• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 12/2014

    Britten vernielen symbolen Amerikaanse macht

    Engelse terreur in Washington

    Door: Jaap Verheul

    Twee eeuwen geleden vielen Britse troepen Washington binnen en vernielden in korte tijd alle symbolen van de Amerikaanse macht. De Verenigde Staten voelden zich vernederd, ook omdat ze de aanval niet hadden zien aankomen. Hoe konden ze zich zo laten verrassen?

     
    Op 24 augustus 1814 legden Engelse soldaten in de Amerikaanse hoofdstad Washington het Capitool, het Witte Huis, het ministerie van Financiën, de havens en tal van overheidsgebouwen in de as. Het was een traumatiserende ervaring, die wel is vergeleken met Pearl Harbor en de terroristische aanvallen van 11 september 2001. Dat de Britse aanval totaal onverwacht kwam, was het gevolg van een spectaculaire misrekening van de Amerikaanse regering en een kolossale inlichtingenmisser van de legerleiding. Beide landen waren immers al ruim twee jaar met elkaar in oorlog.

    De oorlog was een gevecht tussen het machtigste imperium ter wereld en de jonge natie aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, die zich in 1776 onafhankelijk had verklaard om zelf een Wereldrijk der Vrijheid te worden. Dat de Britse troepen het gemunt hadden op de gloednieuwe hoofdstad van deze ambitieuze tegenstrever was dan ook allerminst toevallig. Ze wilden de Amerikaanse hoogmoed straffen door de kwetsbaarheid van de jonge natie te tonen. Tegelijk was het een afrekening met de revolutionaire waarden van vrijheid en democratie, die de jonge republiek durfde uit te dragen in een tijdperk van pruiken, aristocraten en vorsten. De aanval op de Amerikaanse hoofdstad kan daarmee ook gezien worden als een botsing tussen twee verschillende beschavingen die ieder een eigen wereldbeeld verdedigden.
     
    Het smeulende conflict tussen het wereldrijk Groot-Brittannië en de voormalige koloniën was opgelaaid door de Napoleontische oorlogen die Europa jarenlang verscheurden. Doordat keizer Napoleon en de Engelse regering elkaar vanaf 1806 met handelsblokkades probeerden te wurgen, werd de vrije doorvaart van de neutrale Amerikaanse schepen belemmerd. De Britse marine maakte zich bovendien gehaat door Amerikaanse koopvaardijschepen op volle zee aan te houden om zeelieden te ronselen. Aangezien de Britse regering het Amerikaanse staatsburgerschap niet erkende, werden voormalige onderdanen op deze schepen – of de ongelukkigen die ervoor werden aangezien – zonder pardon als deserteurs ingerekend en soms zelfs opgehangen.

    De Amerikaanse verontwaardiging werd nog groter toen indiaanse stammen in het Midwesten steun en wapens vanuit Brits-Canada kregen in hun verzet tegen de westwaartse expansie van Amerikaanse kolonisten. De regering in Londen stimuleerde zelfs plannen om een onafhankelijke indiaanse bufferstaat op te richten in het gebied onder de grote meren.

    De Amerikaanse soevereiniteit en nationale trots waren door deze Britse beledigingen dusdanig gekrenkt dat het Congres, dat werd gedomineerd door op expansie gerichte oorlogshaviken uit het zuiden en het westen, genoegdoening eiste. Begin juni 1812 stelde president James Madison een oorlogsverklaring op, die het Congres op 18 juni 1812 na een lang debat aannam. Vooral de federalisten uit New England, het gebied dat leefde van overzeese handel, waren fel tegen. Ze spraken schande van ‘Mr. Madison’s War’ en verweten de oorlogshaviken dat ze alleen uit waren op gebiedsuitbreiding ten koste van Canada.

    De verscheurde Amerikaanse republiek stortte zich met deze eerste oorlogsverklaring in een totaal onverantwoord avontuur. Het leger telde slechts 12.000 manschappen, die moesten worden ondersteund door grotendeels ongetrainde staatsmilities. De nieuwe militaire academie in Point bestond nog maar tien jaar en had slechts 89 officieren afgeleverd, die dienden naast veteranen uit de onafhankelijkheidsoorlog. Door jarenlange bezuinigingen en het ontbreken van een centrale bank was er absoluut geen geld voor soldij, wapens en uitrusting. De Amerikaanse vloot bestond uit slechts zes grote fregatten en een dozijn andere oorlogsschepen. De Britse marine daarentegen beschikte met 600 kruisers over de grootste vloot ter wereld.
     
