• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 1/2002

    Cees Fasseur (1938-2016)

    ‘Als hij hard blaft, moet je gewoon terugblaffen’

    Door: Shirley Haasnoot
    Historicus Cees Fasseur overleed op 13 maart 2016 op 77-jarige leeftijd. In 2002 werd hij uitgeroepen tot belangrijkste historicus. Historisch Nieuwsblad publiceerde toen deze biografie van de spraakmakende historicus. Hij oogstte nationale roem als biograaf van Wilhelmina en werd in dit blad uitgeroepen tot de belangrijkste historicus van 2002. Maar Cees Fasseur vindt het mooi geweest; hij verlaat de geschiedwetenschap en wordt raadsheer in Amsterdam. Een straatvechtertje, noemen collega’s hem. ‘Ik houd wel van een stevige discussie.’
     

    Amsterdams gerechtshof

    ‘Wat moet ik in ’s hemelsnaam nog doen in Leiden,’ vraagt Cees Fasseur zich af, en in maart 2001 solliciteert hij op een functie als raadsheer in het Amsterdamse gerechtshof. Hij is 62. Al vijftien jaar is hij hoogleraar bij de vakgroep Talen en Culturen van Zuidoost-Azië in Leiden. Het tweede deel van zijn Wilhelmina-biografie is net verschenen en prijkt hoog op de Nederlandse Bestsellerlijst.

    Een halfjaar later hoort hij een psychiater vertellen over mensen die een deel van hun jeugd doorbrachten in een Japans kamp in Nederlands-Indië. ‘Die man behandelde veel mensen van rond de zestig. Hun leven lang hadden ze ontzettend hard gewerkt om niet terug te hoeven denken aan hun kampervaringen. Maar als ze met pensioen gingen begon het verleden op te spelen. Ik dacht natuurlijk onmiddellijk aan mezelf. Zou dat verklaren waarom ik nog acht jaar doorga bij het Amsterdamse hof?’

    Fasseur wordt in 1938 geboren in Balikpapan op Borneo, waar zijn vader werkt voor de Bataafse Petroleum Maatschappij. Vier jaar oud is hij als hij met zijn moeder en zusje het kamp Lampersari op Java ingaat, zeven als hij eruit komt. ‘Ik had een lieve moeder en een lieve oudere zus, dus ik zat daar behoorlijk beschermd. En verder ben ik alle onaangename dingen zo’n beetje vergeten. Een selectief geheugen wil ook wel helpen.’
     

    'Er stonden zo'n 50 mensen op de kade van Amsterdam te wachten, die allemaal zeiden dat ze familie van me waren'

    In de zomer van 1946 gaat het gezin terug naar Nederland. Herinneringen aan een kille ontvangst heeft hij niet. ‘Er stonden zo’n vijftig mensen op de kade van Amsterdam te wachten, die allemaal zeiden dat ze familie van me waren.’ Moeiteloos schuift hij aan in de tweede klas van de Kernstraatschool in Leiden. In 1947 gaat hij met zijn ouders terug naar Balikpapan waar hij als elfjarige de soevereiniteitsoverdracht meemaakt, voordat het gezin zich in 1951 voorgoed vestigt in Oegstgeest.

    Over zijn kampervaringen praat hij nauwelijks, en zeker niet in het openbaar. ‘Wat gebeurd is, is gebeurd.’ Van de Japanners verwacht hij geen excuses, zoals hij het ook onzin vindt dat Nederland excuses zou moeten maken voor de dekolonisatiepolitiek. De drieduizend gulden die de overheid binnenkort uitkeert aan Indische kampoverlevenden vindt hij ‘volstrekte onzin’, hoewel het hem niet bezwaart om het geld aan te nemen. ‘Jammer voor al mijn Nederlandse leeftijdsgenoten die geleden hebben onder de hongerwinter en niets krijgen!’
     

    Grollige citaten

    Van 1957 tot 1965 studeert Fasseur geschiedenis en rechten in Leiden, waar hij met zijn twee studies en zijn lidmaatschap van het Leids Studenten Corps een groot netwerk opbouwt. Zijn verdere leven zal hij zowel historicus als jurist blijven en de beide functies efficiënt combineren. Veel andere hobbies heeft hij niet. ‘Onderzoek is zijn grote hobby,’ constateert collega Elsbeth Locher-Scholten, koloniaal historica aan de universiteit van Utrecht. Nadat hij in 1965 is afgestudeerd in zowel geschiedenis als Nederlands recht, krijgt Fasseur een baan aangeboden op het ministerie van Justitie. Niet vrij van ijdelheid zal hij later zeggen dat hij in zijn hele loopbaan nooit heeft hoeven te solliciteren, behalve voor die laatste functie als raadsheer.

