Home FILM: Collaboratie en verzet in Theresienstadt

FILM: Collaboratie en verzet in Theresienstadt

  • Gepubliceerd op: 29 oktober 2013
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Jos van der Burg

Een nieuwe film van de 88-jarige Claude Lanzmann? Wie cynisch wil zijn, kan zeggen dat het drieënhalf uur durende The Last of the Unjust geen nieuwe film is, maar bestaat uit oud materiaal dat Lanzmann blijkbaar tegenkwam bij het opruimen van zijn archief. Maar wie de documentaire bekijkt, laat zijn cynisme snel varen. Want The Last of the Unjust is een goede aanvulling op Shoah, Lanzmanns meesterwerk uit 1985 over het mechanisme en de logistiek van de Jodenvernietiging. Hoe vermoord je in korte tijd 6 miljoen mensen? Shoah liet gedetailleerd zien hoe de Duitsers dat kunt organiseerden.


De Weense rabbijn Benjamin Murmelstein (1905-1989), die van december 1944 tot aan de bevrijding de kampoudste was in Theresienstadt, was in 1975 de eerste die Lanzmann interviewde voor Shoah. De maker sprak hem een week lang in Rome, waar Murmelstein sinds de oorlog woonde. Het leverde vele uren film op. Maar het interview bleek slecht in Shoah te passen, zodat Lanzmann het niet gebruikte. Achteraf is duidelijk waarom: het interview gaat niet primair over de Jodenvernietiging – het onderwerp van Shoah –, maar over collaboratie en verzet in Theresienstadt.

In het door Eichmann in 1941 opgezette ‘modelkamp’ was zogenaamd sprake van Joods zelfbestuur. Een twaalfkoppige Joodse Raad, met aan het hoofd de kampoudste, was verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken. Uiteraard lag de werkelijke macht bij de Duitse kampleiding, die de Raad, en vooral de kampoudste, gebruikte voor de uitvoering van haar gruwelijke plannen. Een van de taken was het opstellen van deportatielijsten. Benjamin Murmelstein werd in november 1944 de leider van de Joodse Raad, nadat zijn voorgangers Jacob Edelstein en Paul Epstein in respectievelijk 1943 en 1944 waren vermoord.

In The Last of the Unjust praat Murmelstein niet alleen over zijn leiderschap in Theresienstadt, maar ook over de periode kort voor de oorlog in Wenen. Hij zag daar met eigen ogen hoe Eichmann betrokken was bij de Kristallnacht, de aankondiging voor de latere Jodenvernietiging. Na de Kristallnacht was Murmelstein betrokken bij de emigratie van ruim 120.000 Oostenrijkse Joden. Van de 60.000 Joden die achterbleven, overleefden slechts 7000 de oorlog.

Murmelstein had voor de oorlog makkelijk zelf kunnen emigreren, maar deed het niet. Zelfs na de uitbraak van de oorlog in 1939 vloog hij van Engeland, waar hij een conferentie bijwoonde, terug naar Oostenrijk. Zijn motieven waren gemengd, erkent hij in het interview. Hij wilde de Oostenrijkse Joden helpen, maar ‘misschien verlangde ik (ook) naar avontuur’. Dat avontuur kreeg hij, maar anders dan gedacht.

In het interview verdedigt Murmelstein zich tegen de beschuldiging dat hij als Joodse leider in Theresienstadt simpelweg deed wat de Duitsers van hem vroegen. Uit zijn woorden blijkt dat ‘collaboratie’ en ‘verzet’ ongeschikte begrippen zijn om het leven in Theresienstadt te begrijpen. Natuurlijk werkte Murmelstein met de Duitsers samen, maar hij zocht altijd ook naar manieren om mensen te redden.

Zijn grote doel was dat Theresienstadt in stand zou blijven, want als het zou worden opgeheven – en dat dreigde voortdurend –, zouden alle gevangenen naar Auschwitz worden gestuurd. Daarom werkte hij mee aan de Duitse poging om het kamp voor te stellen als een gezellige ‘Jodenstad’. Zolang Theresienstadt gebruikt kon worden voor propaganda zouden de Duitsers het laten bestaan.

Murmelstein vergelijkt zichzelf met Sancho Pancha, die als ‘pragmatische en calculerende realist’ meer bereikt dan de tegen windmolens vechtende Don Quichot. Op een ander moment omschrijft hij zijn positie in Theresienstadt als ‘koorddansen zonder vangnet in een circus’. Dat klinkt nogal frivool, en Murmelstein is dan ook vaak emotieloosheid verweten. Zijn repliek is dat emoties zijn werk in Theresienstadt alleen maar zouden hebben bemoeilijkt: ‘Als een chirurg tijdens de operatie huilt om de patiënt, gaat deze dood.’

De kijker kan moeilijk oordelen over Murmelstein, omdat Lanzmann geen tegenstemmen aan het woord laat. De maker, die tussen de interviewfragmenten door Theresienstadt en andere beladen plekken bezoekt, staat duidelijk aan de kant van Murmelstein: ‘Hij liegt niet, is ironisch, sardonisch en hard voor anderen en voor zichzelf.’

En hij bezit het vermogen tot zelfreflectie, kunnen we daaraan toevoegen: ‘Ik claim niet dat ik bereid was om mezelf op te offeren en nooit aan mezelf dacht. Dat zou een leugen zijn.’ The Last of the Unjust is verplichte kost voor iedereen die de exacte grens tussen goed en fout in de Tweede Wereldoorlog meent te kunnen trekken.
 
The Last of the Unjust
Claude Lanzmann
Te zien op het IDFA (20 november t/m 1 december)

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.