Home De lokroep van de NSB

De lokroep van de NSB

  • Gepubliceerd op: 17 apr 2007
  • Update 24 mrt 2026
  • Auteur:
    Bart van der Boom
Affiche van de NSB.

De NSB beloofde in de jaren dertig dat het gedegenereerde Nederland herboren zou worden als een sterke natie. Dat trok veel stemmers, maar de aantrekkingskracht verflauwde al snel. Hoe kwam dat?

Wat zagen mensen eigenlijk in de NSB? Waarom stemde in 1935 8 procent van de kiezers op de partij? Wat bezielde de 50.000 leden? Wie waren die mensen? Daar weten we niet zo veel van, omdat ledenlijsten ontbreken, en na de oorlog vrijwel alle oud-leden er het zwijgen toe deden. Maar met enig historisch geïnformeerd inlevingsvermogen kunnen we wel degelijk reconstrueren wat zij destijds aantrekkelijk vonden, waarom de boodschap van de NSB voor hen hout sneed – en voor veel landgenoten niet.

Waterstaatsingenieur Anton Mussert richtte zich begin jaren dertig tot zijn landgenoten met een alarmerende boodschap: Nederland stond op een keerpunt: radicaal veranderen of ten onder gaan. Er heerste ‘een zodanig toenemende geest van futloosheid, onmacht, onwil, onverschilligheid, ongeloof, verdeeldheid, schotjesgeest, krakeelzucht, dat het de spuigaten uitloopt, dat het somtijds lijkt of de natie de ontbindende krachten verzamelt om zelfmoord te plegen’, aldus een toelichting op het partijprogram. ‘Als staatsburger is de Nederlander zoo gedegenereerd,’ zei Mussert in een kranteninterview, ‘dat we een algehele omschakeling dringend noodig achten.’ Daartoe was de NSB (Nationaal-Socialistische Beweging) opgericht. De Beweging was niets minder dan ‘het geweten en de levenswil der ontwakende natie’.

Meer historische context bij het nieuws van vandaag?

Meld u aan voor de gratis nieuwsbrief van Historisch Nieuwsblad.
Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Die neergang bestond in essentie uit verdeeldheid, ‘volksverscheuring’. Het Nederlandse volk was vervreemd geraakt van wat het werkelijk bond: de historisch bepaalde Nederlandse identiteit, ‘den geest die door de eeuwen heen tot ons is gekomen, nu in ons leeft door hetzelfde oude bloed, dat van vader op zoon is overgevloeid als door een nooit afgebroken bedding’. Die geest – waarvan de inhoud overigens vrij onduidelijk bleef – had het vaderland in het verleden tot grote daden gebracht. Maar nu was hij uitgedoofd en vergeten. De Nederlanders hadden zich overgegeven aan de ‘hokjes- en schotjesgeest’. Ze vormden geen volk meer, zei Mussert eens binnenskamers, maar ‘een kijvende bende’.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Lees de eerste maand met korting voor €1,99

Naar de schuldigen hoefde niet lang gezocht te worden: de ‘partijbonzen’, de ‘politicasters’, gebruikten het funeste middel van de parlementaire democratie om het volk te verdelen: ‘Honderd jaren van geestelijke neergang, twintig jaren moderne leugenpropaganda, zijn er nodig geweest om het Volk in dezen toestand te brengen.’ En waarom? Niet voor enig ideaal, maar uit machtshonger en ter verkrijging van ‘een goed baantje en een pensioen’. Daarom hitsten de socialisten klasse tegen klasse op, de confessionelen religie tegen religie en de liberalen individu tegen individu. In feite speelden ze onder één hoedje, allemaal partners in de ‘VPP’, de ‘Verenigde Politieke Partijen’. Niemand trad in het krijt voor de ware, organische, door het opperwezen gegeven eenheid van de natie.

NSB-propaganda voor de verkiezingen van de Provinciale Staten
NSB-propaganda voor de verkiezingen van de Provinciale Staten. Limburg, 16 april 1935.

