Home De keerzijde van Kerry’s medailles

De keerzijde van Kerry’s medailles

  • Gepubliceerd op: 23 aug 2004
  • Update 02 mei 2023
  • Auteur:
    Ruth Oldenziel

Het spook van Vietnam waart onmiskenbaar rond in de Amerikaanse verkiezingsstrijd. De oorlog is voor de Democratische kandidaat John Kerry zijn voornaamste kapitaal. Maar het politieke leven gunt helden zelden een onbesmet blazoen, aldus Ruth Oldenziel.

Joseph Ellis is een bekend Amerikaans historicus en winnaar van de Pulitzer Prize voor zijn boek over de grondleggers van de Verenigde Staten, Founding Brothers. Uitgerekend hij moest in 2001 toegeven dat hij zijn studenten aan het vrouwencollege Mount Holyoke had misleid met verhalen dat hij als paratrooper in Vietnam had gediend. De populaire hoogleraar had zichzelf niet alleen in Vietnam geplaatst, maar ook nog in een leidinggevende positie in de buurt van het historisch beladen Vietnamese dorp My Lai aan de zijde van generaal Westmoreland, opperbevelhebber van het leger in Vietnam. Hij had het verhaal herhaald in interviews op televisie en in de krant. In werkelijkheid had hij nooit Vietnamese bodem betreden en had hij zijn drie jaar dienstplicht doorgebracht met het doceren van Amerikaanse geschiedenis, thuis in Amerika aan de legeracademie West Point.

Hoe tragisch de loopbaan van deze gevierde historicus ook moge lijken, Ellis is zeker geen uitzondering. Er lopen in Amerika vele van deze wannabees rond, mannen met een deels uit schuldbesef ontsproten verlangen naar een fictief oorlogsverleden. Vietnam is nog altijd het ijkpunt voor een hele mannelijke generatie in Amerika, zeker voor diegenen die nu in de politiek, het leger en het culturele leven de dienst uitmaken. 

Onmiskenbaar waart het spook van Vietnam rond in deze verkiezingsstrijd. Met verwijzingen naar de historische analogie tussen Irak en Vietnam waarschuwen commentatoren ter linkerzijde dat Irak in de Amerikaanse verkiezingen in het najaar van 2004 een presidentieel moeras kan worden. De dreiging van een slepend conflict, met oplopende aantallen Amerikaanse slachtoffers, heeft alle kenmerken van de oorlog in Vietnam.

Opnieuw kan de supermacht wankelen door een overmatig geloof in militaire macht en superieure technologie, in plaats van het op juiste waarde schatten van internationale diplomatie en de noeste arbeid van modderige soldatenlaarzen op de grond. Opnieuw is er sprake van gedemoraliseerde troepen en is er op het thuisfront een afkalvend draagvlak voor een buitenlandse oorlog. En ook in de verlammende angst om zich terug te trekken en gezichtsverlies te lijden klinkt de echo van de oorlog die Amerika verloor in Vietnam.

Commentatoren ter rechterzijde van het politieke spectrum verwijzen het Vietnamese spookbeeld echter resoluut naar het rijk der fabelen. ‘No Nam,‘ bezweren ze. Er bestaat immers een groot verschil tussen beide oorlogen als het gaat om de militaire kant van de zaak. In Vietnam stond Amerika tegenover een goedgeorganiseerd en omvangrijk leger van de Noord-Vietnamezen onder leiding van een superieure strateeg, generaal Giap, en een charismatisch politiek leider, Ho Chi Minh. Was er in Vietnam sprake van twee staten, die zich beide gesteund wisten door grootmachten in een lang slepende oorlog, in Irak was de militaire overwinning doeltreffend en overrompelend. De snelle zege in Irak en de gelaten houding van de rest van de wereld wezen er bovendien op dat de macht van Amerika in de unipolaire wereld van na de Koude Oorlog een onomstotelijk feit is. 

Dolkstootlegende
Wie is realistischer, links of rechts? Militair gezien zijn er inderdaad grote verschillen. Toch speelt de beleving van het verleden een rol in het politieke en vooral het publieke bewustzijn. Om de Amerikaanse schrijver Mark Twain te citeren: ‘The past may not repeat itself, but it sure does rhyme.

      Vanzelfsprekend doet president Bush, die zijn diensttijd thuis in Amerika uitzat, er alles aan om de analogie met de Vietnam-oorlog verre van zich te houden. Als het gaat om het trekken van historische lessen haalt hij liever de triomfantelijke Tweede Wereldoorlog aan en de wederopbouw van Duitsland en Japan. Voor zijn Democratische tegenstrever, de veelgedecoreerde John Kerry, vormen Vietnam en de medailles die hij daar verwierf daarentegen zijn voornaamste politieke kapitaal.

      Dat imago kan ook rekenen op sympathie van rechts, want rechts koestert zijn eigen dolkstootlegende. Amerika verloor Vietnam niet door slechte politieke inschattingen, militaire blunders en een sterk gemotiveerde tegenstander. Politiek misbruik van het leger door Washington, de linkse en vooringenomen media, de vredesbeweging en de dienstweigeraars, díé waren debet aan het verlies.

      De mythe van de dolkstoot gaat nog verder. Zo is er bij velen een hardnekkig geloof in het bestaan van door de Amerikaanse regering vergeten soldaten, die nog steeds in de Vietnamese gevangenissen zouden zuchten. Ook deel van die mythe is het beeld dat vaderlandsminnende soldaten bij terugkomst in Amerika door vredesactivisten met minachting werden bespuugd. Geen van deze twee verhalen is door historische feiten gestaafd.

      Amerika’s dolkstootlegende vond zijn meest populaire verwerking in de Rambo-films, vooral in Rambo. First Blood Part II (1985). Daarin gaat de onbegrepen macho, vervreemd van de burgermaatschappij, op zoek naar zijn opzettelijk vergeten maten in Vietnam. Hij bevecht de Vietnamese jungle, maar vooral links Amerika en de verwijfde bureaucraten in Washington.

      Het Rambo-genre bood talloze Amerikanen een ontsnapping uit de trauma’s van de verloren oorlog en uitzicht op een wederopstanding van de gewonde Amerikaanse identiteit. De Republikein Ronald Reagan had al eerder de verkiezingen gewonnen met een evenzeer ideologische als politieke agenda waarin de restauratie van het Amerikaanse gevoel van eigenwaarde vooropstond. Snelle en voor Amerika pijnloze overwinningen in Grenada, Panama en de Golfoorlog bewezen, in de woorden van Reagans opvolger George Bush sr., dat ‘we kicked the Vietnam syndrome‘. 

Langharige vredesactivist

Hoe effectief deze revisionistische geschiedschrijving intussen is, blijkt uit de tweespalt rond de Democratische kandidaat. Er is een keerzijde aan elk van zijn medailles. Zo laten de Republikeinen gretig foto’s circuleren van de langharige vredesactivist Kerry die zich, teruggekeerd uit Vietnam, tot de anti-oorlogbeweging bekeerde. En het onderliggende culturele conflict is treffend verbeeld in een hilarische politieke film over de strijd tussen George Bush en John Kerry – op muziek van Woody Guthries ballad This Land Is My Land, This Land Is Your Land. Daarin beschuldigt Bush zijn Democratische concurrent er in onversneden rechts vocabulaire van een peacenik te zijn.

      Kerry’s standaardantwoord op alle problemen is dat hij in Vietnam als held heeft gevochten. Dat is onloochenbaar, maar het politieke leven is zelden bereid helden een onbesmet blazoen te gunnen. Er liggen nog heel wat boobytraps op Kerry’s pad. Een daarvan is nog maar mondjesmaat door de media uitgemolken: Kerry was ooit voorzitter van een onderzoekscommissie van de Senaat die de ‘verdwenen’ Vietnam-soldaten moest opsporen. Maar hij heeft die gelegenheid nooit aangegrepen om toe te geven dat er nog slechts dode, geen levende veteranenzielen zijn, en liet de legende voor wat hij was.

