Home Een virtueel koloniaal museum

Een virtueel koloniaal museum

  • Gepubliceerd op: 27 november 2017
  • Laatste update 13 okt 2022
  • Auteur:
    Marchien den Hertog
Een virtueel koloniaal museum

Welke voorwerpen moeten er in een Koloniaal Historisch Museum te zien zijn? Zes gastconservatoren maakten daaruit een keuze.

Zeven grote Nederlandse musea met koloniale collecties stelden voor Historisch Nieuwsblad een lange lijst koloniale voorwerpen samen. Zes gastconservatoren kozen daaruit voorwerpen die hen aanspraken. Zo ontstaat alvast een begin van een Virtueel Koloniaal Museum.
 

Frans Leidelmeijer (1942)

Kunsthandelaar en specialist in toegepaste kunst vanaf 1850. Hij weet veel over Nederlandse art nouveau en art deco.
 
Tegeltableau Oost & West 
Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (1900)
 

‘Dit tableau in jugendstil spreekt sterk tot mijn verbeelding. Het is ontworpen door de Indisch-Nederlandse kunstenaar Jan Toorop, die zich liet zich inspireren door wajangpoppen. Dat blijkt uit de houding van de twee vrouwen en de stand van hun handen. Hun ravenzwarte haar gaat over in de golven van de zee met een zeilschip en een stoomboot, die de eeuwenlange verbondenheid tussen Indië en Nederland symboliseren. Het tableau werd gemaakt in opdracht van de Koninklijke Vereeniging Oost en West, die Indonesische kunst(nijverheid) bekender moest maken in Nederland.’
 
Uniformknopen en embleem van de helm van Otto Treffers (1944)
Verzetsmuseum Amsterdam
 
‘Dit raakt me. Op 6 oktober 1944 werd Treffers door de Japanners gefusilleerd. Ik zie voor me hoe hij in vol ornaat voor een vuurpeloton staat. Treffers was assistent-resident van Kota Radja en Noord-Sumatra. Hij werd geïnterneerd in het Sint-Josephkamp in Medan. Daar bedacht hij een plan om Ambonese ex-KNIL-soldaten op ondernemingen te plaatsen, zodat die als landingsplaatsen voor de geallieerden konden fungeren. Het plan werd verraden door politiecommissaris P.H.J.M. Maseland. Wat bezielde hem? Door zijn toedoen werden niet alleen Treffers, maar ook zijn medestanders gefusilleerd.’
 
De onderwerping van Diepo Negoro aan luitenant-generaal baron de Kock. Schilderij door Nicolaas Pieneman (ca. 1830-1835)
Rijksmuseum
 
‘Dit schilderij laat de arrestatie zien van prins Diponegoro, waarmee een einde kwam aan de Java-Oorlog (1825-1830). De prins, die de opstand leidde, was een vrijgeleide beloofd, maar hij werd toch gearresteerd. De Nederlandse vlag wappert triomfantelijk. Raden Saleh, grondlegger van de Indonesische schilderkunst, maakte een versie vanuit Indonesisch perspectief. Hij noemde het De onderwerping van Diponegoro. Op het schilderij van Pieneman ziet de prins er verslagen uit; Raden Saleh beeldt hem boos en strijdbaar af. Hij schildert De Cock en de prins op gelijke hoogte. En de Nederlanders kregen te grote hoofden als teken van hun arrogantie.’
 

Thom Hoffman (1957)

Acteur en fotograaf. Hij gaf college over Indië en koloniale fotografie, en is bezig met het opzetten van een Beeldbank Nederlands-Indië.
 
Pendaftarans (registratiebewijzen), ingesteld door de Japanse bezetter in Nederlands-Indië (1942-1945)
Verzetsmuseum Amsterdam
 
‘Deze persoonsbewijzen waren een Japanse verscherping van het Nederlandse beleid, dat was gestoeld op raciaal en religieus onderscheid. Een geraffineerd systeem, dat de medewerking van de Indonesische toplaag aan het Nederlands koloniaal project afdwong. Na de Japanse inval werd de Europese elite geïnterneerd. De indo’s, die voorheen graag Europees wilden zijn, hoopten met een verklaring over hun Indonesische afkomst gevangenschap te vermijden. Het enorme bedrag beneden rechts is de leges die ze moesten betalen voor deze registratie. Met de vingerafdruk zwoer je trouw zwoer aan de Japanse keizer.’
 
