Home BOEKEN: H.L. Wesseling, Van toen en nu

BOEKEN: H.L. Wesseling, Van toen en nu

  • Gepubliceerd op: 27 feb 2014
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Rob Hartmans

Onlangs verscheen in De Groene Amsterdammer een groot interview met Henk Wesseling. Toen het ging over het nationalistische perspectief dat heel lang kenmerkend was geweest voor veel geschiedschrijving, noemde hij de namen van enkele grote negentiende-eeuwse historici uit die traditie: ‘Ranke, Michelin en ga zo maar door…’


De twee redacteuren, die beiden geschiedenis hebben gestudeerd, moeten Wesseling niet helemaal goed verstaan hebben, want ongetwijfeld verwees hij hier niet naar het bedrijf dat het fenomeen sterrenrestaurant bedacht heeft, maar naar de grote Franse historicus Jules Michelet. Maar eigenlijk past dit foutje ook wel bij de geïnterviewde. Die had immers als rector van het Netherlands Institute for Advanced Study de naam minstens evenveel belang te hechten aan copieuze diners als aan de voortgang van het wetenschappelijk onderzoek, en schreef ooit een prachtig, dorstig makend essay over de ideale wijnkelder.

Ook in zijn nieuwe bundel Van toen en nu komt Wesseling naar voren als een opgewekt, levenslustig, bourgondisch historicus, die vooral veel en lekker wil vertellen. Bij de oppervlakkige lezer kan dat de indruk wekken dat het hem allemaal is komen aanwaaien en hij het allemaal niet zo serieus neemt. Zo begint hij het stukje over het actuele thema ‘wetenschapsfraude’ met de bekentenis dat hij zich daar zelf ook schuldig aan gemaakt heeft, namelijk toen hij geen zin had om tijdens het schrijven van zijn proefschrift terug te gaan naar Parijs om daar het juiste paginanummer bij een citaat te zoeken en dat daarom maar verzon. ‘Een van de 1027 voetnoten die mijn boek telt, is dus frauduleus.’

Zelfspot is zeer kenmerkend voor Wesseling, maar wie hem nauwkeurig leest ontdekt al snel dat hier een buitengewoon serieus en zelfs groot historicus aan het woord is. Of hij nu schrijft over de twee belangrijkste thema’s uit zijn omvangrijke oeuvre – Frankrijk en de koloniale geschiedenis van Afrika – of over nationalisme, de stand van de geschiedwetenschap, het eerste paarse kabinet, nationale historische musea of een collega als Arie van Deursen, altijd is hij scherp, analytisch en to the point. En daarbij spat het plezier in het schrijven van de bladzijden af: ‘Wie niet schrijft moet geen historicus willen worden.’

In het stukje over wetenschapsfraude schrijft Wesseling dat hij ooit onbewust een bepaalde uitdrukking van Karel van het Reve heeft gebruikt, en eigenlijk verbaast dat niet, omdat hij in zijn ironische, lichtvoetige en relativerende manier van schrijven vaak doet denken aan de beroemde slavist. Als hij kritiek op iemand heeft probeert hij die figuur niet met mokerslagen de grond in te drijven, maar plaatst hij een haast terloopse, doch vaak dodelijk floretstoot.

Hoewel Wesseling Jan Romeins pretentieuze ‘theoretische geschiedenis’ maar onzin vond, schrijft hij dat hij toch wel een zwak voor de man had: ‘Niet alleen omdat het een lolletje geweest moet zijn om met Annie getrouwd te zijn, maar ook omdat hij niet aarzelde grote vragen aan de orde te stellen waaraan andere historici meestal voorbijgingen.’

En Hans van Mierlo mag hij dan beschrijven als ‘een van de aardigste mensen’ die hij gekend heeft, uit zijn bijzonder scherpe essay over het eerste paarse kabinet wordt duidelijk dat Wesseling nooit helemaal begrepen heeft waarop diens reputatie nu eigenlijk gebaseerd is.

Ook zijn karakteristiek van de beroemde uitgever Johan Polak is heerlijk vilein: ‘Wat ik van hem gehoord of gelezen had was voor mij allemaal een beetje te hoog gegrepen. Woorden als “prachtig” en “schitterend” lagen in zijn mond bestorven. Alle helden van de geest uit de Europese geschiedenis leken zijn vertrouwde vrienden en tegelijk zijn afgoden, een beetje zoals dat later bij George Steiner het geval zou zijn.’

Pretenties, grote woorden, vage theorieën – Wesseling mag ze graag doorprikken. Hij doet dat in de Engelse traditie: opgewekt glimlachend, met een knipoog, tongue in cheek. En ondertussen heeft hij zelf ook nog heel wat te vertellen.

Van toen en nu. Opinies en observaties over politiek, geschiedenis en cultuur
H.L. Wesseling
Bert Bakker, 246 blz., € 19,95

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Man draagt een hoofd in een kruiwagen, fotoshop negentiende eeuw
Man draagt een hoofd in een kruiwagen, fotoshop negentiende eeuw
Interview

‘Trucage met foto’s was vermaak, geen manipulatie’

Het internet raakt door AI overspoeld met nepbeelden, maar de fototentoonstelling FAKE! in het Rijksmuseum laat zien dat fotomanipulatie zo oud is als de fotografie zelf. Zo komen er in de collectie beelden van vliegende auto’s en personen met absurd grote hoofden voorbij. Volgens curator en conservator Hans Rooseboom is er wel iets veranderd sinds...

Lees meer
Nederlandse SS-bewaakster
Nederlandse SS-bewaakster
Recensie

Nederlands personeel in concentratiekampen zag zichzelf als slachtoffer

De Nederlandse mannen en vrouwen die in de concentratiekampen werkten hadden dikwijls een problematische achtergrond. Toch waren de meesten geen gestoorde monsters, toont Hans de Vries.  In Amor fati (1946) schrijft Abel Herzberg over wat hij heeft gezien in Bergen-Belsen, het concentratiekamp waar hij met zijn vrouw gevangenzat. Een van de essays gaat over ‘blonde Irmy’, een SS-Aufseherin die door de gevangenen ‘de griet’ wordt genoemd. Een niet al...

Lees meer
Drie regenten van het Leprozenhuis
Drie regenten van het Leprozenhuis
Kopstuk

Door het vetorecht kon één dwarsliggende stad de hele Republiek lamleggen

Hongarije blokkeert EU-hulp aan Oekraïne door zijn veto uit te spreken. De overige lidstaten moeten daardoor op zoek naar een geitenpaadje om hun miljarden toch bij Zelenski te krijgen. In de achttiende eeuw zorgde het vetorecht in de Republiek ook voor bestuurlijke chaos. Begin achttiende eeuw gold in de Republiek op ieder politiek niveau –...

Lees meer
Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Recensie

Charley Toorop had succes in het werk, maar pech in de liefde

Charley Toorop kreeg volop erkenning als kunstenaar, maar in haar privéleven was het tobben. Zo blijkt uit de biografie door Wessel Krul.  De portretten van Charley Toorop (1891-1955) zijn meteen herkenbaar: de afgebeelde personen hebben gebeitelde koppen, grote ogen en iets gekwelds. Er zit een onderstroom van agressie in. Toen Toorop begin twintigste eeuw begon te exposeren veroorzaakte haar werk opschudding. Critici vonden het ‘mannelijk’, maar...

Lees meer
Loginmenu afsluiten