    De dagen op het ministerie verlopen doorgaans rustig en in zijn lunchpauzes werkt Fasseur iedere dag ten minste een uurtje aan zijn proefschrift in het Algemeen Rijksarchief, een paar minuten lopen van het ministerie. Zijn oud-kamergenoot Dries van Agt herinnert zich nog goed hoe Fasseur uit het hoofd voordraagt uit parlementaire verhandelingen uit de tweede helft van de negentiende eeuw. ‘Dat waren de meest grollige citaten. Hij had er zelf een onbedaarlijke pret in, wellicht ook door de gretigheid van het auditorium dat ik hem bood. Alleen daarom al had ik die tijd in dat pijpenlaatje op het ministerie nimmer willen missen.’ Van Agt is nog steeds vol lof: ‘Cees Fasseur was een superieur intelligent creatuur, ver bovengemiddeld vindingrijk en creatief.’
     

    Fasseurs proefschrift over het cultuurstelsel op Java wordt nog steeds geprezen door historici om de nieuwe inzichten

    In 1975 promoveert Fasseur bij de Leidse historicus Ivo Schöffer op de dissertatie Kultuurstelsel en koloniale baten. De Nederlandse exploitatie van Java, 1840-1860, waarin hij aantoont dat het cultuurstelsel een complex systeem was dat niet alleen negatieve kanten had voor de Indische bevolking. Het proefschrift wordt door historici nog steeds geprezen om de nieuwe inzichten. Onderzoek naar de Nederlandse bestuurders in Indië is de rode draad in zijn verdere geschiedenisloopbaan.

    Ook voor het ministerie verdiept Fasseur zich als jong, ambitieus ambtenaar in de archieven over het koloniale verleden, als in 1969 de discussie woedt over de vraag of militairen in Nederlands-Indië zich schuldig hadden gemaakt aan oorlogsmisdaden. In opdracht van minister-president Piet de Jong schrijft hij de Excessennota, een analyse van de in Nederland aanwezige stukken over het wangedrag van Nederlandse militairen in de periode 1945-1950.
     

    Tennisclubje

    In ditzelfde jaar komt hij tijdens een interdepartementale bespreking Josine van Santen tegen, ambtenaar bij Algemene Zaken. Van Fasseurs kant is het liefde op het eerste gezicht, zij toont aanvankelijk weinig interesse. Josine Fasseur, nu vice-president van het Haags gerechtshof en voorzitter van de kamer voor intellectueel eigendom: ‘Toen ik hem tegenkwam, vond ik hem wel leuk, maar ik was verloofd. Dat is overgegaan, en daarna ben ik hem weer tegengekomen. Op een tennisclubje.’ Het paar trouwt en krijgt een dochter Eline en een zoon Eduard.

    Korte tijd is Fasseur lid van D66 in Leidschendam. Maar als de overbuurman hem vraagt om op zaterdagmiddag op straat pamfletten uit te delen, lijkt hem dat ‘geen wervende bezigheid’. Ook een advertentie met een foto van de kinderen in het Leidschendammertje, met daaronder Fasseurs uitspraak: ‘Voor hun toekomst. Stem D66’ ziet hij niet zitten. Tenslotte vraagt de overbuurman hem dan in ieder geval een affiche voor het raam te hangen. ‘Toen heb ik heel laf teruggebeld en gezegd: “Mijn vrouw vindt het niet goed, want die is lid van de rechterlijke macht.”’

    Wel probeert hij Van Agt lid te maken van D66. De toekomstige premier aarzelt, maar blijft toch lid van de KVP. Van Agt: ‘Dat herinner ik me niet, maar het verbaast me niets. In die tijd was ik politiek een onbeschreven blad en vervuld van een naïviteit waarvan ik nu nog wel eens denk: kon ik die maar herwinnen.’
     

    Van Agt: 'Fasseur heeft zeker een bijdrage geleverd aan mijn politieke overleving'

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen