• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 2/2010

    De Slag bij Vlakke Hoek

    Door: Paul van der Steen
    Een slag gewonnen, maar de oorlog verloren. Begin 1962 schiet Nederland een Indonesische torpedoboot naar de bodem. Het luidde het definitieve einde in van het Nederlandse avontuur in Nieuw-Guinea. Een verrassing was het niet. De Marid, de inlichtingendienst van de Nederlandse Koninklijke Marine, wist dat er iets aan zat te komen. Alle informatie wees op een spoedige Indonesische landingspoging in Nieuw-Guinea. Vier motortorpedoboten van Duitse makelij waren vanuit Jakarta opgestoomd in oostelijke richting. Een ervan strandde met motorpech. Drie bereikten de Aroe-eilanden in het oosten van de Molukken. Daar lag al een bevoorradingsschip vol soldaten.

    De Nederlandse krijgsmacht in Nieuw-Guinea bereidde zich voor op wat komen ging. Militairen werden in de hoogste staat van paraatheid gebracht. Het aantal verkenningsvluchten werd opgevoerd. Volgens de instructie moest voorkomen worden dat de Indonesiërs een bruggenhoofd zouden krijgen. Ten koste van alles: ‘Indien mtb’s binnen uw verantwoordelijkheidsgebied, direct vernietigen.’
     

    Bewegende objecten op de radar

    Op de avond van 15 januari 1962 ontdekte een Nederlands verkenningsvliegtuig rond acht uur ’s avonds plaatselijke tijd in noord-noordoostelijke richting bewegende objecten op het radarscherm. De Nederlandse fregatten Hare Majesteit Evertsen en Hare Majesteit Kortenaer zetten koers naar de bewuste plek. Rond tienen werd duidelijk dat het ging om drie Indonesische motortorpedoboten die in hoog tempo op de kust van Nieuw-Guinea af voeren.

    Kort daarna kwam het tot een treffen. Op aandringen van de militair bevelhebbers in Hollandia, het bestuurscentrum van Nederlands laatste kolonie in de Oost, opende een verkenningsvliegtuig de aanval. Zonder succes: de vuurpijlen die de boten moesten uitlichten werkten niet, de boordmitrailleurs evenmin. De Indonesiërs reageerden en probeerden het vliegtuig neer te halen. Achteraf kwam die volgorde van schieten goed uit: internationaal kon Nederland nu beweren dat het slechts reageerde op geweld.

    Na de beschieting van het Nederlandse vliegtuig richtte de Evertsen de boordkanonnen op de Indonesische boten. De Matjan Tul (Maleis voor ‘gevlekte panter’) kreeg de volle laag. Een granaat raakte het achterschip, waarin zich de munitieopslag bevond. Brandend voer de boot nog twintig minuten verder, om vervolgens te zinken.
     

    Bij de granatenregen kwamen 39 Indonesische manschappen om het leven

    De Evertsen en de Kortenaer achtervolgden de twee andere boten, die op de vlucht waren geslagen. Een werd er nog geraakt, voordat de fregatten besloten terug te varen naar de plek waar de Matjan Tul was geraakt om overlevenden op te pikken; 52 werden er nog uit het water gevist en bij elkaar gezet op het helikopterdek van de Evertsen. In totaal 39 Indonesische manschappen overleefden de Nederlandse granatenregen niet.

    Het duurde niet lang of ook in Nederland sijpelden berichten over de gebeurtenissen door. Minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns (KVP) was trots en tevreden, en sprak met enige ironie over ‘de Slag bij Vlakke Hoek’. Ook in het dagboek van minister-president Jan de Quay klonk euforie door: ‘Plotseling bericht van infiltratiepogingen door drie M.T.B.’s op Nieuw-Guinea, afgeslagen. Een in de grond geschoten door fregatten. Vijftig opvarenden opgepikt. Bravo marine!’ Meteen daarna volgde realisme: ‘Vanavond ministerraad. Telegram aan Oe Thant (de secretaris-generaal van de Verenigde Naties). Blijven bereid tot gesprek.’

    Ook om diplomatieke redenen werd de dadendrang van het commando in Hollandia getemperd. Dat wilde de Indonesiërs nog een extra slag toebrengen door bij de Aroe-eilanden gelegen schepen aan te vallen. Een begrijpelijk plan, vonden ze in Den Haag, maar: toch maar even niet.
     

    Nieuw-Guinea: laatste kolonie in de Oost

    Nieuw-Guinea vormde het laatste erfstuk van Nederlands koloniale geschiedenis in de Oost. Bij de overdracht van de Gordel van Smaragd aan de republiek was het bewust buiten de boedel gelaten. Dat hielp bij het overtuigen van aarzelende KVP’ers, wier steun noodzakelijk was bij de voor de Indonesische onafhankelijkheid vereiste grondwetswijzing. Nieuw-Guinea zou bovendien een mooi thuis zijn voor alle Nederlanders die niet meer konden aarden in het land van Soekarno, maar toch geen afscheid wilden nemen van het tropenklimaat. Een enkeling zag nog een strategisch belang in het bezit van een haven op de grens van Zuidoost-Azië en Oceanië.

    Begin jaren zestig leefden zo’n 700.000 Papoea’s in een lastig toegankelijk gebied met een oppervlakte vergelijkbaar met die van Frankrijk. Dat slechts de helft van de bevolking werkelijk onder Nederlands gezag was gebracht, tekende het onherbergzame karakter van deze streek. Dit was het minst ontwikkelde deel van de aarde, een plek waar nog kannibalisme en koppensnellen voorkwamen. Het land was rijk aan bodemschatten, maar de winning ervan was in de meeste gevallen moeilijk tot onmogelijk.

    Bij gebrek aan potentie voor de koopmansgeest omhelsde domineesland Nederland maar al te graag de beschavingsmissie: wij zouden deze oermensen klaarstomen voor moderne tijden en democratie. Politiek tekenaar Opland verbeeldde dat gegeven op prenten waarop minister van Buitenlandse Zaken Luns Nieuw-Guineetje, een negroïde meisje met een bot door de neus, aan het handje meevoerde door de grote wereld. ‘Nieuw-Guinea lag aan de rand van onze belangen, maar het lag in het centrum van onze beginselen,’ was de formulering die Luns later bij verschillende gelegenheden paraat had.


    Bijschrift: Oom Luns: 'We zullen je naar het UNO-weeshuis brengen'
    Spotprent van Opland uit oktober 1961 over minister Luns en Nieuw-Guineetje

    Indonesië dacht daar duidelijk anders over. Gedurende de hele jaren vijftig was president Soekarno blijven hameren op het onrecht West-Irian. Daar hoorde niet de Nederlandse driekleur, maar het rood-witte dundoek van de Indonesische republiek te wapperen.
     

    Indonesië zet de eisen kracht bij

    Lang waren zijn dreigementen vooral grootspraak. De opbouw van een nieuwe natie eiste alle aandacht op. Maar in de loop der jaren kreeg Indonesië meer middelen om de eisen kracht bij te zetten. De sterkte van het leger nam toe en met de aankopen van wapens en materieel over de hele wereld ook de slagkracht. Terwijl de grootmachten elkaar in een nucleaire houdgreep vasthadden, voerden Den Haag en Jakarta hun eigen koude oorlogje, met speldenprikken over en weer. En het bleef niet bij dreigen.

    Het kabinet-De Quay zag de situatie in maart 1960 dusdanig verslechteren dat het besloot de luchtverdediging en grondstrijdkrachten in Nieuw-Guinea te versterken. Maar echt te verdedigen was de immense kolonie niet. Uiteindelijk zouden er in 1962 10.000 soldaten gelegerd zijn: één militair voor elke 42 vierkante kilometer grondgebied.
     

    Soekarno vond dat Nieuw-Guinea gered moest worden uit de klauwen van het Nederlandse imperialisme en andere buitenlandse bemoeizucht

    Soekarno leek het ondertussen menens te worden. Tijdens een redevoering op 19 december 1961 kondigde de Indonesische president de ‘Trikora’ af, een drievoudige opdracht voor zijn volk. Dat moest voorkomen dat Den Haag een ‘Papoea-marionettenstaat’ stichtte; moest in plaats daarvan de Indonesische vlag boven West-Irian laten wapperen en zich door middel van een algehele mobilisatie voorbereiden op de verdediging van het land. Nieuw-Guinea moest, met andere woorden, gered worden uit de klauwen van het Nederlandse imperialisme en andere buitenlandse bemoeizucht.

    De infiltraties maakten de Nederlanders zenuwachtig. Maar nuchter bekeken boekte het speciaal voor de verovering van Nieuw-Guinea opgerichte Indonesische Mandala-commando nauwelijks successen. Gedropte parachutisten eindigden in de bomen van de dichtbeboste jungle of gingen met veel te zware uitrusting ten onder in moerassen. Per vliegtuig of per boot aangekomen militairen werden door de plaatselijke bevolking niet als bevrijders onthaald, maar met enige regelmaat uitgeleverd aan de Nederlandse autoriteiten.

    In Den Haag broeide het ondertussen. Ondernemers bekritiseerden de Nederlandse opstelling: was krampachtig vasthouden aan een onrendabel overzees rijksdeel wel verstandig, zeker als dat de nationale handelsbelangen vergaand kon schaden? De bij Unilever groot geworden Paul Rijkens wierp zich op als vertolker van dit soort inzichten. Binnen het kabinet stonden voorstanders van een harde lijn – Luns voorop – tegenover bewindslieden die aandrongen op een snelle diplomatieke oplossing, zoals de latere premiers Jelle Zijlstra en Jo Cals. Minister-president De Quay werd vaak overmand door twijfel en heen en weer geslingerd tussen de twee kampen.
     

    Lessen van de politionele acties

    De Slag bij Vlakke Hoek leek een opsteker voor de hardliners op het Binnenhof. Leek, want de politionele acties hadden geleerd dat militaire overwinningen allerminst zaligmakend waren. In de naoorlogse wereldorde werden slagen en zelfs oorlogen ook beslecht in het diplomatieke verkeer. Soekarno handelde daarnaar en schuwde grote woorden en gebaren niet. De president wist dat hij de wind mee had in een wereld die in de ban was van dekolonisatie.

    Nederland opereerde onhandiger. Het had, wijs geworden door recente ervaringen, kunnen weten dat ordinair machtsvertoon ook contraproductief kon uitpakken. Op 30 mei 1960 ging het vliegkampschip Karel Doorman vergezeld van enkele andere schepen op pad voor een reis van meer dan een halfjaar naar Azië. De boten moesten onder meer hun opwachting maken bij de viering van 350 jaar diplomatieke relaties tussen Nederland en Japan. Maar de eindbestemming was Nieuw-Guinea, waarmee nog maar eens duidelijk werd dat dit feitelijk een staaltje gunboat diplomacy was: imponeren met veel machtsvertoon.
     

    Nederland raakte steeds verder in een internationaal isolement. Het vliegkampschip de Karel Doorman werd niet toegelaten in Japan en de Filipijnen; in Hongkong en Singapore kon het rekenen op een uiterst kille ontvangst

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen