Home Dictatuur of democratie?

Dictatuur of democratie?

  • Gepubliceerd op: 14 juni 2018
  • Laatste update 02 jan 2024
  • Auteur:
    Koen Vossen
  • 10 minuten leestijd
Dictatuur of democratie?

Moet de wens van de meerderheid altijd wet zijn? De Griekse filosoof Aristoteles vond van niet. Zijn opvattingen over politiek zijn nog steeds verhelderend.

Aristoteles van Stagyra (384-322 v.Chr.) geldt als de scherpste denker en wetenschapper uit de Oudheid. Zo wordt hij algemeen beschouwd als de grondlegger van de politieke wetenschap. Beroemd is vooral zijn classificatie van verschillende politieke stelsels. Hij onderzocht ruim 150 Griekse stadstaten om vast te stellen welke politieke stelsels het best pasten bij verschillende geografische en culturele omstandigheden. Ook ging hij na welk stelsel het best was voor de inwoners.

Op basis van deze combinatie van empirische en normatieve criteria kwam hij tot een driedeling van regimes die alle op hun beurt een goede en een slechte variant kenden. Hij onderscheidde regimes die door één persoon werden geleid, door enkelen of door een groot aantal. In de goede variant was het algemeen belang leidend, terwijl in de slechte variant alleen het eigenbelang vooropstond. De slechte variant gold daarbij als de pervertering van de goede variant: zo kon de door hem gunstig beoordeelde monarchie ontaarden in een tirannie, terwijl een aristocratie kon degenereren tot een oligarchie.

Opvallend is dat Aristoteles de democratie als een slechte variant zag van een regime waarin een groot aantal burgers mag meepraten. Hij associeerde democratie met een stelsel waarin de arme massa, al dan niet opgejut door volksmenners, slechts eigen kortzichtige belangen najoeg. In zijn ideale stelsel, de polis, namen goed geïnformeerde burgers op basis van gelijkheid en dialoog verstandige besluiten waarin de verschillende belangen werden afgewogen.

Het schema van Aristoteles

Wie regeert?Eén persoonKlein aantalGroot aantal
Algemeen belangMonarchieAristocratiePolis
EigenbelangTirannieOligarchieDemocratie

Monarchie en tirannie

Voor een goed voorbeeld van een monarchie, een eenmansregime ten gunste van allen, hoefde Aristoteles niet ver te zoeken. Hij was in dienst van Philippus II van Macedonië als privéleraar van diens zoon Alexander. Philippus II is de geschiedenis in gegaan als de man die het voordien onbetekenende Macedonië tot machtigste staat van het oude Griekenland wist op te stuwen. Hij vestigde een sterk centraal bestuur, hervormde en moderniseerde het leger en veroverde enkele grondstofrijke gebieden. Het geld dat hij daarmee wist te verdienen, stopte hij in een verdere modernisering van het leger en het bestuursapparaat en de aanleg van een goede infrastructuur. En hij wist de macht van de adel te breken: door zoveel mensen in de adelstand te verheffen dat de titel na verloop van tijd weinig meer voorstelde.

Met zijn familieleden had Philippus een minder goede band. Toen hij op de bruiloft van zijn dochter werd vermoord door een van zijn lijfwachten, verspreidde zich al snel het gerucht dat een familielid daartoe opdracht had gegeven. De door Aristoteles onderwezen zoon Alexander volgde Philippus op en wist hem zelfs volledig te overschaduwen. Met zijn veroveringstocht die hem tot in India bracht, verwierf Alexander de bijnaam de Grote.

Maar een groot monarch, zoals zijn leermeester Aristoteles had bedoeld, was deze reislustige veroveraar niet: het bestuur van Macedonië liet hij over aan anderen en na zijn dood viel zijn rijk in rap tempo uiteen.

Wrede ontsporingen

Heersers die hun almacht niet in dienst stelden van het algemeen belang waren er in de tijd van Aristoteles volop. Vrijwel elke stadstaat zuchtte korte of lange tijd onder het juk van zo’n tiran.

De bekendste tirannen uit de klassieke Oudheid stammen uit de Romeinse tijd, namelijk de keizers Caligula (12-41 n.Chr.) en Nero (37-68 n.Chr.). Beide keizers gebruikten hun macht om al dan niet denkbeeldige tegenstanders uit de weg te ruimen of te vernederen. Zo schiep Caligula er een demonisch genoegen in om ouders aanwezig te laten zijn bij de executie van hun kinderen. Of om naar bed te gaan met echtgenotes van senatoren, terwijl deze op de gang mochten wachten. De narcistische Nero, die zichzelf een groot kunstenaar achtte, liet volgens de overlevering zijn tuin verlichten met in brand gestoken christenen.