Contractarbeiders sorteren tabaksbladeren onder toezicht van Europeanen in fermenteerschuur op Sumatra. Foto door Carl J. Kleingrothe (ca. 1900-1915)
Rijksmuseum

Jonge guru’s (onderwijzers, godsdienstleraren) in Saparua. De tekst op het bordje luidt: ‘Uit het oog maar niet uit het hart, Ambon’ (1928)
Stichting Moluks Historisch Museum
 
‘De afbeelding van een tabaksschuur geeft een helder beeld van de koloniale maatschappij: de Europeanen in witte pakken, met schoenen aan, steevast in een letterlijk hogere positie dan de ‘inlanders’. Dat pak moest wit blijven, want het geringste modderspatje betekende dat je lichamelijke arbeid verrichtte en je verlaagde tot het niveau van een koelie. De inlander is afgebeeld in traditioneel kostuum, met blote voeten en vaak ontbloot bovenlijf.

Er zijn slechts enkele foto’s van Indonesiërs in westerse pakken, met name van de nationalisten rond Soekarno tijdens de processen tegen de Partai Nasional Indonesia. Het Europese kostuum staat hier voor: ‘We zijn niet minder, we zijn gelijk aan de Nederlanders.’ Dat zelfbewustzijn straalt ook deze foto van de onderwijzers uit. Het westerse uniform wordt weer ingezet als psychologisch wapen – maar nu andersom.’
 

Jörgen Raymann (1966)

Cabaretier en presentator. Hij werd bekend met zijn vertolking van de Surinaamse tante Es.
 
Anansi-vertelboom in de tuinkoepel
Het Nederlands Openluchtmuseum
 
‘De slaven gebruikten de verhalen van de spin Anansi om zich te kunnen uiten zonder dat de slavenhouders dat merkten. De slavenhouders werden neergezet als kikkers of domme tijgers. Anansi, die de slaven vertegenwoordigde, was hun altijd te slim af. Anansi is de oudste verhaaltraditie uit Afrika die nu nog in de koloniën te vinden is. Het is eigenlijk een vroege vorm van cabaret; het verhaal heeft altijd een moraal, maar is toch vermakelijk. Anansi bestaat uit meer dan alleen kinderverhalen; het is een kunstvorm die bewaard moet blijven.’
 

Melody Raymann (1994)

Student Europese Studies. Ze speelde in de film Fashion Chicks.
 
Out of History: Elisabeth Samson (1715–1777). Schilderij door Iris Kensmil (2013)
Amsterdam Museum
 
‘Kensmil schilderde drie portretten van mensen die tegen de koloniale onderdrukking in een positie opbouwden. Elisabeth Samson verwierf een groot vermogen en sloot als eerste vrije zwarte vrouw een erkend huwelijk met een blanke man. Dit portret geeft een gezicht en een naam aan het koloniale verleden van Nederland. Vaak is slavernij anoniem: plantages worden afgebeeld, slaven in grote groepen – ze hebben zelden een naam. Bovendien vind ik het bijzonder dat de mensen op deze portretten niet alleen voor hun eigen vrijheid vochten, maar ook voor die van anderen.’
 

Iswanto Hartono (1972)

Indonesische kunstenaar, houdt zich bezig met koloniale monumenten. Deze herfst had hij een tentoonstelling in de Amsterdamse Oude Kerk.
 
Brokstuk van het Van Heutsz-monument in Jakarta (1932)
Museum Bronbeek
 
‘Ik heb gekozen voor objecten die zelf ook van betekenis veranderen. Dit is een van de belangrijkste koloniale monumenten in Jakarta, samen met het standbeeld van J.P. Coen. Coen voerde oorlog en een massaslachting uit in Banda, terwijl Van Heutsz verantwoordelijk was voor de oorlog en massamoorden in Atjeh. Beiden werden met deze monumenten door de Nederlanders herdacht als held. Ik kies dit object niet vanwege de oorlog, maar omdat het belangrijk is vragen te stellen over wat monumenten en begrippen als “held” betekenen in de huidige maatschappij. Wat herdenken we, en wat kunnen we leren van de donkere periodes in het verleden?’
 
 
Njai of inheemse huishoudster
Tropenmuseum
 
‘Deze tekening vertelt over de gedeelde koloniale herinnering. Veel Indonesische vrouwen woonden als huishoudster en concubine bij een Nederlandse man. Veel mensen in Nederland stammen af van deze vrouwen. De herkomst van indo’s zit tussen Indonesisch en Nederlands in. Deze poëtische tekening van een njaj verwijst daarmee naar een belangrijk aspect van het kolonialisme: identiteit. Dat kleine niveau van familie en gezin heeft tot op de dag van vandaag een grote sociale en politieke invloed in zowel Nederland als Indonesië.’
 

