• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 10/2005

    De aardbeving in San Francisco van 1906

    Treinen vol goederen vertrokken naar de stad aan de baai

    Door: Floor Bal

    De hulpverlening was snel ter plaatse na de grote aardbeving van 1906 in San Francisco. En zelfs uit het buitenland kwam steun. Het leger deed soms meer kwaad dan goed, maar de aanpak van de ramp door het Rode Kruis is sindsdien een internationaal aanvaard model.

    Geen inwoner van San Francisco was op woensdag 18 april 1906 voorbereid op een aardbeving. Wat het betekende op om de San Andreas-breuklijn te wonen, ontdekten ze die ochtend om twaalf over vijf. Toen werd de stad getroffen door een aardbeving van 8,25 op de schaal van Richter. Een overweldigend geluid van rommelende aarde en instortende gebouwen wekte de bewoners.

    Na de beving was de stad voor zijn geschrokken bewoners onherkenbaar. Overal waren in het oog springende gebouwen – kerken en winkels, bordelen en huizen – in grote puinhopen veranderd. Onder die bergen metaal, hout en steen lagen talloze doden en gewonden begraven. Ook andere delen van Californië werden getroffen, maar in San Francisco was de schade het grootst. Er was snel hulp nodig.

    Het was eigenlijk toeval dat de 40-jarige brigadegeneraal Frederick Funston die dag de leiding had over de Pacific Division, het deel van het leger dat in San Francisco gelegerd was. Hij verving generaal-majoor Adolphus Washington Greely, die in Chicago was voor de bruiloft van zijn dochter. Zodra Funston de schade zag, besloot hij in actie te komen. Hij gaf zijn troepen opdracht zich te melden bij het gerechtsgebouw. Daar had burgermeester Eugene Schmitz een tijdelijk hoofdkwartier ingericht, omdat het stadhuis was ingestort. Om kwart voor acht stond de eerste groep van 150 soldaten klaar om politie en brandweer te assisteren.

    Het was een snelle reactie van Funston, maar wel een onwettige. De brigadegeneraal nam zonder met een overheidsinstantie te overleggen de beslissing om soldaten de stad in te sturen. Daartoe was hij eigenlijk niet bevoegd. Bij rampen was het gebruikelijk dat het lokale bestuur de problemen zelf aanpakte. Een woedend stadsbestuur van Chicago had vijfendertig jaar eerder soldaten weggestuurd die de orde wilden bewaren tijdens de grote stadsbrand.

    Ook een internationale hulporganisatie, zoals het Rode Kruis, werd door veel politici nog als overbodig beschouwd. Zij vonden dat lokale instanties prima in staat waren om hulp te bieden bij rampen te bieden. Hoewel het Rode Kruis in 1905 geprofessionaliseerd was, had het hierdoor nog niet de kans gekregen zich te bewijzen.

    Plunderingen

    De ingestorte gebouwen en de doden, gewonden en daklozen waren op die woensdag niet eens het grootste probleem van burgemeester Schmitz. Zijn stad werd bedreigd door iets dat potentieel gevaarlijker was dan de aardbeving: brand. Door de beving waren gasleidingen gesprongen, schoorstenen ingestort en kaarsen omgevallen. Het gevolg was dat ongeveer 25 panden in brand stonden. Hulpeloos stonden brandweermannen naast de pompzuilen waarop zij gewoonlijk hun blusslangen aansloten. De beving had niet alleen branden veroorzaakt, maar ook de hoofdwaterleiding gescheurd. Nergens was water te krijgen.

    Schmitz droeg de soldaten op om de brandende gebieden voor toeschouwers af te sluiten. Vervolgens nam hij een omstreden besluit: plunderingen waren verboden en soldaten mochten elke verdachte hiervan direct doodschieten. Ook Schmitz had niet de wettelijke macht om een dergelijk bevel aan het leger te geven. Niettemin volgden de soldaten – tegen de middag waren het er al vijftienhonderd – de orders op. Hoewel verschillende ooggetuigen later vertelden dat ze soldaten mensen zagen neerschieten, zijn er uiteindelijk maar twee executies officieel gerapporteerd. Volgens geruchten werden de lichamen van vermeende plunderaars in brandende gebouwen gegooid, zodat ze niet teruggevonden konden worden.

    In korte tijd waren meer dan vijfduizend inwoners van San Francisco door de beving en de brand gewond geraakt. De meest voorkomende verwondingen waren zware brandwonden en verbrijzelde ledematen. Bijna alle ziekenhuizen in de stad waren verwoest of beschadigd. Twee artsen van het vernielde Central Emergency Hospital braken een groot gebouw aan de overkant van de straat open om daar, in het Mechanics Pavilion, een noodziekenhuis te openen. Maar veel medicijnen waren door de aardbeving verloren gegaan. Zonder verdoving, geneesmiddelen of water konden de artsen en verpleegkundigen weinig doen.

    Woensdagmiddag was de brandweer de wanhoop nabij. Veel gebouwen brandden af vanwege het gebrek aan mankracht en vooral water. Hele stratenblokken gingen in vlammen op. De grootste brand van allemaal was wel het zogenoemde ham-and-eggs fire. Hoewel nooit bewezen, gaat het verhaal dat een vrouw uit het stadsdeel Hayes Valley ontbijt – ham met eieren – voor haar familie wilde maken. Doordat de schoorsteen van haar huis ernstig beschadigd was, raakte het dak in brand door de vlammen van het fornuis. Binnen enkele minuten vatten ook de houten huizen van haar buren vlam. Op dat moment woedden er al vijftig verschillende branden in de stad.

    Brandgang

    Zonder water was er geen mogelijkheid om het vuur doven. Het enige wat de brandweer kon doen, was voorkomen dat het vuur van het ene gebouw op het andere zou overspringen. Brigadegeneraal Funston nam daarom een dramatische en wederom controversiële maatregel: met behulp van explosieven moest een brandgang in de stad worden aangelegd. Een reeks panden werd opgeblazen, zodat er geen brandstof voor het vuur zou zijn. Dynamiet was er voldoende: een van de leveranciers van het leger had zijn fabrieken in de buurt van San Francisco.

    Doordat de soldaten weinig ervaring hadden met het werken met dynamiet, liep er echter het een en ander mis. Een huizenblok klapte niet, zoals de bedoeling was, netjes in elkaar, maar vloog in brand en explodeerde vervolgens. Hierdoor sloeg het vuur over naar andere panden in de buurt. Sommige bewoners van San Francisco – en een aantal historici – zijn ervan overtuigd dat het werken met explosieven veel schade aan de stad heeft toegebracht. Er zouden meer gebouwen dan noodzakelijk vernield zijn om de brand te stoppen.

    Aan het einde van de eerste dag stelde burgemeester Schmitz een Commissie van Vijftig samen. Belangrijke mannen uit de stad vormden elk subcommissies die een deel van de nood moesten oplossen. Zo kwam er een subcommissie voor ‘Voedsel voor de hongerigen’, maar ook een voor ‘Opvang van de Chinese bewoners’.

    De aardbeving en de brand vernielden uiteindelijk 28.188 gebouwen; van de meer dan 400.000 inwoners werden er 225.000 – meer dan de helft – dakloos. Van diegenen die San Francisco niet ontvluchtten zochten duizenden onderdak in de tenten die het leger had opgeslagen rond legerbasis The Presidio. Ook het Golden Gate Park werd overspoeld met vluchtelingen die in het grote park veilig hoopten te zijn.

    In Oakland, aan de overkant van de baai, werd binnen twee dagen een gigantisch doorgangskamp opgericht. In de omgeving van de stad waren 50.000 mensen ondergebracht, terwijl nog eens 50.000 daklozen uit San Francisco via Oakland met de trein naar andere steden werden getransporteerd.

    Inmiddels was de omvang van de ramp in de rest van het land duidelijk geworden. Tegen middernacht, negentien uur na de beving, arriveerde er een trein met voedsel, medicijnen, artsen en verpleegkundigen, die de hele avond vanuit Los Angeles onderweg was geweest. Minister van Oorlog William Taft kreeg een resolutie door het Congres die het mogelijk maakte dat 200.000 rantsoenen direct naar San Francisco werden gebracht. Treinen vol goederen vertrokken vanuit legerbases in Vancouver, Texas, Pennsylvanië, Nebraska, Iowa en Wyoming naar de stad aan de baai. Het duurde niet lang voordat praktisch elke tent in militair bezit in San Francisco stond.

    Niet alleen het leger schoot te hulp. Overal in het land werden acties begonnen om geld in te zamelen. Philadelphia beloofde een half miljoen dollar, de staat Massachusetts bracht 3 miljoen dollar bijeen, de stad Pontiac in Illinois schonk 100 dollar. In Los Angeles laadde de ex-wereldkampioen zwaargewicht boksen Jim Jeffries een kar vol sinaasappelen om die op straat te verkopen. Binnen een paar uur had hij 600 dollar bij elkaar.

    Zelfs het buitenland, bijvoorbeeld China, waar veel inwoners van San Francisco vandaan kwamen, bood geldelijke steun. Maar president Theodore Roosevelt bepaalde dat buitenlandse hulp moest worden afgewezen, omdat Amerika volgens hem voor zijn eigen burgers kon zorgen.

    Noodwoningen

    Edward Thomas Devine lag in een nachttrein naar Chicago te slapen toen hij een telegram van de president kreeg met het verzoek om leiding te geven aan het Rode Kruis in San Francisco. Als hoogleraar aan de Universiteit van Columbia had Devine een boek geschreven over de grondbeginselen van hulpverlening, waarvan het hoofdstuk over hulp na een ramp veel indruk op de president had gemaakt.

    Devine zette zich meteen aan het opstellen van een plan, dat later een internationaal aanvaard model voor hulp na rampen zou worden. De prioriteitenlijst die hij opstelde bestond uit oplossing van het voedsel- en watertekort, onderdak voor daklozen en medische hulpverlening. De nieuwe leider van het Rode Kruis was vast van plan dit in San Francisco in werking te stellen.

    De grote ommekeer in het bestrijden van de brand in San Francisco kwam op donderdag om elf uur ’s ochtends. Op dat moment voer een groep oorlogsschepen van de marine de haven van de brandende stad binnen. Aan pier 8 werden twee brandblusboten aangemeerd. Een anderhalve kilometer lange brandslang werd uitgerold, waaruit krachtige waterstralen op de branden gespoten werden. Een watertanker voerde nieuwe voorraden water aan voor de plaatselijke brandspuiten. Om vier uur was eindelijk de hoofdwaterleiding gerepareerd. De brandweer had weer water tot zijn beschikking. Het duurde nog een paar dagen, maar toen was het vuur bedwongen. De Grote Brand van San Francisco was op zaterdagochtend 21 april voorbij.

    Officieel zijn er 478 mensen om het leven gekomen door de gevolgen van de aardbeving. Maar inmiddels is gebleken dat dit cijfer niet klopt. Veel lichamen zijn nooit gevonden omdat ze door de hitte van de brand gecremeerd zijn. Huidige berekeningen komen in de buurt van drieduizend doden.
    Een gebied van bijna twaalf vierkante kilometer was door de vlammen verwoest. Binnen twee dagen nadat de laatste brand gedoofd was, hadden 90.000 mensen en bedrijven bij verzekeringsmaatschappijen om uitkering gevraagd. Sommige maatschappijen betaalden direct uit, maar andere hielden de verzekerden nog jarenlang aan het lijntje.

    Vijf dagen na de aardbeving nam generaal Greely de leiding van de Pacific Division weer over van Funston. Op 27 april stuurde het ministerie van Oorlog een telegram waarmee de aanwezigheid van het leger in San Francisco werd goedgekeurd. Pas toen hadden de soldaten officiële toestemming om in de stad te zijn.

    Het Rode Kruis kreeg de verantwoordelijkheid over de 9 miljoen uit hulpverleningsfondsen. Hiermee konden de daklozen geholpen worden en werd er een begin gemaakt met het herbouwen van de stad. Maandenlang woonden duizenden evacués in tentenkampen, onder meer in het Golden Gate Park, waar distributiepunten waren voor brood en bonen. Ook vonden velen onderdak in zesduizend tijdelijke kleine noodwoningen, die nog jarenlang bleven staan. Het puin van de ramp werd in de baai geschoven, waar het als fundament diende voor nieuwe gebouwen – die daar staan totdat de volgende aardbeving langskomt.

    Meer informatie

    Boeken
    A Crack in the Edge of the World (2005) is een vlotgeschreven boek dat uitgebreid ingaat op de geologische oorsprong van de aardbeving. Schrijver Simon Winchester vindt dat de redding van de stad te danken is aan burgemeester Eugene Smitz en brigadegeneraal Frederick Funston. Volgens Dennis Smith, schrijver van San Francisco is burning (2005) hebben de twee juist meer kwaad dan goed gedaan. De voormalige brandweerman beschrijft vooral de branden.

    Film
    Erg oud, maar wel met Clark Gable is San Francisco uit 1936. Het is een liefdesverhaal met de verwoesting van San Francisco als romantische achtergrond.