Home COLUMN: Jaap Scholten over zijn huis

COLUMN: Jaap Scholten over zijn huis

  • Gepubliceerd op: 27 mei 2016
  • Update 13 okt 2022
  • Auteur:
    Jaap Scholten
COLUMN: Jaap Scholten over zijn huis

De Joodse József Szterényi doorliep in de negentiende eeuw een fraaie carrière in Boedapest. Hij kocht er een huis boven op een heuvel, dat hij prachtig liet verbouwen. Tegenwoordig is Jaap Scholten de bewoner. 

Ons huis in Boedapest en de opeenvolgende eigenaren illustreren de recente roerige geschiedenis van dit deel van Europa. Het huis is gebouwd op 422 meter hoogte op de Svábhegy, wat wil zeggen: de Zwabenheuvel, de heuvel die van oudsher is bewoond en ontgonnen door Duitse immigranten uit Beieren. Zij woonden in eenvoudige lemen huizen te midden van boomgaarden, wijnstokken en weilanden.

Vanaf de bovenste verdieping van ons huis zie je de Donau door het Pilis-gebergte kronkelen richting Slowakije. Over die rivier kwamen de Zwabische gelukzoekers in de zeventiende en achttiende eeuw op vlotten de rivier afgezakt. Ze werden door de Habsburgse keizers, de Hongaarse landeigenaren en de katholieke kerk gelokt met de belofte van land en belastingvrijstelling nadat de Ottomanen het land in 1668 gebrandschat en onderbevolkt hadden achtergelaten.

Eerste zomerhuis

Ons huis was een van de eerste zomerhuizen die op de Svábhegy werden gebouwd – in 1881, door Adolf Rosenthal. Over hem kan ik weinig achterhalen. Ik vind alleen een beeldhouwer met dezelfde naam. Rosenthal liet een romantische, langwerpige jachthut in chaletstijl bouwen. In 1867 werd het compromis gesloten tussen Hongarije en Oostenrijk waaruit de Dubbelmonarchie ontstond en dat voor de Hongaren een ongekende periode van bloei bracht. Boedapest werd de snelst groeiende stad van Europa. Tussen 1890 en 1910 groeide de bevolking met 79 procent: gebouwen, hele straten en wijken rezen als paddenstoelen uit de grond.

In 1873 waren er rails voor een tandradtrein tot halverwege de Svábhegy aangelegd, en daardoor kwam de onderzijde van de heuvel in ontwikkeling. Dankzij de komst van de tandradbaan konden zware bouwmaterialen naar boven worden gebracht. In 1890 werden de rails verlengd tot boven aan de Széchenyi-heuvel, met de voorlaatste halte bij ons in de straat. Dat treintje rijdt nog altijd: een prachtig Orson Welles’ The Third Man-achtige rode vierkante bak, die Boedapesters naar boven brengt de bossen in.

József Szterényi 

Rond 1890 werd het huis verworven door József Szterényi. Hij was de zoon van de rabijn van Ujpest, Albert Stern. Ujpest had een grote Joodse gemeenschap en twee synagogen. Albert Stern veranderde, uit verlangen te assimileren, de familienaam van Stern in het Hongaarse Szterényi. Wegens extravagantie werd Albert in 1884 van zijn taak ontheven. Vier jaar later stierf hij in een psychiatrische inrichting in Boeda. Albert had vijf zonen en een dochter, die zich allen tot het katholicisme of protestantisme bekeerden. Alle zes bleven ze kinderloos. Een van hen, József, werd gereformeerd en adopteerde een zoon.
 

Allure: De wintertuin heeft glas in lood met felgekleurde bloemen

Er wordt gezegd dat József Szterényi ons huis kocht voor zijn maîtresse, een ballerina. Maar als je de familiegeschiedenis leest, naar zijn carrière kijkt en naar het ene portret dat ik van hem bezit, dan is een dergelijke frivoliteit moeilijk voor te stellen. Op de foto kijkt hij streng en gefocust. Het moet een zeer gedreven en gedisciplineerde man geweest zijn. Ik heb kortgeleden zijn enige kleinzoon op bezoek gehad. We dronken thee in de zitkamer voor de open haard, onder het ingelegde rozenhouten plafond dat door zijn grootvader besteld moet zijn.
 

De ballerina

In 1890 trouwde hij met de knappe slagersdochter Ida Maholdy uit Brasov in Transsylvanië. Ook vertelde hij dat er op veel foto’s van zijn grootvader een szomurú lány stond, een treurig kijkend meisje. Was het sombere meisje de ballerina?
 

Of ons huis werkelijk voor een minnares werd aangeschaft zal onduidelijk blijven

Of ons huis werkelijk voor een minnares werd aangeschaft zal onduidelijk blijven. Zeker is dat József Szterényi het huis allure gaf. Hij bouwde er een verdieping bovenop en liet er in 1913 een wintertuin met art-nouveauramen aanbouwen. Het glas in lood van felgekleurde bloemen werd ontworpen door de wereldberoemde Miksa Róth, die ook de ramen voor het Hongaarse parlement, de nationale bank, het koninklijk paleis in Boedapest en het Vredespaleis in Den Haag maakte.
 

