• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 3/2005

    De Pacificatie van 1917

    Het nationale zelfbeeld was voortaan ‘eenheid in verdeeldheid’

    Door: Piet de Rooy

    Wat moeten we weten van onze vaderlandse geschiedenis? Historici Piet de Rooy en Jan Bank maakten een canon van het Nederlandse verleden. Tien hoogtepunten uit dit overzicht treft u aan in Historisch Nieuwsblad. Deze maand: De Pacificatie van 1917.

    Toen Nederland nog dacht een lichtend baken in de wereld te zijn, een land dat op overtuigende wijze liet zien hoe onderlinge tegenstellingen onder controle gehouden moesten worden, was de Pacificatie van 1917 het sleutelvoorbeeld. Bewees dit niet dat een land, dat nagenoeg de gehele negentiende eeuw geworsteld had met schoolstrijd, sociale kwestie en algemeen kiesrecht, al deze ingrijpende problemen met één magistrale beweging had opgelost? De tegengestelde belangen werden in kalm en bezadigd overleg tegen elkaar geruild: links kreeg algemeen kiesrecht, rechts kreeg overheidssubsidie voor het bijzonder onderwijs, en gezamenlijk kon men vervolgens gaan beginnen aan de opbouw van de sociale zekerheid. 
               
    Dit was - toegegeven - erg beknopt samengevat het beeld dat de politicoloog Arend Lijphart in 1968 ontwierp in zijn boek The Politics of Accomodation: Pluralism and Democracy in the Netherlands, vervolgens vertaald en vele malen herdrukt onder de titel Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek. Lijphart veroverde er de wereld mee, de lessen van deze geschiedenis werden zelfs Zuid-Afrika ten voorbeeld gehouden. Sterker nog: zelfs in Nederland werd dit lange tijd de standaardvisie op de gebeurtenissen, die met een grondwetswijziging in 1917 hun formele beslag hadden gekregen. 
               
    Het verhaal van Lijphart over de Pacificatie verloopt ongeveer als volgt. Er was eens een land dat lange tijd met grote problemen worstelde. De problemen stapelden zich op en de verschillende zuilen kwamen steeds scherper tegenover elkaar te staan. Omstreeks 1910 'was de politieke toestand dus zeer gespannen'. Maar in 1913 kwam er een kabinet onder leiding van minister-president P.W.A. Cort van der Linden, die moedig opstond en als 'een eerlijk makelaar' de partijen ertoe bracht om een oplossing te vinden voor de gerezen verschillen. Dat moest ook wel, omdat de onderlinge vijandigheid het volk verdeelde - zelfs in die mate dat het in twee vijandige kampen uit elkaar dreigde te vallen. 
               
    Eind 1913 werden er twee commissies ingesteld, de ene om de schoolstrijd op te lossen en de andere om het eens te worden over het algemeen kiesrecht. Van belang was dat in die commissies de leiders van alle zeven bestaande politieke (drie confessionele, drie liberale en een sociaal-democratische) partijen zaten. In dat topoverleg werden ze het eens: alle bijzondere scholen zouden voortaan net zoveel overheidssubsidie krijgen als de openbare scholen en er kwam een algemeen mannenkiesrecht, terwijl in de grondwet vast de belemmering tegen het vrouwenkiesrecht werd opgeheven. Deze voorstellen werden tegelijkertijd en nagenoeg unaniem aangenomen, zowel in de Tweede als in de Eerste Kamer. 
               
    De partijen achtten het zelfs zo van belang dit zonder verdere brokken te regelen dat ze een akkoord sloten om bij de komende verkiezingen de samenstelling van de Tweede Kamer zoveel mogelijk hetzelfde te houden. Tegenover aftredende leden werden dan ook geen andere kandidaten gesteld, vanwege de gedachte 'laat zitten, wat zit'. De nieuwe Kamer kon daardoor de grondwetswijzigingen in tweede lezing meteen goedkeuren. Lijphart vervolgt: 'Deze episode was een keerpunt in de Nederlandse politiek en legde de grondslag voor de pacificatiepolitiek.' 
               
    Dit alles was volgens Lijphart zo'n succes dat alle gewichtige kwesties op een vergelijkbare manier werden behandeld. Dergelijke kwesties werden dus voortaan behandeld door de elites van de zuilen, door de deelname van alle zuilen en opgelost op basis van evenredigheid, waarbij iedereen een vergelijkbaar deel kreeg. De bevestiging van deze spelregels was bijvoorbeeld te zien in de verdeling van de radiozendtijd in 1930: elke zuil kreeg zijn zender. Pas in de loop van de jaren zestig zou deze pacificatiepolitiek door een nieuw politiek bestel vervangen worden. Vanaf dat moment overheerste de polarisatie en werd het politieke bestel dan ook instabiel. 
     

    Topoverleg

    Het is een mooi verhaal, het stemt tevreden, ik heb het zelf ook lange tijd geloofd. Jammer is alleen dat het niet klopt. De analyse van Lijphart steunde hoofdzakelijk op de weergave van de gebeurtenissen door de liberale staatsman P.J. Oud in diens Honderd jaren. Een eeuw van staatkundige vormgeving in Nederland 1840-1940 (1946). Merkwaardig is dat een degelijk historisch onderzoek, gebaseerd op de bronnen, sindsdien kennelijk niet meer nodig werd geacht. Maar in 1988 verscheen de dissertatie van de Nijmeegse politicoloog Huub Spoormans, 'Met uitsluiting van voorregt'. Het ontstaan van liberale democratie in Nederland, die zich niet tevreden had gesteld met het standaardverhaal. En dan rijzen er wat vragen. 
               
    Om te beginnen is het opvallend dat de sociale wetgeving, die zo zou moeten profiteren van de Pacificatie, eigenlijk vooral een bron bleef van conflicten en simpelweg niet op gang kwam. De wetgeving van Talma op dit terrein was wel aangenomen in het parlement, maar werd simpelweg niet in uitvoering genomen; verschillende ontwerpen op het gebied van sociale wetgeving van Treub en Lely sneuvelden (zo niet in de Tweede, dan zeker in de Eerste Kamer). Niet alleen valt dus te constateren dat de Pacificatie de sociale wetgeving geen stap dichterbij heeft gebracht, het is zelfs opvallend dat er op dit conflictrijke terrein - dat na de revolutiepoging van 1918 alleen maar belangrijker was geworden! - ook niets wees op verstandig topoverleg van de verzuilde elites. Op dit speelveld werden die spelregels van Lijphart dus in elk geval niet toegepast. 
               
    Dan het kiesrecht. Vanaf 1870 was de uitbreiding van het kiesrecht een heikel punt. Het draaide om de vraag of 'iedereen' dat nu moest krijgen of niet. Maar deze kwestie was - met uitzondering van het kiesrecht voor vrouwen - in 1912-1913 eigenlijk al beslecht: alle liberalen hadden zich toen reeds neergelegd bij het algemeen kiesrecht voor mannen. Bij de confessionelen had men nog wel een eigen variant in elkaar gezet, het zogenoemde 'huismanskiesrecht', dat wil zeggen dat gezinshoofden zouden stemmen, maar het verschil tussen beide varianten was nogal overzichtelijk: algemeen mannenkiesrecht zou naar verwachting 1.300.000 mannen tot de stembus toelaten, het gezinshoofdenkiesrecht 1.180.000. 
               
    Confessionele politici als De Savornin Lohman en Nolens beweerden dan ook dat de uitkomst van de twee varianten ongeveer gelijk zou zijn. De conservatieve liberaal De Beaufort vond nooit erg veel meer van 'democratie' dan dat het vooral nogal duur was - aangezien de staatsuitgaven daardoor opgejaagd zouden worden door het toegeven aan allerlei 'sociale' verlangens. Maar zelfs hij noteerde betrekkelijk onaangedaan in zijn dagboek dat Cort van der Linden in de troonrede van 16 september 1913 het programma van de drie samenwerkende liberale groepen had aangekondigd: 'algemeen [mannen]stemrecht en staatspensionneering'. 
               
    Dat algemeen mannenkiesrecht was dan ook nauwelijks meer een principieel punt. De commissie die het kiesrecht moest wijzigen was in elk geval snel klaar met de voorstellen; in mei 1914 was al een uitgewerkt voorstel gereed, inclusief de overgang van een districtenstelsel naar de evenredige vertegenwoordiging. Het wachten was op een oplossing voor de onderwijskwestie, aangezien de confessionele partijen niet wensten mee te werken aan de benodigde grondwetsherziening (waarvoor een meerderheid van tweederde nodig was) als hun op dat terrein niet wat meer tegemoet werd gekomen. 
     

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen