Home Een langgerekt Spaans exces

Een langgerekt Spaans exces

  • Gepubliceerd op: 16 jul 2009
  • Update 25 mei 2023
  • Auteur:
    Doeko Bosscher

De Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) is wel de ‘oorlog der dichters’ genoemd, vanwege zijn romantische uitstraling, die velen in Europa moreel betrokken en soms zelfs medeplichtig maakte. Van degenen die ter linker- of ter rechterzijde hun steun betuigden, waren velen blind en doof voor wat er werkelijk in Spanje aan de hand was: moord, doodslag, verraad en terreur op ongekende schaal.

De dictaturen van Hitler en Mussolini – het regime van Stalin is een verhaal apart – hebben onnoemelijk veel kwaad gedaan, maar duurden al met al zo kort dat de historie van die met een knal uiteengesprongen ballonnen na 1945 snel kon worden geschreven. Hoe anders ligt het met de Spaanse Burgeroorlog en de overwinning van Franco. De dictatuur die erop volgde, garandeerde in Spanje zelf tot 1975 het bewieroken van de rechtse politiek en totale afkeuring van de verslagen Republiek. Pas rond 1986, toen vijftig jaar na dato het begin van de Burgeroorlog werd herdacht, namen ook steeds meer Spaanse historici – sommigen nog wel met kloppend hart – de handschoen op. In 2006, zeventig jaar na het begin van de oorlog, is het debat onverminderd fel, maar heeft de Spaanse Historikerstreit een rijpere fase bereikt.

Intussen lieten en laten buitenlandse en vooral Britse historici zich niet onbetuigd. Rond dit herdenkingsjaar (2006) verschenen onder andere volledig herziene versies van De strijd om Spanje van Anthony Beevor (oorspronkelijk 1982), Een kleine geschiedenis van de Spaanse Burgeroorlog van Paul Preston (oorspronkelijk 1986) en De Spaanse Burgeroorlog van Hugh Thomas (oorspronkelijk 1961), en nu ook in Nederlandse vertaling.
 

Intimidatie

Hoewel alle bovengenoemde studies bewondering afdwingen voor hun objectiviteit en weinig neiging vertonen de Republiek vrij te pleiten van de vele misstappen, waaronder wreedheden, die ook van haar kant zijn begaan, tenderen Beevor en Preston toch sterker dan Thomas naar een veroordeling van ‘rechts’. Alleen al de legitimiteit dwingt daartoe. Hoe men ook denkt over het Spaanse kiesstelsel (dat de verdeling van zetels vergaand deed afwijken van de stemverhoudingen) of over fraude, intimidatie, manipulatie, intriges, excessief politiek geweld en nog veel meer onverkwikkelijks, de overwinning van het Republikeinse Volksfront in de laatste vrije verkiezingen, van februari 1936, valt eenvoudigweg niet te ontkennen. Na het einde van de Burgeroorlog in 1939 vormde de Falange – opgericht door José Antonio Primo de Rivera in oktober 1933, slechts een paar maanden na de machtsgreep van Hitler in Duitsland – de enige overgebleven politieke beweging. Deze nu weliswaar geheel naar Franco’s hand gezette partij had bij de verkiezingen van 1936 geen enkele zetel behaald. Dat maakt het voor een democratisch ingesteld historicus lastig om niet voor de Republiek te kiezen.

Preston zegt het duidelijkst waar zijn hart ligt, door al in het voorwoord mee te delen dat de overwinning van de franquisten Spanje niets goeds heeft gebracht. Ook besteedt hij de meeste energie aan het peilen van ‘de mens’ Franco, die zich na het begin van zijn opstand tegen het linkse bewind Caudillo ging noemen en al zijn vroegere bondgenoten één voor één verried als ze een bedreiging voor zijn positie vormden. Zo ging ook Primo de Rivera voor de bijl. Al in november 1936 werd hij in Alicante door de republikeinen doodgeschoten, nadat Franco diverse mogelijkheden om hem vrij te krijgen had laten schieten. Een beest van een man was de Generalísimo volgens Preston; totaal zonder scrupules, wreed en haatdragend, zoals na de Burgeroorlog te meer bleek. Zijn afrekening met de vertegenwoordigers van het verslagen regime getuigde van ‘geïnstitutionaliseerde wraakzucht’. Deze moordpartij resulteerde in een kleine 200.000 doden.

Beevor is niet veel minder uitgesproken, maar legt in zijn relaas, dat droog is opgeschreven maar fascinerende inkijkjes in allerlei situaties op de slagvelden bevat, meer nadruk op politieke en vooral militaire strategie. Zijn opleiding op de Britse militaire academie Sandhurst komt hem daarbij duidelijk van pas. Bij hem winnen de republikeinen het (nog net) wel moreel, maar voor hun krijgskundige verrichtingen heeft hij geen goed woord over. Al met al lijkt De strijd om Spanje het best te beantwoorden aan de eisen van een ‘Spaanse Burgeroorlog voor beginners’.

