• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    donderdag 20 januari 2022

    Hannibals tocht legt geschiedkundige problemen bloot

    Interview met Jona Lendering

    Door: Amber Heemskerk

    Hannibals legendarische tocht door de Alpen is een van de bekendste verhalen uit de oudheid. De Carthaagse leider die met een groot leger soldaten én olifanten door de bergen trok, spreekt tot de verbeelding, maar oudhistoricus Jona Lendering ziet in Hannibals verhaal vooral een belangrijke waarschuwing voor de geschiedwetenschap. In Hannibal in de Alpen legt hij uit waarom we voorzichtig moeten zijn met informatie uit de oudheid. ‘Historici moeten kunnen zeggen dat sommige vragen onbeantwoord blijven.’

    Waarom gebruikt u Hannibals tocht om uw boodschap duidelijk te maken?

    ‘Dit is een verhaal dat veel mensen kennen: nog steeds associeert iedereen de olifant met Hannibal. Toch was de oversteek van deze Carthaagse leider allesbehalve zeldzaam. In de periode van 225 en 208 v.Chr. zijn vier van zulke oversteken bekend. Het record staat op naam van Alexander de Grote, die 90.000 man over de Hindoe Kush leidde. Hij ging met een veel groter leger over een veel hogere berg, onder veel moeilijkere omstandigheden. Het idee dat Hannibals tocht iets speciaal zou zijn geweest, laat zien dat er veel fout gaat in de oudheidkunde.’

    Hoe is Hannibal aan zijn onjuiste imago gekomen?

    ‘Historici die de Romeinse kant van de zaak bepleiten, stellen dat Hannibals oversteek in zijn tijd ondenkbaar was. In feite camoufleren ze de realiteit: de Romeinen hadden hun achterdeur open laten staan. Aan de andere kant staan historici die pro Carthago zijn. Zij presenteren Hannibal als een buitengewoon competente generaal die iets bovenmenselijks had geflikt. Dit is gewoonweg propaganda. In mijn boek probeer ik het verhaal naar menselijke proporties terug te brengen.’

    De historische bronnen over Hannibal zijn schaars, zowel in aantallen als in inhoud. Welke bronnen zijn er wel?

    ‘Er zijn twee antieke historici die tot in detail verhaalden over de tocht: Polybios en Livius. Het probleem van deze bronnen is dat ze volkomen hetzelfde zijn. Het idee bestaat dan ook dat Livius het werk van Polybios heeft overgeschreven en dat alle kleine afwijkingen elimineerbaar zijn. Dat idee, gangbaar als het is, klopt niet. We weten dat Livius zijn aanvullende informatie via een andere bron verkreeg. Hieruit rijst de vraag: wie was deze bron en hoe betrouwbaar was hij? Die vraag kunnen we helaas niet meer beantwoorden; het is onoplosbaar. In mijn boek wil ik aantonen dat historici moeten kunnen zeggen dat ze niet alles meer kunnen weten. Het is volkomen onwetenschappelijk om dergelijke vragen toch te willen beantwoorden.’

    Hoe betrouwbaar zijn de bronnen van Polybios en Livius?

    ‘Hun teksten kun je niet zonder meer gebruiken. Historici uit de oudheid hadden andere doelen dan wij tegenwoordig hebben. Zo wilde Livius zijn lezers inspireren tot moed, eerlijkheid en deugd. De ambitie om feiten te kennen was voor hem ondergeschikt aan een morele missie. Bij oudheidkundige bronnen als deze moet je je altijd afvragen voor wie de bron is geschreven en met welke reden.

    Zo schrijven Polybios en Livius beiden regelmatig over sneeuw, maar waar de een het over ‘sneeuw rond de bergtoppen’ heeft, schrijft de ander dat de soldaten door de sneeuw marcheerden. Wie van de twee had gelijk? Waar haalden zij hun informatie vandaan? Ook de antwoorden op deze vragen zijn onoplosbaar.’

    Hannibal in de Alpen is vooral een historiografisch werk. Is het boek ook voor niet-historici interessant?

    ‘Ja, want met dit boek wil ik mensen ervan overtuigen om altijd voorzichtig te zijn met informatie over de oudheid en om kritisch over de wetenschap na te denken. Wetenschap is een prachtig proces, maar juist door mijn liefde voor het vak ben ik erg sceptisch geworden over het functioneren van de geesteswetenschappen. Geesteswetenschappers durven zich zelden voor te laten staan op het methodische, op het wetenschappelijke van hun inzichten. Het gevolg is dat ze niet voor vol worden aangezien. Kijk ook naar musea die momenteel [januari 2022, AH] vanwege de coronacrisis hun deuren moeten sluiten, terwijl sportscholen wel open mogen. Veel musea zetten te eenzijdig in op het presenteren van kunst, terwijl er in cultuur ook een kennisaspect schuilt. Door dat niet te benadrukken, wordt geen speciale wetenschappelijkheid aan de geesteswetenschappen toegekend. Dat moeten academici zichzelf zwaar aanrekenen.’

    Wat gaat er volgens u fout in de oudheidkunde?

    ‘Studenten worden niet meer volledig genoeg opgeleid: ze specialiseren zich en weten veel over een heel klein aspect van de geschiedenis. Dit academische hyperspecialisme leidt tot onvoldoende brede artikelen. In mijn Hannibalboek beschrijf ik een team dat niet begrijpt hoe het probleem in elkaar zit, toch artikelen mocht publiceren, de PR-molen overuren liet draaien en door niemand werd teruggefloten. Er is een schreeuwcultuur ontstaan van onvoldragen wetenschappelijk onderzoek. Dat is precies wat ik wil illustreren in dit boek.  Als geschiedenis niet goed wordt uitgevoerd, leent het zich buitengewoon goed voor politieke manipulatie. De discussie over het verleden raakt steeds gepolitiseerder en daar maak ik me zorgen om.’

    Hannibal in de Alpen. Een puzzel uit de oudheid

    Jona Lendering

    129 blz. Omniboek, €20,-