Home Hoge bloeddruk en echtelijke ontrouw

Hoge bloeddruk en echtelijke ontrouw

  • Gepubliceerd op: 22 september 2003
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Piet Emmer

Met eigen ogen. Een hedendaagse kijk op de Surinaamse slavernij onder redactie van Clark Accord en Nina Jurna. 96 p. KIT Publishers, euro 10,00

Tree of Forgetfulness/ Boom der vergetelheid/ l’arbre de l’oubli/ a bon fu frigiti door Laura Samson Rous en Hans Samson. 150 p. KIT Publishers, euro 29,50



Aan de slavernij lijkt nooit een eind te komen. Daarmee doel ik niet op Afrika en Azië, waar vandaag de dag nog steeds mensen worden verkocht, maar op de nakomelingen van de plantageslaven in de Nieuwe Wereld. Van de feodaliteit, de standenmaatschappij en de droevige uitbuiting van vrouwen en kinderen in Europa mag dan niets meer te merken zijn, voor de plantageslavernij in de Nieuwe Wereld lijkt dat niet op te gaan. De nakomelingen van de plantageslaven zouden er nog steeds de negatieve gevolgen van ondervinden. Aan dat slavernijverleden kan blijkbaar alles worden toegeschreven wat er maar met een mens fout kan gaan: gebroken gezinnen, echtelijke ontrouw, criminaliteit, slechte schoolprestaties, hoge bloeddruk en nog veel meer.

In Met eigen ogen proberen de nazaten van de Surinaamse plantageslaven te bewijzen dat de slavernij nog niet voorbij is, maar geen van de ondervraagden slaagt daarin. Inderdaad husselde de plantageslavernij vele etnische groepen door elkaar, maar dat deden de vele migraties in Afrika en Europa ook. Tienerzwangerschappen en buitenechtelijke geboorten komen onder de verre nakomelingen van de slaven relatief vaak voor, maar ook bij zwarte Zuid-Afrikaanse, blanke Deense en Noord-Amerikaanse tieners, wier voorvaderen niets met de plantageslavernij te maken hadden.

Dat de slaven in de Nieuwe Wereld meer Afrikaanse tradities zijn kwijtgeraakt dan de Afrikanen zelf, klopt evenmin. Een Ghanese hoogwaardigheidsbekleder op bezoek in Suriname beweerde onlangs precies het omgekeerde. Een van de pikantste interviews is ongetwijfeld het gesprek met Amma Asante, Amsterdams deelgemeenteraadslid en geboren in Ghana. Zij is zich bewust van het feit dat haar voorvaderen slaven hebben verhandeld. Maar voor haar is dat verleden afgesloten: ‘We have to move on.’ De roep om geldelijke genoegdoening vindt ze ’te plat voor woorden’.

Uit de interviews blijkt overigens dat de ondervraagden vaak geen idee hebben hoe de slavenhandel en de slavernij in elkaar staken, en de samenstellers hebben dat maar zo gelaten. Ze hebben evenmin de moeite genomen om die informatie op te nemen in voetnoten. Daardoor kan een geïnterviewde zonder tegenspraak beweren dat alle Nederlandse slavenschepen eerst naar Curaçao voeren. Een ander vindt het schandelijk dat de slaven uit Afrika zijn weggehaald zonder in de gelegenheid te zijn gesteld om ‘hun boeltje bij elkaar te pakken’. Hij heeft duidelijk geen idee onder welke omstandigheden de Afrikanen elkaar tot slaaf maakten. Ook worden de levensomstandigheden van de slaven in Afrika zonder enig bewijs als idyllisch afgeschilderd. Dat is in strijd met de feiten, want historisch onderzoek laat zien dat slaven in Afrika meer dan hun lotgenoten aan de andere kant van de oceaan te lijden hadden van rituele moorden, oorlogen en honger.

Het Afrikaanse aandeel in de slavenhandel en slavernij krijgt meer aandacht in het prachtige fotoboek Boom der vergetelheid, hoewel de bijschriften hun doel soms voorbijschieten. Zouden de auteurs zelf geloven dat op het pleintje voor het huis van slavenhandelaar Da Souza ‘miljoenen’ slaven zijn verhandeld? Ook in dit boek komen de gevolgen van de slavenhandel en slavernij ter sprake. De foto’s laten zien dat de nakomelingen van de slaveneigenaren en de slaven die in Afrika zijn gebleven, nu onder meer wonen in een stad als Cotonou in Benin: een droevige verzameling stoffige sloppenwijken van golfijzeren krotten. Een andere foto toont de verre nazaten van de Surinaamse plantageslaven op het besneeuwde, maar keurige aangeharkte, veilige en welvarende Bijlmerplein in Amsterdam. Het kan raar lopen in de geschiedenis.

Piet Emmer is bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de Europese expansie in het Atlantisch gebied aan de Universiteit Leiden. Hij is auteur van ‘De Nederlandse slavenhandel. 1500-1850’.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.