      Kerry’s dilemma lijkt aldus steeds op dat van een held uit een Griekse tragedie: alles kan zich tegen hem keren. Want in het huidige Amerika moet de veteraan die later vredesactivist werd daarover zwijgen om het presidentschap te kunnen winnen. 

In ‘Het Hoge Woord’ schrijven prominente historici korte historische beschouwingen naar aanleiding van de actualiteit. Ruth Oldenziel is Amerika-deskundige en hoogleraar aan de Technische Universiteit van Eindhoven
.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

‘Bestempel het Iraanse regime niet te snel als irrationeel’
‘Bestempel het Iraanse regime niet te snel als irrationeel’
Interview

‘Bestempel het Iraanse regime niet te snel als irrationeel’

Amerika en Israël zeggen dat Iran absoluut geen kernwapen mag krijgen, omdat de ayatollahs die onmiddellijk op Jeruzalem zullen afvuren als onderdeel van hun religieuze strijd. Is die angst terecht? Heeft het Iraanse regime een irrationele vernietigingsdrang? Arabist Maurits Berger (Universiteit Leiden) pleit voor een minder religieuze kijk. ‘Iran moet gezien worden voor wat het...

Lees meer
FvD-voorman Thierry Baudet houdt een toespraak bij een protest van Farmers Defence Force
FvD-voorman Thierry Baudet houdt een toespraak bij een protest van Farmers Defence Force
Artikel

FvD en extreem-rechts zijn Siamese tweelingen, ook al beweert Lidewij de Vos anders

Dat Forum voor Democratie zes kandidaten met een extreem-rechtse achtergrond verkiesbaar stelt op 18 maart, is geen bedrijfsongeval. Partijoprichter Thierry Baudet put al jaren uit fascistisch gedachtegoed, stelt historicus Robin te Slaa. De FvD ligt onder vuur sinds de onthulling door de Volkskrant op 3 februari, dat zes kandidaten van de partij voor de komende...

Lees meer
De moord op Theodora van der Kouwen en Leentje Beeloo. Afbeelding op de voorpagina van Geïllustreerd Politie-Nieuws
De moord op Theodora van der Kouwen en Leentje Beeloo. Afbeelding op de voorpagina van Geïllustreerd Politie-Nieuws
Historische sensatie

‘Iedereen kon met een hamer op de kop van Jut slaan’

Historicus Paul van der Steen schreef een boek over een geruchtmakende negentiende-eeuwse roofmoord. ‘Veel mensen waren boos omdat Hendrik Jut niet de doodstraf kreeg.’ Kent u de historische sensatie, zoals door Johan Huizinga omschreven?  ‘Zoiets overkwam mij toen ik tijdens mijn research naar de roofmoord op de Haagse weduwe Theodora van der Kouwen en haar dienstmeid Leentje Beeloo in 1872 op de oorspronkelijke plattegrond van de plaats delict stuitte. Twee weerloze vrouwen die op een decembernacht thuis bruut werden overvallen, de kranten...

Lees meer
‘Orbáns band met Rusland wringt vanwege de Hongaarse Opstand van 1956’
‘Orbáns band met Rusland wringt vanwege de Hongaarse Opstand van 1956’
Interview

‘Orbáns band met Rusland wringt vanwege de Hongaarse Opstand van 1956’

De Hongaarse premier Viktor Orbán schurkt tegen Poetin aan, maar dat lijkt hem in eigen land nauwelijks te deren. Koesteren de Hongaren geen wrok over het neerslaan van de Hongaarse Opstand in 1956? Toen de Hongaarse bevolking zich in 1956 probeerde te ontworstelen aan het Sovjet-communisme, stuurde Moskou tanks naar Boedapest. Honderden burgers kwamen om het leven en...

Lees meer
Loginmenu afsluiten