    De Oorlog van 1812, zoals het conflict bij gebrek aan beter werd genoemd, bestond uit een reeks losse schermutselingen, veldtochten en zeeslagen met wisselende uitkomst. De Amerikanen moesten hun aandacht daarbij over drie fronten verdelen. Allereerst concentreerden ze zich op Brits-Canada, dat door slechts 6000 manschappen en milities werd verdedigd. President Madison vergiste zich echter lelijk toen hij dacht Canada zomaar binnen te kunnen wandelen. Al snel liep de Amerikaanse uitval vanuit het Midwesten vast op de verdediging door het Britse beroepsleger en standvastige milities, zodat al vrijwel direct een patstelling ontstond in het gebied rond de grote meren. Hoewel beide partijen koortsachtig oorlogsschepen begonnen te bouwen om de meren te beheersen, kwam het front nauwelijks meer in beweging.

    In april 1813 behaalden de Amerikanen een symbolische overwinning door de verovering van York, het huidige Toronto, de hoofdstad van Opper-Canada. Amerikaanse troepen plunderden de stad, vernielden de drukpers en staken het parlementsgebouw in brand. Ze wisten hieruit echter geen strategisch voordeel te behalen en versterkten juist de Canadese bereidheid tot verzet.

    Alleen generaal Andrew Jackson uit Tennessee behaalde in het zuiden spectaculaire overwinningen op de indiaanse stammen die zich aan de zijde van de Britse aanvallers hadden geschaard. Amerikanen ontleenden hun morele motivatie voor de strijd tegen de indianen aan een overval die de Creek-indianen in 1813 hadden gepleegd op fort Mimms. Hierbij waren honderden blanke mannen, vrouwen en kinderen afgeslacht. In maart 1814 slaagde Jackson erin de Creek-indianen en hun bondgenoten te verslaan bij Horseshoe Bend, in het huidige Alabama. Hij dwong ze tot overgave van bijna een miljoen hectare van hun grondgebied. Daarna slaagde Jackson erin de Britse eenheden te verdrijven die zich in Pensacola en New Orleans hadden verschanst.

    De belangrijkste strijd werd echter op zee gevoerd. De Britse marine, die vanuit de marinebasis in Nova Scotia opereerde, slaagde er geleidelijk in een blokkade voor de Amerikaanse kust af te dwingen en tegelijk de eigen koopvaardij te beschermen. De Amerikaanse marine begon onmiddellijk met de bouw van nieuwe schepen en behaalde enkele eclatante successen. Maar die hadden geen groot effect op de machtsverhoudingen op zee en ook de maritieme strijd bleef onbeslist.
     
    De geopolitieke constellatie kantelde echter toen keizer Napoleon verslagen was en begin april 1814 naar Elba werd verbannen. Nu kon de Britse strijdmacht zich geheel op het Amerikaanse strijdtoneel richten. De Britse regering bereidde een nieuwe inval voor vanuit Canada en stuurde tegelijk een grote invasievloot naar de Verenigde Staten. Aan boord bevonden zich ruim 3000 manschappen die gehard waren aan het Europese front, waaronder eenheden artillerie en genietroepen.

    De Amerikaanse regering in Washington wist dat een Britse invasiemacht op weg was naar de voormalige koloniën. Toch nam Madison geen krachtige maatregelen. Hij vormde weliswaar een nieuw militair district om het gebied rond de hoofdstad te verdedigen, maar gaf het commando aan een onervaren officier die toevallig over goede politieke connecties beschikte. De minister van Defensie weigerde hem prompt troepen ter beschikking te stellen of verdedigingswerken te laten aanleggen.

    Afgezien van deze bureaucratische machtsstrijd ontbrak het de Amerikaanse regering vooral aan verbeeldingskracht. Madison en zijn ministers gingen er tot het laatste moment van uit dat de Britten het op de florerende havenstad Baltimore hadden gemunt. De Amerikaanse hoofdstad, die nog geen 8000 inwoners telde, had in hun ogen geen enkele strategische waarde. Washington was pas twee decennia eerder als hoofdstad ontworpen en lag nog te midden van de zompige moerassen waar muskieten rondzwermden. De stad oogde als een bouwput die vol stond met steenovens, steenhouwerijen en stapels bouwmaterialen. De symbolische waarde van dit doelwit ontging de president volledig.

    De Britse troepen hadden het echter wel degelijk op de Amerikaanse hoofdstad voorzien om wraak te nemen voor de vernietiging van het parlementsgebouw van York. Ze wisten hun bedoelingen echter tot op het laatste moment te verhullen door te landen bij het stadje Benedict aan de Patuxent-rivier, van waaruit verschillende doelen te bereiken waren, en tegelijk met kleinere eenheden afleidingsaanvallen uit te voeren via de zuidelijke en noordelijke armen van de rivierdelta. Pas toen eenheden onder leiding van generaal Robert Ross opmarcheerden naar het stadje Bladensburg, op tien kilometer van de hoofdstad, was duidelijk dat de hoofdstad zelf onder vuur zou komen.
     
    Inderhaast organiseerde de Amerikaanse commandant op 24 augustus een verdediging met een troep soldaten, vrijwilligers, militieleden en arbeiders van de marinewerf. Na nog geen drie uur strijd legden ze het af tegen de Britse beroepsmilitairen. Ze renden zo hard weg dat deze terugtocht weinig verheffend de geschiedenis in zou gaan als de Bladensburg Races. De weg naar de Washington lag open. President, ministers, het leger en een groot deel van de inwoners sloegen in paniek op de vlucht naar naburige gehuchten. De Amerikaanse regering was in wanorde uiteengeslagen.

    Nog diezelfde avond begon een voorhoede van 150 Britse troepen met een systematische vernietiging van alle bezittingen van de Amerikaanse overheid. Ross richtte zich eerst op het Capitool, het imposante parlementsgebouw, dat pas in 1811 gereed was gekomen en als een architectonisch hoogtepunt van de jonge natie gold. Het neoclassicistische bouwwerk bevond zich pal in het geografisch middelpunt van de hoofdstad, waar alle avenues als een ster samenkwamen, en vormde daarmee een onweerstaanbaar doelwit. Het kostte de soldaten nog grote moeite om de prachtige vergaderzaal van het Huis van Afgevaardigden in brand te krijgen, maar met een stapel stoelen en wat buskruit lukte het toch het pand in een vuurzee te veranderen. Ook de Library of Congress, met 3000 boeken, ging in vlammen op. Slechts de buitenmuren bleven smeulend achter.

    Het volgende mikpunt was het presidentieel paleis, dat later bekend zou worden als het Witte Huis. De ambtswoning was in grote haast ontruimd. Het was aan de doortastendheid van presidentsvrouw Dolley Madison te danken dat overheidsdocumenten, de zware fluwelen gordijnen uit de Oval Office en wat kostbaarheden gered konden worden. Op het laatste moment werd ook het door Gilbert Stuart geschilderde portret van George Washington uit de lijst gesneden en door het vluchtende personeel meegenomen.

    De haast was zo groot geweest dat de verbaasde Britse soldaten in het Witte Huis een gedekte tafel aantroffen met een elegant diner voor veertig gasten, ironisch genoeg bedoeld om de Amerikaanse officieren te belonen voor hun overwinning op de invasiemacht. Karaffen met gekoelde wijnen, zilveren bestek, warme gerechten en vlees aan het spit stonden klaar. Het was een luxe die de uitgehongerde soldaten van Ross zich na de vermoeienissen van een lange dagmars nauwelijks konden voorstellen. Ze gingen als vorsten aan tafel en lieten zich alle gerechten en wijnen goed smaken voordat ze ook dit pand vakkundig in brand staken. De brandsporen zijn tot op de dag van vandaag in de gewelven te zien.

    Daarna volgde het ministerie van Financiën, dat als financieel centrum van de republiek gezien kon worden, de drukkerij van een lokale krant die de Britse troepen beschimpt had, en alle militaire installaties, barakken en opslagplaatsen. Het kruitmagazijn vloog met zo’n spectaculaire klap de lucht in dat talloze gebouwen in de omgeving door rondvliegend puin en stukken munitie werden vernietigd. Ten slotte legden de soldaten ook de havens in puin, compleet met een gloednieuw fregat met zestig kanonnen dat op de rede lag, en tal van andere oorlogsschepen. De avondlucht kleurde rood door de vele brandende huizen, schepen en winkels. Het was aan een plotselinge onweersbui te danken dat de brand zich niet verder verspreidde.
     
    Al een dag later vertrokken de Britse bezetters weer. Het Octrooibureau en het postkantoor waren de enige overheidsgebouwen die nog overeind stonden. De bezetting had slechts een dag geduurd, maar de Amerikaanse overheid had de meest beschamende nederlaag uit haar geschiedenis geleden. Het oorlogsverloop was zo desastreus dat de vertegenwoordigers van de staten in New England in Hartford bijeen kwamen om over een afscheiding van de Unie te onderhandelen.

    Het tij keerde daarna echter snel. De haastig georganiseerde verdediging wist de Britse aanval op Baltimore af te slaan. In september werd een Brits offensief tegen New York met twee succesvolle veldslagen tegengehouden. Begin 1815 sloeg generaal Jackson een grootscheepse Britse tegenaanval op New Orleans af met slechts beperkte eigen verliezen. Deze overwinning, die nog jarenlang als feestdag gevierd werd, vormde een welkom tegenwicht voor de smadelijke val van Washington. Jackson werd als nationale oorlogsheld tot zevende president van de Verenigde Staten verkozen.

    Nog voor deze victorie van Jackson bekend werd, hadden Groot-Brittannië en de Verenigde Staten op 24 december 1814 in Gent al een vredesverdrag getekend dat de vooroorlogse situatie simpelweg herstelde. Tweeënhalf jaar strijd, die tienduizenden doden en 127 miljoen dollar had gekost, had geen van de strijdende partijen iets opgeleverd. Vooral de indiaanse stammen gingen erop achteruit. Ze verloren 3500 krijgers en hun aanspraak op een onafhankelijke staat. De afloop van de oorlog gaf ruim baan aan westwaartse expansie en industrialisatie, die geen plaats liet aan de oorspronkelijke bewoners van het continent.
     
    De Oorlog van 1812 toonde de tekortkomingen in het presidentiële leiderschap, het gebrek aan duidelijke oorlogsdoelen en de totale afwezigheid van een visie op de naoorlogse verhoudingen. Toch zou uitgerekend dit conflict de geschiedenis in gaan als de Tweede Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. De overwinning bij Baltimore inspireerde de jurist en dichter Francis Scott Key ertoe ‘The Star-Spangled Banner’ te componeren. Dit lied, dat ‘the land of the free and the home of the brave’ bezong, groeide uit tot het volkslied van de Verenigde Staten.

    Ook in andere opzichten betekende de afloop van de oorlog in 1815 het begin van een nieuw cultureel nationalisme, dat gestalte kreeg in de oprichting van nieuwe literaire tijdschriften en een eigen literatuur, kunstwerken en monumenten. Belangrijker nog was dat de Verenigde Staten definitief een eigen koers hadden uitgezet waarmee ze zich van Europa afkeerden. Dit uitte zich enkele jaren later in de Monroe-doctrine, die Europese mogendheden verbood zich te bemoeien met het Amerikaanse continent en tegelijk verkondigde dat de Amerikaanse republiek geen ambities had in de Oude Wereld. Dit anti-europeanisme vormde een duurzame traditie, die tot op de dag van vandaag sporen in de trans-Atlantische verhoudingen heeft nagelaten.
     
    Meer lezen
    Zeer leesbaar en overzichtelijk is Carl Benn, The War of 1812 (2005). Narratief en tegelijk wetenschappelijk evenwichtig is J.C.A. Stagg, The War of 1812: Conflict for a Continent (2012). Populair, met oog voor de Amerikaanse samenleving van die tijd, is Miriam Greenblatt, War of 1812 (2003). Een fascinerende vergelijking met de inlichtingenmissers van Pearl Harbor en 9/11 biedt William T. Weber, ‘The British Capture of Washington, DC, 1814,’ in: Studies in Intelligence 58, no. 2 (juni 2014), online te raadplegen.
     
    Internet
    Een prachtige verzameling bronnen en illustraties biedt Indiana University: http://collections.libraries.iub.edu/warof1812. De Library of Congress heeft alle bronnen uit zijn digitale collectie bijeengebracht op http://www.loc.gov/rr/program/bib/1812. Een handzame collectie bronnen is te vinden op www.ourwhitehouse.org/warof 1812.html.
    De uitstekende PBS-documentaire The War of 1812, met nagespeelde scènes en commentaar van deskundigen, is gratis te streamen vanaf: http://video.pbs.org/video/2089393539.
     
    De oorlog tussen de Britten en de Amerikanen eindigde met de Vrede van Gent. Bekijk  het oorspronkelijke document op historischnieuwsblad.nl/Amerika.
     
    De Amerikaanse zender PBS maakte een documentaire over de Anglo-Amerikaanse oorlog. Bekijk fragmenten over onder meer de Britse blokkade op historischnieuwsblad.nl/Amerika.
     
    Andrew Jackson behaalde spectaculaire overwinningen in het Zuiden. Wie deze generaal precies was, ziet u op historischnieuwsblad.nl/Amerika.

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen