Ruth Oldenziel:
‘Dat is onzin. De Koude Oorlog wordt vanouds beschouwd als een uitzonderlijke periode in de geschiedenis. De strijd tussen de VS en de Sovjet-Unie zou niet alleen puur machtspolitiek van aard zijn geweest, maar ook ideologisch. Tegenwoordig wordt daar ook anders naar gekeken: de VS en de Sovjet-Unie zouden zich in wezen hebben gedragen als elke andere imperiale macht uit de geschiedenis.
Welke van de twee visies je ook aanhangt, de vergelijking met de huidige situatie gaat niet op. Ideologische verschillen spelen nu geen enkele rol. En qua machtspolitiek zijn er essentiële verschillen. Zo zie je dat de afzegging van Obama geen enkele daadwerkelijke impact heeft gehad. In Rusland heeft men er de schouders over opgehaald, en ook in de Amerikaanse media zijn de reacties lauw. Dat is een groot verschil met de Koude Oorlog. Zo voelde Eisenhower zich in de jaren vijftig met het oog op de publieke opinie gedwongen Chroesjtsjov in Genève te ontmoeten.
Het geeft aan dat Rusland een “gewone” wereldmacht is geworden, en niet langer de gevreesde ideologische en militaire opponent van de VS is. Feit is ook dat Obama gewoon geen enkele baat had bij een topontmoeting met Poetin en dat de affaire-Snowden een mooie aanleiding vormde om deze af te zeggen.’
James Kennedy:
‘Het is goed je te realiseren dat de geopolitieke belangen van Rusland en de Verenigde Staten altijd op gespannen voet met elkaar hebben gestaan. De twee grootmachten zijn in geopolitiek opzicht nooit elkaars “natuurlijke” bondgenoten geweest. In de negentiende eeuw betwistten Rusland en de VS elkaar al de macht over de noordelijke Stille Oceaan. Na de Tweede Wereldoorlog concurreerden ze om invloed in Europa en, meer recent, in Afghanistan en de voormalige Sovjetrepublieken in Centraal-Azië, zoals Oezbekistan.
Ideologisch waren ze ook lange tijd elkaars “natuurlijke” concurrenten. Die tegenstelling dateert al van vóór de bolsjewistische revolutie van 1917. Het Rusland van de tsaren was sterk autocratisch; de VS waren een democratie. Religie speelde hierbij een secundaire rol, met de tegenstelling tussen de autocratisch ingerichte Russisch-orthodoxe kerk en het meer egalitaire protestantisme in de VS.
Tijdens de Koude Oorlog bereikte de relatie tussen de VS en Rusland een nieuw dieptepunt. Maar die situatie was niet te vergelijken met die van nu, met de recente verwijdering tussen Poetin en Obama. De Sovjet-Unie van na 1945 was een van de twee overgebleven wereldmachten, met niet alleen een enorme militaire, maar ook een grote ideologische potentie. In beide opzichten kan het huidige Rusland zich niet meer meten met de VS.’
