de ongelijkheid tussen de in armoedige omstandigheden levende textielarbeiders en de rijke fabrikanten, des te meer in het oog sprong. 

Massale stakingen braken uit bij de grootste fabriek, Van Heek & Co. Er werd keihard tegen opgetreden. Toch moest het bedrijf aan de eisen van de arbeiders tegemoetkomen en zich rigoureus aanpassen om de crisisjaren door te komen. 
Na de oorlog beleefde de textielindustrie opnieuw een grote bloei, maar al snel bleek de concurrentie uit lagelonenlanden moordend. Met fusies en andere kunstgrepen probeerden de Van Heeks het hoofd boven water te houden, maar het was tevergeefs. In 1967 sloot Van Heek & Co de poorten. De sluiting betekende het einde van de Nederlandse textielindustrie. 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.