• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    donderdag 18 december 2014

    Het vergeten verhaal van de Indische Joden

    Door: Sietske van der Veen

    Joden die terugkeerden uit Nederlands-Indië na de Tweede Wereldoorlog stuitten op een muur van onbegrip: voor hun verhalen was naast de Shoah geen plaats. Het Joods Historisch Museum brengt met de tentoonstelling Selamat Sjabbat hun vergeten geschiedenis in beeld. Op 14 december jl. verzorgde museaal leider Hetty Berg een lezing over het lot van de Indische Joden.


    Een allegaartje van oud-Indiëgangers – vooral chique oudere dames – verzamelt zich in de Indische zaal van Museum Bronbeek, een landgoed tussen glooiende heuvels aan de rand van Arnhem. Op een groot scherm komen foto’s voorbij van het Nederlands-Indië van weleer. Ebbenhouten ornamenten sieren de zalen en gangen, portretten van koloniale heersers hangen aan de muur. In stoffige vitrines liggen talloze decoraties van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL).

    ‘Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog woonden ongeveer drie- tot vijfduizend Joden in Nederlands-Indië op een totale bevolking van 70 miljoen,’ vertelt Hetty Berg. ‘Tot eind achttiende eeuw werden Joden niet toegelaten in Indië door de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Volgens de Compagnie was het land geen plek waarin Joden konden gedijen. Toen Nederlands-Indië in de negentiende eeuw echt een kolonie werd van het Koninkrijk Nederland gingen ook Joden werken voor het gouvernement, bijvoorbeeld in het KNIL.’

    Door hun verhuizing naar Indië behoorden de Joden plotseling tot de blanke bovenlaag van de bevolking. Tussen de Indo-Europeanen en de ‘inlanders’ gaapte een aanzienlijk gat. Berg: ‘Je had echter ook verschillende groepen Joden: de Nederlandse, de Duits-Oostenrijkse op de vlucht voor het nationaalsocialisme en de Irakese of Bagdadjoden, die zich ten behoeve van de handel overal in de archipel vestigden.’

    Het Joodse leven in Indië was niet gemakkelijk. Lange tijd was er geen enkele synagoge en ook geen Joodse begraafplaats. Bij gebrek aan rabbijnen leerde een enkeling zelf ritueel slachten, besnijdenissen uitvoeren en huwelijken voltrekken. ‘Een familie kreeg matses opgestuurd voor Pesach, maar die kwamen veel te laat. Toen ze besloten de matses te bewaren bleken ze het jaar daarop opgegeten door beestjes. Daarna kwamen ze wel op tijd, maar vierde de familie voor de zekerheid maar Pesach in december,’ vertelt Berg. Het publiek lacht hartelijk.

    Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak in Europa, groeide ook de onrust in Nederlands-Indië. De inval van de Japanners eind 1941 betekende internering, maar in het begin nog geen aparte behandeling van Joodse Europeanen. De Japanners waren niet bekend met het antisemitisme, behalve uit obscure nazigeschriften over rassenleer. Berg: ‘Een Japanner liep wanhopig rond in het kamp met een karikatuur van een Jood die hij van Duitsers had gekregen, maar hij kon het plaatje niet rijmen met de mensen die hij daar zag.’
    Een Duitse delegatie die in april 1943 naar Nederlands-Indië kwam om te onderhandelen over oorlogsgrondstoffen oefende druk uit op de Japanners om Joodse geïnterneerden te registreren. ‘Ook Bagdadjoden en Duits-Oostenrijkse Joden werden vanaf dat moment geïnterneerd. In kamp Tangerang bijvoorbeeld zelfs in een aparte barak. De Japanners dachten graag in categorieën,’ vertelt Berg.

    Onder veel belangstelling toont ze beelden van spullen uit het kamp. Zo borduurde een vrouw een Hebreeuws liefdesgedicht voor haar man, en vergat daarbij niet hun verzekerings- en banknummers in de kantlijn te vermelden – zij kregen na de oorlog hun geld terug. Een andere ingezetene knutselde een spelletje ganzenbord voor haar kinderen: aan de finish had ze het eigen huis aan de vijver getekend.

    Enige onenigheid over wat er op de foto’s te zien is, wordt goedmoedig weggewuifd: ‘We bemoeien ons er allemaal mee,’ zegt een mevrouw. Het publiek weet het graag beter, maar Hetty Berg waardeert de input: ‘Alle herinneringen die mensen willen delen zijn waardevol,’ zegt ze. ‘Het museum wil zoveel mogelijk te weten komen over die tijd.’
    De meeste Joden keerden na de bevrijding voorlopig terug naar Nederland. De familie waarvan ze jaren afgesneden waren geweest, bleek in bijna alle gevallen vermoord. Toen Lou Schrijver de kaart aan zijn moeder retour kreeg met het opschrift ’21-12-’42 naar Duitschland’, wist hij genoeg.

    Het publiek spreekt schande van de dienstplicht die Nederlands-Joodse jongemannen dwong terug te keren naar Nederlands-Indië om te vechten in de politionele acties. Zij kregen een schamele speciale zorg – omdat de nazi’s hen, zo zei de Nederlandse regering ‘het recht om te leven hadden afgenomen’, maar dat was dan ook alles.

    Begin jaren zestig verdwenen de Bagdadjoden uit Indonesië, afgeschrokken door de Sinaï-oorlog en de spanningen in het Midden-Oosten verhuisden zij veelal naar Amerika, Australië en Israël. Hoewel het Jodendom in het Indonesië van vandaag geen erkende godsdienst is, treden er toch regelmatig mensen toe. Met schaarse middelen weten de Joden in Indonesië zich nog altijd staande te houden.

    Meer lezen? Bekijk onze themapagina over Nederlands-Indië.
    _____________________________________
    Link naar website JHM:  http://www.jhm.nl/actueel/tentoonstellingen/selamat-sjabbat