In de tuin liet hij een vijf meter hoge fontein aanleggen van de firma Zsolnay, van dit type werden er maar drie gemaakt

Szterényi plaatste levensgrote beelden van een edelhert en een wild zwijn op sokkels aan weerszijden in de tuin en liet een vijf meter hoge fontein door de firma Zsolnay uit Pecs bouwen met bovenop een op één been balancerende cupido. Zijn initialen staan boven in de fontein: JS. Er werden in totaal slechts drie fonteinen van dat type gemaakt, een voor het Hercules-bad in Partium – nu Roemeens grondgebied en totaal verwaarloosd – en een voor de familie Zsolnay. Deze staat als pronkstuk in de tuin van het Zsolnay Museum in Pecs.
 

Baron

József Szterényi begon als journalist en publiceerde een aantal boeken over economische onderwerpen. Bij het ministerie van Economische Zaken werd hij de assistent van Ference Kossuth, de zoon van de beroemde Hongaarse vrijheidsstrijder. Szterényi werd staatssecretaris en in 1918 minister van Economische Zaken. In datzelfde jaar werd hij door de laatste Habsburgse keizer van Oostenrijk tot baron gemaakt. Na de Eerste Wereldoorlog en het Verdrag van Trianon onderhandelde hij namens Hongarije met Oostenrijk over de grensgebieden en de oorlogsschulden.  

Rond 1920 verkocht József Szterényi het huis op de Svábhegy. Hij verhuisde naar Pest, verwierf een landgoed ten noorden van het Balaton en stierf een natuurlijke dood in 1941, enkele jaren voordat de nazi’s het bewind over Hongarije overnamen.

Wat zou de rabbijn van Ujpest trots geweest zijn als hij had geweten in welke mate zijn zoon – József baron Szterényi de Brasso: mecenas, landeigenaar, staatssecretaris, minister, onderhandelaar voor Hongarije, bevriend met hertoginnen, in de adelstand verheven door de laatste keizer – geassimileerd was in de Dubbelmonarchie.

Jaap Scholten is schrijver.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 6 - 2016

Nieuwste berichten

Een begrafenis in het dorp. Schilderij door Frank Holl, 1872.
Een begrafenis in het dorp. Schilderij door Frank Holl, 1872.
Artikel

Sterven werd lang doodgezwegen, maar nu wordt er over de dood gepraat

Tot na de Tweede Wereldoorlog was er weinig openheid over de dood. Begrafenissen waren plechtige bijeenkomsten vol vaste rituelen. Hoe anders is dat tegenwoordig. Terminale patiënten beslissen mee over hun behandeling en kunnen kiezen voor een alternatieve uitvaart. ‘Dat je dit allemaal nog wilt,’ zei ik tegen mijn man. ‘Ach,’ antwoordde Pieter, ‘doodgaan is ook...

Lees meer
Filmposter L'Engloutie
Filmposter L'Engloutie
Recensie

L’engloutie: een zondebok in een Alpengehucht

Idealisme botst hard op de werkelijkheid in het Franse speelfilmdebuut L’engloutie (‘De verzwolgene’). Het drama speelt in 1899 in een gehuchtje in de Franse Alpen. Een nieuwe lerares wordt door de bewoners bepaald niet met open armen ontvangen. Ze wantrouwen onderwijs. De lerares houdt hun voor dat lezen en schrijven goed zijn voor de geest....

Lees meer
Koen Ottenheym
Koen Ottenheym
Interview

‘Machthebbers schepten op over hun Romeinse verleden’

Reizend langs de limes, de grenzen van het Romeinse Rijk, onderzocht hoogleraar Koen Ottenheym de hernieuwde belangstelling voor de antieke geschiedenis vanaf de vijftiende eeuw. Die ging gepaard met misvattingen en manipulatie, zo beschrijft hij in De limes als legende. ‘In elke regio, in elke tijd werd werd de Oudheid voor een andere agenda gebruikt.’...

Lees meer
Geschilderde slaven in de tombe van Rekhmire, vijftiende eeuw voor Christus
Geschilderde slaven in de tombe van Rekhmire, vijftiende eeuw voor Christus
Nieuws

Amerikanen gebruikten Egypte als excuus voor slavernij

Plantagehouders in de Verenigde Staten begonnen graag over het Oude Egypte om de slavernij te rechtvaardigen. Ze zagen zichzelf als ‘erfgenamen’ van de farao’s en hun slavernijsysteem. De Franse historicus Charles Vanthournout schrijft op het wetenschappelijk nieuwsplatform The Conversation dat negentiende-eeuwse Amerikanen hun jonge natie graag spiegelden aan grote rijken uit het verleden. Egypte zou...

Lees meer
Loginmenu afsluiten