Poster Actie Wassenaar (1985)
Stichting Moluks Historisch Museum
 
‘Op 31 augustus 1970 bezetten 33 Molukse jongeren de woning van de Indonesische ambassadeur in Wassenaar. Voornaamste eis: een gesprek tussen de Indonesische president Soeharto en RMS-president Manusama. Deze actie getuigt van een erfenis van de VOC die keer op keer terugkomt: ‘Verdeel en heers.’ De Molukkers willen niet bij Indonesië horen, maar worden ook niet meer gesteund door Nederland. Dat ertussenin zitten is een kenmerk van veel postkoloniale samenlevingen. Ik vond ook de vormgeving van de poster interessant: eerder een soort retro-pop dan politiek: ook dat is het creëren van een nieuwe identiteit.’
 

Cynthia McLeod (1936)

Lerares Nederlands en Surinames bekendste schrijfster. Ze publiceerde onder andere Hoe duur was de suiker? en De vrije negerin Elisabeth, gevangene van kleur.
 
Ingericht poppenhuis, Bandoeng (1935)
Het Nederlands Openluchtmuseum
 
‘Dit poppenhuis werd in 1935 gemaakt door architect A. Dirksen als afscheidscadeau voor de kinderen van zijn goede vrienden, het echtpaar Holtrop, bij hun vertrek naar Nederland in 1935. Het is een huiselijk Indisch huis, waar dochters Betty en Anneke jaren mee gespeeld hebben. Ik vind het prachtig, niet alleen voor kinderen, ook voor volwassenen. Mooi om te zien hoe men woonde in “het tropisch paradijs”.’
 

Postzegelvel Grenzeloos Nederland & Suriname (2010)
Het Nederlands Openluchtmuseum
 
‘Op de zegels staan Surinaamse vrouwen en vrouwen in streekdracht uit Friesland. De Surinaamse dracht heet een kotokotomisi. De koto is ontstaan tijdens de slavernijperiode, maar werd niet door slaven gedragen. Het was de dracht van vrije gekleurde vrouwen. Met een koto van prachtig katoenen stof – vaak met gouddraad geweven – konden zij hun rijkdom demonsteren. Alles heeft betekenis: de lengte en wijdte van de rok, het aantal onderrokken, de lintjes op de rug van het jakje en vooral de op bepaalde manier gebonden hoofddoek (agnisa). De koto wordt nog steeds gedragen bij speciale gelegenheden.’

Marchien den Hertog was achttien jaar lang eindredacteur van Historisch Nieuwsblad. Nu werkt ze als zelfstandig journalist.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 12 - 2017

Nieuwste berichten

Ossietzky in het concentratiekamp, 1934.
Ossietzky in het concentratiekamp, 1934.
Artikel

Dissident ging liever naar het strafkamp dan op de vlucht

Net als Aleksej Navalny besloot de Duitse dissident Carl von Ossietzky zijn land niet te ontvluchten toen hij gevaar liep. Hij wist dat hij bovenaan de zwarte lijst van de nazi’s stond, maar bleef toch in Berlijn toen Hitler in 1933 de macht greep. ‘De opposant die over de grens vlucht, werpt al snel holle frasen zijn land in,’ meende hij. Die moed bekocht hij met de dood in een concentratiekamp.

Lees meer
Waffen SS'ers in Vught
Waffen SS'ers in Vught
Interview

‘Waffen-SS’ers dachten dat het verleden niet lang aan hen zou kleven’

Hoewel ze geen paspoort meer hebben, blijven veel Syriëgangers toch in Nederland. Ook in 1945 verloren mannen die zich bij de Duitsers hadden aangesloten hun Nederlanderschap. Maar de omgang met deze Waffen-SS’ers en de Syriëgangers verschilt volgens historicus Peter Romijn. ‘De huidige wetgeving draait om uitstoting, maar na de Tweede Wereldoorlog was ook sprake van re-integratie.’

Lees meer
Truman poseert met de Chicago Daily Tribune
Truman poseert met de Chicago Daily Tribune
Artikel

Een presidentskandidaat dump je niet zomaar

Terwijl Donald Trump en Joe Biden zich opmaken voor de verkiezingsstrijd, gaan er bij hun partijen stemmen op om alsnog voor een andere presidentskandidaat te kiezen. Maar het verleden leert dat het lastig is om een leidende kandidaat opzij te zetten.

Lees meer
Gaius spreekt het volk toe. Ets door Silvestre David Mirys, 1799.
Gaius spreekt het volk toe. Ets door Silvestre David Mirys, 1799.
Artikel

De populistische Gracchen beloofden gouden bergen

Populistische politici zijn van alle tijden. Na een mislukte carrière zag de Romein Tiberius Gracchus nog maar één uitweg: hij werd een volkstribuun die het volk beloofde wat het wilde horen. Of zijn plannen uitvoerbaar waren, deed er niet toe. Het ging hem om de macht. En dat gold ook voor zijn broer en opvolger Gaius.

Lees meer