Home IN BEELD: Suriname en Desi Bouterse

IN BEELD: Suriname en Desi Bouterse

  • Gepubliceerd op: 25 september 2014
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Annemarie Lavèn, Alies Pegtel

Bijna veertig jaar is Suriname inmiddels onafhankelijk. De relatie met Nederland is nog altijd moeizaam. Het helpt niet dat de Surinamers in 2010 voormalig dictator en cocaïnehandelaar Desi Bouterse tot president kozen.
 

 
Na bijna 300 jaar kolonisatie werd Suriname dankzij het kabinet-Den Uyl een onafhankelijke republiek. Op 25 november 1975 kreeg het land 3 miljard gulden ontwikkelingsgeld om het zelf te rooien. Niet alle Surinamers zagen het zitten; tienduizenden verhuisden naar Nederland.

De vreugde over de onafhankelijkheid bekoelde door de slechte economie en de welig tierende corruptie. Om de onvrede te beteugelen, vervroegde de eerste premier Henck Arron de verkiezingen naar maart 1980. Dit voorkwam niet dat Desiré Delano (Desi) Bouterse op 25 februari 1980 een staatsgreep pleegde. De ‘Sergeantencoup’ luidde de start in van een militaire dictatuur die tot 1988 zou duren.

In oktober 1982 ontving Bouterse Maurice Bishop, de marxistisch-leninistische president van Grenada. De Surinaamse vakbonden vonden dat maar niets en legden het land plat. Bishop, maar ook Bouterse, voelde zich geschoffeerd. Weldra volgden represailles: op 7, 8 en 9 december werden op het kantoor van Bouterse vijftien prominente critici vermoord, onder wie vakbondsleider Cyrill Daal.

Nederland stopte hierna de ontwikkelingshulp. Ook intern was er verzet tegen Bouterse; vanaf 1986 raakte het leger in gevecht met het junglecommando van Ronnie Brunswijk. Dieptepunt in de Binnenlandse Oorlog was de massamoord in het dorpje Moiwana in 1986, waar ten minste 39 onschuldige burgers werden vermoord door de militairen.

In een poging de democratie te herstellen werd Ramsewak Shankar in 1987 de eerste gekozen president van Suriname. Het stoorde Bouterse – nog altijd legerleider – dat de president de band met Nederland wilde verbeteren. Op 24 december 1990 pleegde Bouterse een ‘telefooncoup’: per telefoon liet hij Shankar weten dat hij hem afzette.

Krachtiger was president Ronald Venetiaan, die op 7 september 1991 werd gekozen. Hij drong de macht van het leger terug en verving Bouterse als bevelhebber. In 1996 werd Venetiaan opgevolgd door Jules Wijdenbosch, die een hoge staatsschuld veroorzaakte.

De terugkeer van Venetiaan in 2000 haalde Suriname uit het slop en bracht economisch herstel. Ook de relatie met Nederland verbeterde. Tot Suriname de legerleider in juli 2010 tot president koos. Hij was alleen welkom in ons land als hij eerst zijn celstraf zou uitzitten: elf jaar eerder was hij bij verstek veroordeeld tot zestien jaar gevangenisstraf vanwege cocaïnehandel. Bouterse was niet onder de indruk: hij weigert nog steeds de Nederlandse ambassadeur in Suriname te ontvangen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.