Home De totale oorlog

De totale oorlog

Paul Moeyes

Historicus

Gepubliceerd op: 14 april 2004

Update 7 april 2020

De Britse geschiedschrijvers kunnen maar niet genoeg krijgen van de Eerste Wereldoorlog. Hew Strachan, hoogleraar moderne krijgsgeschiedenis aan de universiteit van Oxford, publiceerde in 2001 het eerste deel van wat een driedelig standaardwerk moet gaan worden (To War, Oxford University Press). Zijn nu in een Nederlandse vertaling verschijnende The First World War (2003) is een beknopt, eendelig relaas dat in Engeland werd begeleid door een op Channel Four uitgezonden tiendelige documentairereeks.

Strachans boek roept onwillekeurig een vergelijking op met John Keegans The First World War uit 1998. Het eerste wat opvalt is dat de Nederlandse vertaling, afgezien van incidentele schoonheidsfoutjes (de Lewis gun was een machinegeweer, geen kanon), veel beter is. Verder blijken de boeken elkaar uitstekend aan te vullen. 

Waar Keegan het accent legt op de krijgshandelingen (en dan met name de strijd aan het westelijk front), benadrukt Strachan de Grote Oorlog als een wereldwijd conflict en een totale oorlog die de burgerbevolkingen niet ongemoeid liet. Het krijgsverloop in het westen, het oosten, Italië, Afrika en Arabië krijgt gelijke aandacht, de politieke ontwikkelingen komen uitvoerig aan bod en een apart hoofdstuk beschrijft de gevolgen van de Britse economische blokkade voor de Duitse bevolking.

Strachan biedt een overstelpende hoeveelheid nieuwe informatie en inzichten. In vergelijking met de elegante stijl van Keegan heeft hij wel eens de neiging zijn alinea's wat al te vol te proppen, maar de kwaliteit van de inhoud weegt ruimschoots op tegen deze stilistische onvolkomenheid. 

De titel van het nieuwe boek van J.H.J. Andriessen, De mythe van 1918. De werkelijkheid over de laatste honderd dagen van de Eerste Wereldoorlog, wekt ook de indruk nieuwe feiten en inzichten te presenteren, maar dat valt nogal tegen. Andriessens belangrijkste thesen zijn dat de Vrede van Versailles een onrechtvaardige vrede was en dat het Duitse leger de oorlog verloor zonder te zijn verslagen. Van beide beweringen zal niemand echt steil achteroverslaan.

De structuur van het boek is wat rommelig, wat resulteert in veel herhalingen. In hoofdstuk 11 culmineert dit in een aantal alinea's over de vredesonderhandelingen die ook letterlijk in het eerste hoofdstuk voorkomen. In hoofdstuk 12 worden alle conclusies nog eens op een rijtje gezet, maar vanwege de beknoptheid en helderheid is deze extra herhaling meer dan welkom.

Andriessens bête noire is de Britse geschiedschrijving, die hij beticht van eenzijdigheid, en hij toont inderdaad op overtuigende wijze aan dat de officiële Britse geschiedschrijver verre van objectief te werk ging. Maar of dit ook gold voor diens opvolgers blijft onbewezen, en daarbij zijn Andriessens beweringen ook niet bepaald gespeend van eenzijdigheid.

Herhaaldelijk stelt hij dat het uitbreken van de revolutie in Duitsland een direct gevolg was van de oproep van het Duitse opperbevel aan de regering om vredesonderhandelingen te beginnen. Maar bewijzen voor deze stelling levert hij niet, en andere plausibele verklaringen (de Russische revolutie, de effecten van de economische blokkade en de door de Duitse marinetop geplande `alles of niets'-actie) blijven onvermeld.

Andriessen onderschrijft generaal Erich Ludendorffs overtuiging dat de strijd in november 1918 nog kon worden voortgezet om een voordeliger vrede af te dwingen, maar zijn bewijsvoering daarvoor heeft een hoog speculatief gehalte. En trouwens: hoe origineel of controversieel is zo'n bewering?

'De geschiedenis zal op z'n hoogst toegeven dat zij [de Duitsers], door de buikriem aan te halen, lang genoeg stand hadden kunnen houden om de vermoeide geallieerden de lust tot verdere inspanningen te ontnemen, en zo gunstiger voorwaarden te bedingen dan die van Versailles.' Dat schreef een van die vermaledijde Britse krijgshistorici, Basil Liddell Hart. In 1934. 

Paul Moeyes is auteur van 'Buiten Schot. Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog' (2001).

Nieuwste berichten

Portret van Homerus uit 1639, door een onbekende kunstenaar.
Portret van Homerus uit 1639, door een onbekende kunstenaar.
Artikel

Heeft de dichter van de Odyssee wel echt bestaan?

Dankzij Christopher Nolans verfilming van zijn heldendicht de Odyssee staat Homerus weer in de schijnwerpers. Wie was hij? En heeft hij het wereldberoemde verhaal over de omzwervingen van Odysseus wel zelf bedacht en opgeschreven? Arm en blind, maar gezegend met een groot talent: zo stelden de oude Grieken zich Homerus voor. In elke stadstaat gingen...

Lees meer
Agenten wachten voor de deur van het Maagdenhuis. Amsterdam, 21 mei 1969.
Agenten wachten voor de deur van het Maagdenhuis. Amsterdam, 21 mei 1969.
Nieuws

De ‘Dutch Approach’ is van Duitse origine

In Nederland zeggen we dat onze politie de burger op een unieke, de-escalerende manier benadert: de ‘Dutch Approach’. Maar die aanpak is in Duitsland uitgevonden, om precies te zijn in München. Een concert van The Rolling Stones in 1965 in de Beierse hoofdstad verliep zonder problemen, omdat politieagenten zelf een rol speelden op het beatfestijn...

Lees meer
Moeder en zoon. Negentiende-eeuws schilderij door Fritz Zuber-Buhler.
Moeder en zoon. Negentiende-eeuws schilderij door Fritz Zuber-Buhler.
Artikel

De obsessie van Kleine Hans

De Oostenrijke psychiater Sigmund Freud hield niet van eenvoudige verklaringen. Toen een kleuter bang was voor paarden zocht hij naar een diepere oorzaak: het jochie had vast een oedipuscomplex en castratieangst. Kleine Hans was geboeid door Wiwimachers of plassers, in het Nederlands. Rond zijn vierde raakte het Oostenrijkse jochie zijn eigen piemel graag aan, en...

Lees meer
Plantage-eigenaar met een slavin in Suriname. Litho gepubliceerd door Friedrich Wilhelm Goedsche, 1835.
Plantage-eigenaar met een slavin in Suriname. Litho gepubliceerd door Friedrich Wilhelm Goedsche, 1835.
Recensie

Christenen waren voor én tegen slavernij

Als alle christenen gelijk zijn, geldt dat dan ook voor slaven en hun meesters? Het christendom worstelde eeuwenlang met het antwoord op die vraag, zo toont Martijn Stoutjesdijk in Gods slaafgemaakten. In 1596 deed een Nederlands slavenschip de haven van Middelburg aan. Vanwege problemen aan boord was de kapitein naar Nederland gevaren in plaats van...

Lees meer
Loginmenu afsluiten