‘En daarom zijn wij gekomen,’ riep een NSB-film de kijker toe. Het nationaalsocialisme zou de nationale wedergeboorte brengen, een land waar geen stand of privilege meer zou gelden, waar slechts arbeid en vaderlandsliefde telden en waar iedere volksgenoot een waardige plaats vond, in een ‘gezonde, gereinigde atmosfeer’. Tegenover de standenstaat van de conservatieven, de nachtwakersstaat van de liberalen, de theocratie van de confessionelen en de grens- en klasseloze maatschappij van de socialisten stelden de fascisten de volksgemeenschap.

Het NSB-toekomstvisioen was manisch optimistisch

De contouren van deze brave new world werden alleen in grote lijnen getekend. Privébezit zou blijven bestaan, maar corporatieve ordening zou een einde maken aan de klassenstrijd en ongebreideld kapitalisme. De volksvertegenwoordiging en de partijen werden opgeheven, hun vertegenwoordigende taken door de corporaties overgenomen. Geestelijke vrijheid was gewaarborgd, mits deze niet zou worden misbruikt voor ‘onnationale’ doelen. De kerk was vrij op eigen terrein, zolang deze zich buiten de politiek hield. De staat streefde geen absolute macht na, maar diende wel te waken over de opvoeding van de jeugd en de verdediging van nationale waarden. Ageren tegen het fascisme zou uiteraard worden verboden, ‘omdat men zich dan verzet tegen de eenheid, d.w.z. het levensbelang der natie’. En de macht zou worden geconcentreerd bij één leider.

Was dit geen recept voor dwingelandij? Nee, antwoordde de goedgeïnformeerde NSB’er, want alleen degene ‘die zich het vertrouwen des Volks ten volle heeft waardig gemaakt’ zou tot het leiderschap worden geroepen. Het fascistisch leiderschap was geen dictatuur, maar een perfecte vorm van vertegenwoordiging. De leider ‘komt op uit het volk, heeft het vertrouwen van het volk en beslist niet zonder de verschillende organen des volks te raadplegen’. Waar de parlementaire democratie de wil van het volk versplinterde, daar werd die door de leider juist belichaamd; de fascistische leider was op bijna mystieke wijze één met zijn volksgenoten.

Colporteur met de NSB-krant Volk en vaderland, juli 1935.
Colporteur met de NSB-krant Volk en vaderland, juli 1935.

Deze leiderschapsidee was een panacee die alle klassieke staatkundige vragen over controle, inspraak en verantwoordelijkheid oploste. De handleiding voor NSB-huisbezoekers, met daarin allerlei potentiële tegenwerpingen en hun weerlegging, geeft hiervan aardige voorbeelden. Zo luidde het antwoord op de vraag hoe men in de fascistische staat corruptie zou voorkomen, dat de leider alle bevoegdheden zou bezitten om daartegen op te treden. Voor de scepticus mag dit een uiterst naïeve stoplap lijken, voor de gelovige was het een schitterend visioen: een zoon van het volk die als goede vorst zou heersen – zoals Benito Mussolini in Italië of Adolf Hitler in Duitsland.

De overeenkomsten met het fascisme en nationaal-socialisme waren evident – een aanzienlijk deel van het partijprogramma was overgenomen uit dat van de NSDAP – maar er waren ook verschillen. De elders zo prominente verheerlijking van binnenlands en buitenlands geweld ontbrak. Dat zou, dacht men, slecht vallen in een zo weinig martiale cultuur als de Nederlandse. De Nederlandse buitenlandse politiek bood daarbij weinig aanleiding tot wapengekletter; zij streefde immers geen wijziging van de status quo na, maar juist bestendiging.  Racisme en antisemitisme waren door Mussert eveneens nadrukkelijk uit het programma geweerd. Dat leek ook logisch: antisemitisme was mild vergeleken met elders en had electoraal nooit veel opgeleverd, en in het koloniaal rijk leefde een aanzienlijk aantal staatsburgers van gemengde afkomst.

Het idee dat de NSB-ideologie – en het fascisme en nationaal-socialisme in het algemeen – vooral nihilistisch of negatief was, is wetenschappelijk al lang achterhaald. Het toekomstvisioen was eerder op het manische af optimistisch; het beloofde niets minder dan een nieuwe wereld en een nieuwe mens. Daarmee was het fascisme veel meer dan een plan voor een beter bestuur; met zijn utopische beloftes, zijn rituelen en zijn claims op het leven en denken van de aanhangers was het een politieke religie.

De Beweging probeerde in eigen gelederen vast een kleine versie te bouwen van die nieuwe wereld. De basiseenheid was de ‘groep’ van minstens vijftien leden. Deze kwam in theorie tweemaal per maand bijeen ten huize van de groepsleider. Acht groepen vormden een kring. In 1935 waren er daar zestig van. Het kloppend hart van de kring was het kringhuis, waar men vergaderde, waar het bestuur zetelde, waar men zich aan de leestafel politiek kon scherpen en waar de kringkrant werd gemaakt.

Die stond vol met oproepen voor openbare bijeenkomsten, toneelavonden, wandeltochten en zelfs kienavonden. Advertenties prezen NSB-theelepels, NSB-wandspreuken of NSB-sigaren aan. Een arbeidsbeurs probeerde kameraden zonder werk onder te brengen bij kameraden met een zaak; iedereen werd opgeroepen bij partijgenoten te kopen en zeker niet bij coöperaties (socialisme!) of warenhuizen (kapitalisme! Joden!). Een Haarlemse tandarts offreerde gratis tandheelkundige behandeling aan armlastige kameraden. En met enige regelmaat trokken alle getrouwen naar de Jaarbeurs, de RAI of, later, de Goudsberg in Lunteren om daar een hoogmis te vieren rondom de leider.

Defilés en aubades

Deze ‘sacralisering van de politiek’ vormde elders ongetwijfeld een belangrijk onderdeel van de aantrekkingskracht van het fascisme. In Nederland ligt dat misschien anders, omdat de sacralisering van de politiek hier al staande praktijk was. Veel Nederlanders hadden al een politieke religie; zij behoorden tot een zuil, elk met een eigen subcultuur van gezangen, rituelen, symbolen en massabijeenkomsten, elk met eigen leefregels, toekomstvisioen en zingeving. En juist in het Interbellum beleefden deze subculturen een grote bloei. Behoefte aan ‘organisatie, gemeenschapsbeleving, gezagsherstel en innerlijke discipline’, heeft historicus Ivo Schöffer eens geschreven, ‘zat in de lucht’; ‘Defilés, aubades, optochten, massameetings, zij waren haast aan de orde van de dag.’

De zuil benaderde aardig de geïdealiseerde gemeenschap van de NSB. Alleen diende zij volgens de NSB de hele natie te omvatten, niet een levensbeschouwelijk afgescheiden segment daarvan. Daarmee waren de bestaande zuilen de aartsvijand van de NSB. Wie koos voor de nationale wedergeboorte diende zijn zuil af te zweren. Dat deden slechts weinigen. Hoe spectaculair de verkiezingsuitslag van 1935 met 8 procent van de stemmen ook was – nooit eerder had een nieuwkomer ineens zoveel stemmen gehaald –, hij toonde tevens aan dat de NSB geen bres had weten te slaan in de bolwerken van de katholieken, orthodox-protestanten of sociaal-democraten. Die hadden ook wel enige moeite gedaan voor het behoud van hun positie.

Een mars van de vereniging De Princevlag, een onderdeel van NSB-jeugdbeweging de Jeugdstorm. Amsterdam, 20 mei 1937
Een mars van de vereniging De Princevlag, een onderdeel van NSB-jeugdbeweging de Jeugdstorm. Amsterdam, 20 mei 1937.

De socialistische SDAP voerde al vanaf 1933 heftig campagne tegen de NSB, onder andere in het weinig subtiele blad Vrijheid, Arbeid, Brood, waarin de NSB routinematig werd vereenzelvigd met uitbuiting, moord, terreur, corruptie en, als het even kon, kinderroof en prostitutie. De katholieke en gereformeerde kerken lieten er evenmin twijfel over bestaan dat de NSB een werktuig van satan was, en ontzegden partijleden in 1936 deelname aan de kerkelijke rituelen.

De meeste NSB-kiezers kwamen dus van buiten de zuilen: ze hadden in 1931 nog liberaal gestemd, waren in 1933 (toen de NSB nog niet meedeed aan de verkiezingen) misschien uitgeweken naar een protestpartij of naar ‘sterke man’ Colijn, om in 1935 bij de NSB uit te komen. Onder kiezers en leden, zo lijkt het, waren onkerkelijken en randgelovigen sterk oververtegenwoordigd. De NSB wist dus voornamelijk sympathie te winnen bij mensen die er geen sterke levensbeschouwing op nahielden. Wie al een politieke religie bezat, was immuun. Dit strookt overigens met de situatie in nazi-Duitsland, waar trouwe katholieken en (voorheen) georganiseerde arbeiders relatief resistent bleken.

Sociaal-economisch is het beeld ingewikkelder. Een oud en ingeburgerd idee is dat fascisten vooral bange middenstanders waren, bevreesd voor enerzijds de boze bezitlozen, anderzijds het grootkapitaal. Dit is onjuist: de grote fascistische bewegingen waren in verrassende mate klassenoverschrijdend, conform het fascistisch ideaal. Dat gold ook voor de NSB, al waren arbeiders ondervertegenwoordigd. Ze bracht, lijkt het, twee verschillende groepen samen: werklozen, bedreigde kleine middenstanders en boeren enerzijds, conservatieve en liberale gegoede burgers anderzijds – de hoogste NSB-scores vielen enerzijds in villadorpen als Wassenaar en Bloemendaal, anderzijds in arme gemeenten met veel werklozen.

Lidmaatschapsbewijs van Anton Mussert, 1934.
Lidmaatschapsbewijs van Anton Mussert, 1934.

We kunnen hierachter twee verschillende politieke sentimenten vermoeden. Ten eerste een populistisch antipolitiek gevoelen, een diep wantrouwen jegens de bestuurlijke elite en bijbehorend verlangen die uit de tempels van de macht te verjagen – een revolutie, maar dan met behoud van privébezit. Dit sentiment lijkt van alle tijden, maar zal in het politiek stagnerende en economisch zwaar getroffen Nederland van de jaren dertig de wind in de rug hebben gehad.

Het tweede politieke sentiment was veel specifieker voor het Nederland van de jaren dertig: verzuilingskritiek. Dit was een verre van marginaal verschijnsel. Een brede politieke onderstroom van zogenoemde Vernieuwers hoopte, net als de NSB, een einde te maken aan de religieuze, politieke en sociale verdeeldheid. Net als de fascisten verwierpen zij religieuze politiek als onvaderlandslievend. Net als de fascisten vreesden zij dat het liberale kapitalisme of het marxisme – beide even materialistisch – geen oplossing in huis had voor de overal gesignaleerde crisis in de beschaving. En net als de fascisten meenden zij dat die oplossing gezocht moest worden in sociaaleconomische ordening, een sterk gezag en een nieuw nationaal elan.

Dat maakt hen echter nog niet tot fascisten. De meeste vernieuwers beschouwden respect voor de een of andere vorm van democratie namelijk als een nationale deugd. Dat gold uitdrukkelijk voor de linkervleugel van de vernieuwingsbeweging; deze meende zelfs dat democratische waarden het cement zouden zijn van die nieuwe maatschappelijke eenheid. De antifascistische en anticommunistische beweging Eenheid Door Democratie kwam voort uit deze overtuiging. Daar vielen voor de NSB dus geen zieltjes te winnen.

Joden werden afgeschilderd als volksvijandig

De vernieuwingsbeweging had ook een rechtervleugel, die de natuurlijke thuishaven voor de NSB had kunnen zijn. De belangrijkste organisatie in deze hoek was de Nationale Unie. Deze was opgericht in 1925 om een bundeling van alle behoudende elementen in één partij te bewerkstelligen, en beleefde begin jaren dertig een heropleving. Van de NSB moesten de deftige heren van de Nationale Unie echter niets hebben. Bij een sterk gezag dachten zij namelijk aan een nationaal kabinet dat zich niet te veel aantrok van de Kamer, niet aan een leider-messias. En de onderdrukking van burgerlijke vrijheden die impliciet was in het NSB-programma, klonk hun on-Nederlands in de oren.

Zo had de weerstand tegen de NSB een duidelijke gemene deler: verdediging van geestelijke vrijheid. Voor liberalen en sociaal-democraten was het een waarde op zichzelf, voor confessionelen de voorwaarde voor hun soevereiniteit in eigen kring. Critici van de verzuiling, de potentiële bondgenoten van de NSB, zagen de geestelijke vrijheid op z’n minst als historisch gegeven, maar vaker als nationale deugd.

Ook in hun ogen propageerde de NSB een on-Nederlands paardenmiddel; een opdringerige dictatuur die elders misschien nodig en nuttig was, maar niet strookte met de Nederlandse traditie van vrijheid en tolerantie. Daartegen kon een rechtgeaard fascist natuurlijk inbrengen dat die veelgeprezen geestelijke vrijheid had geresulteerd in de veel verketterde verdeeldheid: wie eenheid wilde, moest de consequentie van overheidsdwang aanvaarden.

Viering van het tienjarig bestaan van de NSB. Mussert koopt een lot voor de nationaal-socialistische Winterhulp, 14 december 1941.
Viering van het tienjarig bestaan van de NSB. Mussert koopt een lot voor de nationaal-socialistische Winterhulp, 14 december 1941.

Dat idee werd in de loop van de jaren dertig steeds slechter verkoopbaar. Nazi-Duitsland was in 1933 voor wie dat wilde nog een lichtend voorbeeld van krachtig bestuur, politiek-culturele schoonmaak en herstel van orde, tucht en vaderlandsliefde – en dat licht had ook afgestraald op de NSB. Maar Duitsland werd al snel synoniem met antisemitisme, kerkstrijd, concentratiekampen, knokploegen en oorlogsdreiging.

Dat was des te desastreuzer voor de NSB omdat de partij, die in de beginjaren nog wel eens afstand had genomen van de Duitse geestverwanten, zich vanaf 1935 geheel met hen ging identificeren. Joden werden steeds vaker afgeschilderd als volksvijandige samenzweerders en konden vanaf 1938 geen lid meer worden. Eigenrichting – ‘vuistrecht’ – en straatgeweld werden door de leiding aangemoedigd, de agressieve buitenlandse politiek van Mussolini en Hitler goedgepraat.

Deze radicalisering, gecombineerd met de enorme tegenstand uit vrijwel alle hoeken van de maatschappij, nekte de Beweging. Vanaf begin 1936 kromp het ledental en in 1937 halveerde haar electoraat.

Die leegloop wakkerde de radicalisering verder aan. De tegenwerking, de broodroof, de verkettering en de afrekening die ooit zou komen, werden hoofdbestanddeel van veel speeches. De keuze was simpel: Europa zou onder het nationaalsocialisme bloeien, of ondergaan in de strijd tegen het bloeddorstig bolsjewisme. De opmars van de nieuwe tijd viel niet te stoppen en wie niet wilde horen, zou moeten voelen.

Mei 1940 bevestigde voor NSB’ers de juistheid van deze analyse. Het oude stelsel was als een kaartenhuis ineengestort. Nu kreeg Nederland een nieuwe kans om zich van zijn beste kant te laten zien en een eervolle plaats te verdienen in het nieuwe Europa. Collaboratie met de Duitse bezetter was bijna vanzelfsprekend. Mussert had een jaar voor de inval al bij de Duitsers gesolliciteerd als leider van het te bezetten vaderland. Slechts een handjevol leden zegde na mei 1940 op. De rest geloofde heilig in de wenselijkheid en onvermijdelijkheid van een Duitse overwinning.

De grote meerderheid van de Nederlanders geloofde het tegengestelde. Voor het eerst en misschien wel voor het laatst deelde de gehele maatschappij een en dezelfde politieke wens: een snelle bevrijding van de gehate bezetter en afrekening met zijn handlangers. Zo verenigde de NSB alsnog het Nederlandse volk, zij het in de rol van haatobject. De beweging die ‘geweten en levenswil’ van de natie had willen zijn, zou de geschiedenis ingaan als een verzameling opportunistische landverraders.

Meer weten:

  • De NSB, deel 1 en 2 (2009 en 2021) door Edwin Klein en Robin te Slaa is een standaardwerk.
  • Tobie Goedewaagen (2013) door Benien van Berkel is een biografie van een nationaal-socialist.
  • De voorman. Henk Feldmeijer en de Nederlandse SS (2012) door Bas Kromhout.

Nieuwste berichten

Militaire parade bij een groot portret van Philippe Pétain, 1940.
Militaire parade bij een groot portret van Philippe Pétain, 1940.
Beeldessay

Frankrijk is verdeeld over het Vichy-regime

De zuidelijke helft van Frankrijk was tijdens de oorlog een satellietstaat van de nazi’s, met aan het hoofd maarschalk Philippe Pétain. Was hij een collaborateur of probeerde hij de Fransen juist te beschermen? Daarover woedt nog steeds een debat. In de zomer van 1940 werd Frankrijk binnen enkele weken onder de voet gelopen door nazi-Duitsland....

Lees meer
Stadsbrand van 1452 in Amsterdam.
Stadsbrand van 1452 in Amsterdam.
Artikel

Janna Coomans: ‘De Nederlandse strijd tegen het vuur is een vergeten geschiedenis’

Na haar prijswinnende boek Dievenland doet mediëvist Janna Coomans nu onderzoek naar middeleeuwse brandbestrijding. Op vrijdag 12 juni geeft ze een lezing over het onderwerp tijdens een collegedag van Historisch Nieuwsblad. Ze geeft alvast een voorproefje: ‘Dagelijks gevaar zat in allerlei zaken, van dienstmeisjes die brandend as naar buiten tilden tot de boer die ‘s...

Lees meer
Engelsen geven zich over aan de Japanners. Singapore, 15 februari 1942.
Engelsen geven zich over aan de Japanners. Singapore, 15 februari 1942.
Artikel

De Britten bleken geen partij voor de Japanners

In februari 1942 veroverden de Japanners de stad Singapore, tot dan toe een Britse kolonie. Volgens premier Winston Churchill was deze nederlaag ‘de grootste ramp in de Britse militaire geschiedenis’. Het zou het einde betekenen van een wereldrijk. Ze staan er nog: de grote naar zee gerichte kanonnen van Fort Siloso op Sentosa, een eilandje...

Lees meer
Grigori Raspoetin.
Grigori Raspoetin.
Recensie

Gebedsgenezer Raspoetin combineerde devotie met lust

Met zijn grote gestalte, woeste baard, indringende ogen en orakeltaal maakte gebedsgenezer Grigori Raspoetin diepe indruk op tsarina Alexandra. Via haar kreeg hij steeds meer invloed aan het Russische hof. Antony Beevor laat zien hoe een giftige dynamiek op gang kwam, die leidde tot de moord op Raspoetin en de ondergang van de Romanov-dynastie. Wie...

Lees meer
Loginmenu afsluiten