Anarchie
De duidelijk wat ‘rechtsere’ Thomas, die als dank voor zijn trouwe steun aan Margaret Thatcher door haar verheven werd tot baron Thomas of Swynnerton, is van de drie auteurs de cynicus. Hij beschrijft het conflict haast als een Griekse tragedie. Geen enkele partij is zonder listen en lagen; zelfs de goden gedragen zich onberekenbaar en huiveringwekkend egocentrisch. In De Spaanse Burgeroorlog ontbreekt het daardoor opvallend aan helden, wat behalve ontnuchterend voor de verandering ook wel verfrissend is.

Thomas’ aanloop is ook het langst. De wortels van het drama zoekt hij in bijna anderhalve eeuw anarchie en wetteloosheid, in een koningskwestie, in een fataal koloniaal conflict (Marokko), in de botsing tussen de grote ideologieën (communisme en fascisme acht hij even monsterlijk) en in de hunkerende en stuurloze Spaanse ziel, getekend als deze was door lange jaren van klassenstrijd en regionale en culturele tegenstellingen. De lezer moet enige moeite doen om zijn gedetailleerde betoog te volgen, maar valt ten slotte voor Thomas’ ironie en zijn met spitsvondigheid vermengde eruditie.

Natuurlijk werd de mislukking van de Republiek mede in de hand gewerkt doordat Duitsland en Italië hun medefascisten alle steun verleenden, terwijl de ‘democraten’ wat het buitenland betrof alleen op de Russen en een aantal loslopende idealistische vrijwilligers konden rekenen. En zelfs die Sovjet-hulp was maar betrekkelijk. Stalin speelde zijn eigen spel, want het laatste wat hij wilde was trotskisten en anarchisten in het zadel helpen of houden. Zijn ragfijne benadering van het conflict kwam in de praktijk steeds meer neer op ‘handen af’. De eenheid van links was ook in Spanje zelf een aanfluiting. In plaats van te zoeken naar wat onderling verbond, wogen de meeste linkse groeperingen elkaars politieke zuiverheid op goudschaaltjes. Dit leidde maar al te vaak tot burgeroorlogen binnen de Burgeroorlog.

Gezamenlijk maken deze auteurs korte metten met de epische taferelen die zich al naar gelang van de verzuilde overtuigingen in veel Nederlandse geheugens hebben vastgezet. Barcelona een heldenstad? Kijk wat er werkelijk gebeurde in de stad ‘waar de revolutie nooit hoefde te worden voorbereid, omdat zij altijd startklaar was’. Het bederf walmt de lezer tegemoet.
Ongekend boeiend, niettemin, deze verslagen van het langgerekte exces dat Spaanse Burgeroorlog heette.

Doeko Bosscher is hoogleraar Eigentijdse Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Anthony Beevor
De strijd om Spanje. De Spaanse Burgeroorlog, 1936-1939
524 p. Anthos, € 39,95

Paul Preston
Een kleine geschiedenis van de Spaanse Burgeroorlog
360 p. Atlas, € 29,90

Hugh Thomas
De Spaanse Burgeroorlog
Gebonden, 927 p. Anthos, € 59,95

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Artikel

In 1921 stond er een malle zwerver op de kieslijst

In 1921 veroverde de drankzuchtige ‘straatartiest’ Had-je-me-maar een zetel in de Amsterdamse gemeenteraad. Hij was naar voren geschoven door een groep anarchisten en plaatste de overheid voor een lastig vraagstuk: hoe moet je in een democratie omgaan met schertskandidaten? ‘Een politiek schandaal,’ kopte De Telegraaf in de vroege ochtend van 28 april 1921. De opwinding...

Lees meer
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
Artikel

NAVO-tentoonstelling gestolen en beklad: actievoerders noemden het oorlogshitserij

Antimilitaristische actievoerders hadden het eind jaren zeventig gemunt op een reizende NAVO-tentoonstelling. Ze hekelden de oorlogspropaganda en organiseerden daarom eigen anti-NAVO-exposities. ‘Wat heeft u liever, een atoombom of een neutronenbom?’ In het ochtendgloren lag de Maastrichtse stationshal er treurig bij. Die septembernacht in 1979 hadden onbekenden vrijwel de gehele ‘Nederland 30 Jaar in de NAVO’-tentoonstelling...

Lees meer
Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem
Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem
Artikel

Vetorecht was voor de Republiek ook al een groot probleem

Door bestuurlijke chaos dreigde de Nederlandse Republiek ten onder te gaan. Eén dwarsliggende stad of provincie kon de besluitvorming op nationaal niveau verlammen. Dat ging zo niet langer, vond de regent Simon van Slingelandt. Hij maakte een hervormingsplan, dat in Den Haag menigeen in de gordijnen joeg. Lang had Nederland er niet zo beroerd voor...

Lees meer
Filmposter The Testament of Ann Lee
Filmposter The Testament of Ann Lee
Recensie

The Testament of Ann Lee: utopiste met een afkeer van seks

Een vrouw als sekteleider komt niet vaak voor. Maar het lukte de Britse Ann Lee om een groep volgelingen te laten geloven dat in haar de wederkomst van Jezus schuilging. The Testament of Ann Lee toont haar als een utopische idealist.  Een religieuze beweging die seks verbiedt? Niet handig, al is het maar omdat nieuwe zieltjes nodig zijn, maar voor Ann Lee (1736-1784) is seks de wortel van het kwaad. In haar geboorteplaats Manchester...

Lees meer
Loginmenu afsluiten