Afbeelding loopt door onder de afbeelding.

Ook de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd kenden een hele serie tirannen, zoals de zestiende-eeuwse tsaar Ivan de Verschrikkelijke en de beruchte dertiende-eeuwse koning van Walachije, Vlad de Spietser. Laatstgenoemde zou model komen te staan voor Bram Stokers beroemde roman Dracula. De twintigste eeuw spande de kroon met genocidale alleenheersers als Adolf Hitler, Jozef Stalin, Mao Zedong en Pol Pot. Toch waren zij geen klassieke tirannen zoals Aristoteles die voor ogen had. Allen waren ideologisch gedreven en meenden daarom te handelen in het algemeen belang. Regimes die door eigenbelang werden gedreven bleken in deze eeuw uiteindelijk minder wreed dan ideologisch bevlogen bestuurders.

 

Verlichte despoten

Hoewel hun aantal beduidend kleiner is, is een aantal alleenheersers wel positief de geschiedenis in gegaan. Zo kreeg in de achttiende eeuw een aantal koningen de eretitel ‘verlicht despoot’. Net als Philippus van Macedonië gebruikten zij hun almacht om hun rijk te moderniseren, de welvaart te bevorderen en hun onderdanen te verheffen. De bekendste van deze verlichte despoten was zonder twijfel de Pruisische koning Frederik de Grote. De 1,67 meter kleine Frederik de Grote vormde de Pruisische krijgsmacht om tot een bijna onverslaanbaar leger dat grote gebieden wist te veroveren. Maar de muzikaal begaafde koning – hij schreef meer dan honderd sonates – wilde zijn rijk inrichten op basis van de nieuwste inzichten. Zo schafte hij oude folterpraktijken en de strenge perscensuur af, stimuleerde hij wetenschap en kunst, en liet hij Potsdam en Berlijn verfraaien met moderne architectuur. Daarnaast maakte hij een einde aan godsdiensttwisten in zijn rijk door een opvallend tolerant beleid tegenover verschillende religies te voeren.

Zijn goede vriend Voltaire, een geregelde bezoeker van Frederik de Grotes paleis Sanssouci in Potsdam, noemde hem de ‘Salomo van het Noorden’, de ‘lieveling van heel het mensdom’ en zelfs ‘groter dan Socrates’. Het imago van Frederik de Grote is nadien echter sterk aangetast, omdat hij ook wordt beschouwd als grondlegger van enkele noodlottig gebleken Pruisische gebruiken – zoals de kadaverdiscipline, de brute veroveringsstrategie en de sterke afstand van het officierenkorps tot het gewone volk.

Aristocratie en oligarchie

Tegenwoordig wordt de term ‘aristocratie’ dikwijls als een synoniem gebruikt voor adel. Maar Aristoteles verstond onder aristocratie een stelsel waarin de beste en meest ontwikkelde leden van de gemeenschap regeerden: degenen die door hun kennis, karakter en ervaring in staat waren om de verstandigste besluiten te nemen. Zodra niet langer kennis en karakter, maar alleen familieachtergrond, bezit of geld bepalend werden, ontaardde een aristocratie volgens Aristoteles in een oligarchie. In een oligarchie heeft de zittende elite alleen nog oog voor de belangen van de eigen groep.

De Griekse stadstaat Sparta was volgens Aristoteles een voorbeeld van een aristocratie die steeds meer was geperverteerd tot een oligarchie. De beruchte Spartaanse opvoeding was er volgens Aristoteles vooral op gericht om een meedogenloze elite te creëren die de bevolking onder de duim kon houden. Hoe anders was dat in de Fenicische handelsstad Carthago. Daar werden de rangen van de aristocratie regelmatig ververst, zodat die het contact met het volk niet verloor en niet kon ontaarden in een oligarchie.

Communistische elites

In latere eeuwen zijn er tal van voorbeelden van aristocratieën te vinden die na verloop van tijd veranderden in oligarchieën. Dat geldt bijvoorbeeld voor verschillende communistische regimes. Ooit gevestigd om de klasseloze samenleving te bereiken, veranderden tal van ‘volksdemocratieën’ al snel in oligarchieën waarin een kleine gesloten groep partijleden de dienst uitmaakte.

Het idee van een partij als voorhoede van de revolutie was afkomstig van Vladimir Lenin. In 1902 stelde hij in de brochure Wat te doen? dat goed geschoolde en standvastige arbeiders en intellectuelen het voortouw moesten nemen van de revolutie. Ze moesten een omwenteling tot stand brengen die leidde tot een dictatuur van het proletariaat. Deze communistische aristocratie was in principe toegankelijk voor iedereen die uit het juiste revolutionaire hout gesneden was.

Afbeelding loopt door onder de afbeelding.

 

Onder zijn opvolger Jozef Stalin waren kennis en karakter niet het belangrijkst, maar loyaliteit aan de Grote Leider. En zelfs die bleek geen garantie tegen de stalinistische zuiveringswoede. In de bijna twee decennia dat Leonid Brezjnev de Sovjet-Unie leidde, verwerd het communistisch regime tot een zuivere oligarchie. De nomenklatoera, zoals de heersende klasse werd genoemd, had zichzelf afgezonderd van de rest van de bevolking en leidde een luxeleventje. Terwijl partijfunctionarissen onder Stalin elke dag moesten vrezen voor hun vege lijf, bleven zij onder Brezjnev tot op hoge leeftijd de machtigste posities bezetten, zelfs al waren ze aantoonbaar incompetent.

De sociale mobiliteit stagneerde. Wie niet in een communistisch nest was geboren had het moeilijk, terwijl kinderen van hoge partijfunctionarissen de wereld aan hun voeten hadden liggen. De gemiddelde leeftijd van de leden van het Politbureau was begin jaren tachtig 70 jaar; de meesten stierven in functie.

Democratie en polis

Aristoteles beschouwde niet de democratie, maar wat hij de polis noemde als de hoogst haalbare regeervorm. De polis was een combinatie van een aristocratie en een democratie: een gekozen groep wijze bestuurders die regeerden op basis van vaste regels en procedures. Vertaald naar de huidige tijd komt de polis van Aristoteles grofweg overeen met de representatieve constitutionele democratie die sinds de negentiende eeuw vooral in West-Europa en Noord-Amerika is opgekomen en die sindsdien wijdverbreid is. Hoewel de liberale democratieën niet zonder problemen zijn, blijkt uit verschillende onderzoeken wel dat de gelukkigste mensen onder zulke regimes leven. Landen als Zweden, Canada, Zwitserland, Nieuw-Zeeland en ook Nederland scoren zowel hoog op de ranglijsten van de Democracy Index als op de geluksbarometer.

Volkshelden aan de macht

Wat Aristoteles een democratie noemde, duiden politicologen tegenwoordig aan als ‘populistische democratie’ of ‘illiberale democratie’. In een dergelijk stelsel is de macht in handen van een door een meerderheid van het volk gekozen regering, die zich weinig gelegen laat liggen aan de in wetten vastgelegde rechten van minderheden. Zo’n ‘tirannie van de meerderheid’ is altijd een schrikbeeld geweest van de grondleggers van de moderne democratie; daarom bouwden zij checks and balances in om de rechten van minderheden te beschermen.

Toch zijn er verschillende voorbeelden van illiberale democratieën te noemen. Hedendaagse leiders als de Turkse president Recep Tayyip Erdogan, de Hongaarse premier Viktor Orbán en de Filippijnse president Rodrigo Duterte hebben in naam van een meerderheid van de kiezers afgerekend met kritische media, rechters, senatoren en andere potentiële dwarsliggers.

Een invloedrijke voorganger van deze hedendaagse ‘democratische dictators’ was de Argentijn Juan Perón. In 1943 had Perón samen met enkele andere legerofficieren de macht gegrepen in Argentinië. Binnen deze junta ontpopte Perón zich tot afgrijzen van zijn medeofficieren tot volksheld door voor flinke loonsverhogingen voor de arme massa te pleiten. De andere coupplegers besloten Perón te arresteren, waarop in Argentinië massale stakingen uitbraken. Meer dan 300.000 Argentijnen verzamelden zich op het Plazo de Mayo in Buenos Aíres om de vrijlating van hun held te eisen. Uiteindelijk verscheen Perón tot grote vreugde van de massa samen met zijn vrouw Evita op het balkon van het presidentieel paleis. Vlak daarna won Perón met gemak de verkiezingen, maar zijn bewind werd geen succes. Toch is het peronisme nog steeds een belangrijke stroming in Argentinië. Juan Perón en zijn vrouw Evita gelden in Latijns-Amerika nog steeds als een iconisch politiek echtpaar.

Koen Vossen is historicus, publicist en docent politicologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Verder lezen:
De oorsprong van de politiek (2014) door Francis Fukuyama.
Politics (2015) door Andrew Heywood.
Modern Tyrants. The Power and Prevalence of Evil in Our Age (1996) door Daniel Chirot.

 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.