• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 5/2017

    De NSB vlak voor de Duitse inval

    Tussen hoop en vrees

    Door: Edwin Klijn en Robin te Slaa

    In de maanden voor de dreigende Duitse inval keken de NSB’ers gespannen naar het grote buurland. Ze wisten niet wat ze moesten doen. Een putsch plegen? Of wachten tot de nazi’s de grens overstaken?

    Een Duitse geheim agent, die kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 Nederland door reisde, peilde de stemming onder de bevolking. Overal hoorde hij hetzelfde: het was Hitler die de Europese vrede had verstoord. De Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) van ingenieur Anton Mussert – ‘Hitler-knechten’ in de ogen van velen – belandde nog meer in het verdomhoekje. Wat resteerde, was een sterk geradicaliseerde, geïsoleerde nucleus van ongeveer 30.000 Nederlandse nationaal-socialisten die smachtten naar ‘de nieuwe tijd’, maar ook de toorn van hun volksgenoten vreesden.

    Vanaf september 1939 was de dreiging van een Duitse inval voortdurend aanwezig. De nervositeit onder de Nederlandse bevolking en ook onder de NSB’ers was groot. NSB-colporteurs durfden uit angst voor molestatie nauwelijks de straat op. De vijandigheid van hun volksgenoten was niet zonder reden. Volgens Mussert had ‘het internationale Jodendom’ Engeland aangezet tot een broederstrijd met het stamverwante Duitsland. Het NSB-blad Volk en Vaderland was er duidelijk over wat het Nederlandse volk te wachten stond onder een nationaal-socialistisch bewind. Een afrekening met de tegenstanders – de Joden voorop – stond boven aan de lijst van actiepunten.

    Vanaf oktober organiseerde de Mussert-garde, een nieuwe paramilitaire organisatie rondom de jonge Henk Feldmeijer, geheimzinnige besloten bijeenkomsten voor vitale, raszuivere jongemannen. Politie-invallen en arrestaties volgden. De geruchtenstroom over betrokkenheid van NSB-leden bij spionageactiviteiten hield onverminderd aan. Ondertussen troffen verschillende NSB-kringen voorbereidingen om ondergronds verder te gaan, mocht het tot een verbod van de beweging komen.

    Joodse vluchtelingen 

    De NSB-propagandamachine draaide tijdens de Sitzkrieg op volle toeren. Op een partijbijeenkomst op 10 november in Den Haag kondigde Mussert aan dat de toekomstige nationaal-socialistische staat zou afrekenen met de ‘Pinda-Chineezen’, de tienduizenden Joodse vluchtelingen en ‘misdadigers en parasieten van eigen Volk’.

    Het NSB-kopstuk Meinoud Rost van Tonningen – zeer populair onder de minder gepolijste Haagse kameraden – kreeg op dezelfde vergadering een veel geestdriftiger ontvangst dan Mussert. Hij gold als de frontman van de op de Duitse SS gerichte stroming binnen de NSB. Des te opvallender was het dat uitgerekend Het Nationale Dagblad – waarvan Rost hoofdredacteur was – in december 1939 nadrukkelijk stelling nam tegen een Duitse inval in Nederland. De vele doden als gevolg van de strijd zouden een langdurige ‘brandende haat’ tegen het Duitse volk in de harten van de Nederlanders planten, aldus het nationaal-socialistische dagblad.

    Maar waar stond Mussert? Begin 1940 rapporteerde de Gestapo dat hij ondersteuning vanuit het buitenland afwees. De doorgaans uitstekend geïnformeerde dienst was dit keer minder goed op de hoogte. Rondom de jaarwisseling had de NSB-leider namelijk tot tweemaal toe in het diepste geheim gesproken met de Duitse diplomaat Werner Neumeister. De NSB-leider presenteerde zich als uiterst deutschfreundlich. Mocht Duitsland de oorlog verliezen, zo verklaarde hij, dan was het ook met hem gedaan. Tegelijk gaf Mussert aan dat de NSB’ers bij een Duitse inval nooit de wapens zouden opnemen tegen hun eigen volksgenoten.

    Propagandaminister Joseph Goebbels, die notulen ontving van de gesprekken met Mussert, had geen goed woord over voor de NSB-leider. Hij noteerde in zijn dagboek: ‘Een Hollandse nazi. Laf en aanmatigend. Wij moeten voor hem de kastanjes uit het vuur halen en dan weer opdonderen. Hij wil geen koloniën afstaan, maar er zelfs nog wat bij krijgen. Daar komt helemaal niets van in. Een wel heel naïeve opvatting.’ 

    Kennelijk had Mussert zijn wens herhaald om Vlaanderen, inclusief Belgisch-Congo, bij Nederland te voegen. In april 1939 had hij deze territoriale verlangens al tegenover een medewerker van Von Ribbentrop kenbaar gemaakt.
     
    De Nederlandse Centrale Inlichtingendienst (CID) was niet op de hoogte van deze gesprekken. De geheime dienst hield vooral Feldmeijer en Rost nauwlettend in de gaten. De dienst beschikte in januari 1940 zelfs over een informant in de naaste omgeving van de laatste. Een verbitterde Rost had deze CID-spion toevertrouwd dat hij en anderen al sinds maanden Mussert probeerden over te halen een staatsgreep te plegen, ‘doch alles stuitte af op zijn lafheid’. Op de vraag of Rost dan zelf niet ‘de putsch-plannen’ kon doorvoeren, luidde het antwoord ontwijkend.

    Er waren voor de CID genoeg andere redenen om Rost te volgen. Zo verkondigde hij begin 1940 op een besloten vergadering in Amsterdam: ‘Wij staan aan de zijde van Duitschland en mochten wij onverhoopt in den oorlog betrokken worden, dan zal geen van ons de wapenen tegen Duitschland opnemen.’ Volgens een verslag betoogden de aanwezigen luidkeels hun instemming: ‘Nooit, nooit!’
     

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen