Home COLUMN: Annegreet van Bergen van Bergen over het kunstgebit

COLUMN: Annegreet van Bergen van Bergen over het kunstgebit

COLUMN: Annegreet van Bergen van Bergen over het kunstgebit

Annegreet van Bergen

Schrijfster en journalist

Gepubliceerd op: 22 september 2016

Update 7 april 2020

Liever een kunstgebit dan een echt gebit, was jarenlang het devies van veel Nederlanders. Tandenpoetsen vonden ze overbodige nieuwlichterij, zo constateert Annegreet van Bergen.

Niet Poetsen! anders verdient de tandarts alleen maar langer aan je rottende gebit

Nog niet zo lang geleden, in 1981, had meer dan de helft van de Nederlanders tussen de 45 en 65 jaar (54,3 procent) een kunstgebit. In 2009 was dat aandeel gezakt tot 11,6 procent. Deze daling is goed te verklaren: de groep uit 1981 was ergens tussen 1916 en 1936 geboren. In 2009 lag het geboortejaar tussen 1944 en 1964, en deze naoorlogse generatie had als eerste geprofiteerd van de kennis hoe je een gebit gezond houdt.

Overigens ging dat lang niet altijd zonder slag of stoot. Zo schrijft Maarten ’t Hart (1944) in het boek over zijn moeder, Magdalena, dat hij op school weliswaar had geleerd dat poetsen goed is voor het behoud van je gebit, maar dat zijn ouders het hem expliciet verboden. Zijn vader had glasheldere argumenten tegen deze nieuwlichterij: ‘Ze zijn er enkel maar op uit je zo lang mogelijk met je eigen wegrottende gebit te laten rondlopen, zodat ze daar flink aan kunnen verdienen. En dat terwijl er kunstgebitten zijn.’ Maarten liet zich niet van de wijs brengen, stond op tegen zijn ouders en poetste stiekem zijn tanden.

’t Hart is geboren in het Westland. Daar werd niet alleen tot ver in de jaren vijftig een kunstgebit als een onvermijdelijk eindstation gezien, ook kregen meisjes er niet zelden bij hun trouwen een kunstgebit als bruidsschat. Hun eigen gebit, ook al was het nog gezond, werd daarvoor getrokken. Zo voorkwamen de ouders dat hun aanstaande schoonzoon voor onverwachte uitgaven kwam te staan. Een eigen gebit was onbetrouwbaar, je kon zomaar kiespijn krijgen en ermee naar de tandarts moeten. Nee, dan een kunstgebit, daar had je geen omkijken meer naar.
 

Loden tubes

De gewoonte om tanden te poetsen won pas langzaam terrein. In Almen, een dorp niet ver van Zutphen, vertelde een oudere mevrouw mij over de eerste keer dat ze tandpasta kocht. ‘De drogist vroeg of ik een lege tube had, want de tubes waren van lood en je werd geacht die in te leveren.’ Een andere mevrouw: ‘Mijn vader poetste al vroeg zijn tanden. Dat had hij geleerd van een dienstmeid die uit de grote stad kwam.’

Maar ook in de grote stad waren ze – althans in onze huidige ogen – behoorlijk achterlijk. Hilde (1941) woonde in Amsterdam en eind jaren vijftig wilde ze aan het conservatorium dwarsfluit studeren. ‘Voor blaasinstrumenten had je een tandartsattest nodig. Mijn tandarts had daar nog nooit van gehoord. Wel zag hij dat ik van nature geen al te best gebit had. “Waarom laat je niet alles trekken en neem je geen kunstgebit? Dan heb je nergens last van.”

Zijn assistente, die een kunstgebit had, moest erbij komen. “Lach eens. Kijk, zo mooi ziet het eruit.” Ik ben er gelukkig niet in getrapt. Meer dan een halve eeuw later heb ik nog steeds mijn eigen tanden en kiezen, weliswaar met hier en daar een kroontje, maar toch!’
 

De kunstgebitten van zijn ouders

Voor de dragers zijn kunstgebitten in meerdere opzichten ongemakkelijk. Eten is lastig, en zonder gebit zien ze er opeens ouwelijk en kwetsbaar uit. Met zijn naakte roze gehemelte heeft het kunstgebit zelf ook iets griezeligs. Kunstgebitten kunnen soms ook voor pijnlijke situaties zorgen. Zoals toen bij Rien (1948) de chef van zijn vader met echtgenote ’s avonds op visite kwam. ‘Mijn ouders waren behoorlijk zenuwachtig en gaven mijn broertjes en mij uitgebreide instructies. We mochten schoongewassen, de haren gekamd en in onze gestreepte pyjama’s, even in de woonkamer komen om een handje te geven en moesten daarna meteen naar bed. Wij deden braaf wat ons was gezegd was, en ook de rest van de avond verliep voorbeeldig. Totdat de echtgenote bij het vertrek haar hoed wilde opzetten en daarvoor een spiegel nodig had. Die hadden wij niet in ons halletje en daarom pakte mijn moeder de scheerdoos van mijn vader, waarin wél een spiegel zat. Ze klapte hem open, en toen pas zag ze dat hij daar – ik zou niet weten waarom – de kunstgebitten van zijn ouders bewaarde. Daar stonden ze, gevieren in het halletje rond een doos met kunstgebitten. Aan diggelen was de goede indruk. Met één gebaar had mijn moeder de piekfijne ontvangst tenietgedaan.’

Niet alleen hangen tegenwoordig overal spiegels en verloopt het bezoek van een chef heel informeel, maar bovenal is er in bijna geen enkel huis nog een kunstgebit te vinden.

Nieuwste berichten

Jezus heeft al een wijkende haarlijn
Jezus heeft al een wijkende haarlijn
Beeldessay

Hoe Jezus van een oud mannetje een echte baby werd

In de Middeleeuwen werd het Christuskind aanvankelijk als lelijk oud mannetje geschilderd. Later veranderde hij in een normale baby. Waarom? Middeleeuwers geloofden dat Jezus perfect en volledig onveranderd ter aarde was gekomen. Het idee van een hulpeloze, kwetsbare baby die nog moest groeien en poepbroeken had, paste niet bij het beeld van een almachtige God....

Lees meer
Docentenstaking op het Malieveld in 1982
Docentenstaking op het Malieveld in 1982
Artikel

Oud-minister heeft geen spijt van onderwijsbezuiniging

Onderwijsminister Rianne Letschert wil het lerarentekort binnen vier jaar oplossen. In 1982 trokken leraren nog naar het Malieveld omdat ze vanwege een lerarenoverschot vreesden voor hun baan. Hoe konden er zoveel werkloze leerkrachten zijn? Het lerarenoverschot in de jaren tachtig was een gevolg van beleid dat eind jaren veertig begon. Vlak na het einde van...

Lees meer
De bilbiotheek in het Hodshonhuis
De bilbiotheek in het Hodshonhuis
Artikel

Van Jefferson tot Einstein: de rijke geschiedenis van het Hodshon huis

Bezoekers van het Geschiedenis Festival kunnen op 17 oktober lezingen volgen op een nieuwe locatie: het Hodshonhuis in Haarlem. Een eeuw geleden bezochten Albert Einstein en Marie Curie dat stadspaleis om het jubileum van een beroemde Nederlandse wetenschapper te vieren. Het Hodshonhuis herbergt sinds 1841 de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, sinds 2002 Koninklijk (KHMW). ‘Zij...

Lees meer
De eerste ivf-baby Louise Joy Brown en haar moeder bij de Phil Donahue Show in 1979.
De eerste ivf-baby Louise Joy Brown en haar moeder bij de Phil Donahue Show in 1979.
Artikel

De geschiedenis van ivf: een baby uit een buisje

De geboorte van de eerste ivf-baby veroorzaakte wereldwijd een sensatie. Maar er waren ook zorgen: konden via embryoselectie voortaan ‘superieure mensen’ worden gecreëerd? En bracht kunstmatige bevruchting het traditionele gezin niet in gevaar? Op 25 juli 1978 werd de Britse Louise Joy Brown geboren. Een blakende baby van 2,6 kilogram die met een keizersnede ter...

Lees meer
Loginmenu afsluiten