Home BOEKEN: ‘Eigen meester, niemands knecht’ – Cees Fasseur

BOEKEN: ‘Eigen meester, niemands knecht’ – Cees Fasseur

  • Gepubliceerd op: 27 nov 2014
  • Update 05 apr 2023
  • Auteur:
    Hans Renders

Uit de biografie van Pieter Sjoerds Gerbrandy van Cees Fasseur rijst het beeld op van een mannetje (1,61 meter) dat door zijn drammerige karakter veel weerstand opriep. Niets wees er aanvankelijk op dat deze koppige Fries met zijn martiale snor ooit minister­president zou worden.

De bijbelvaste Gerbrandy, lid van de Antirevolutionaire Partij (ARP) studeerde rechten, opende een weinig renderende advocatenpraktijk en irriteerde zijn partijgenoten omdat hij als gedeputeerde in de Provinciale Staten van Friesland soms samenwerkte met de socialisten. In 1930 werd hij hoogleraar aan de VU, maar kwam daar in de problemen vanwege zijn vele bijbaantjes. Midden in dat arbeidsconflict werd hij door CHU-politicus Dirk de Geer gevraagd minister van Justitie worden, vooral omdat geen andere ARP’er in dit kabinet zitting wilde nemen. Van een arbeidsconflict stapte hij over naar een conflict met zijn eigen partij.

In de meidagen van 1940 week de regering uit naar Londen. De Geer bleek een slappeling: het leek alsof zijn belangrijkste zorg was om de nazi’s niet voor het hoofd te stoten. Toen hij ook nog voorstelde om met de bezetter te gaan onderhandelen, greep koningin Wilhelmina in en vroeg aan Gerbrandy het roer over te nemen. Vooraleerst moest hij het wantrouwen tegen Nederland van de Britse premier Churchill wegnemen. Hoewel Gerbrandy slecht Engels sprak, lukte het hem om de eveneens onverzettelijke Churchill voor zich te winnen. ‘Spring is in the air,’ zou Churchill volgens een toen populair grapje tijdens een bezoek van de Nederlandse regeringsleider hebben gezegd, waarop Gerbrandy verbaasd antwoordde: ‘Why should I?’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Gerbrandy dwong respect af vanwege zijn dapperheid. Niet alleen omdat hij tijdens Duitse bombardementen op Londen in pyjama de straat op ging, maar vooral door zijn onverzoenlijke houding tegenover Hitler. Die houding had hij gemeen met Wilhelmina en daarom hadden zij aanvankelijk een uitstekende relatie. Maar dat veranderde al snel toen Wilhelmina begon te filosoferen over hoe het na de oorlog moest. De regering in ballingschap werkte zonder parlement. Volgens Wilhelmina was dat zo slecht nog niet; misschien was er na de bevrijding wel een grotere taak voor haar weggelegd. Terwijl Europa in brand stond, maakte de Nederlandse regering in Londen jarenlang ruzie over de naoorlogse ‘vernieuwing’. Het kabinet was volgens Wilhelmina een ‘oudemannenhuis’ en daarom liet de koningin zich liever bijpraten door de stoere Engelandvaarders. Ze ging buiten haar boekje. Maar Fasseur maakt ook duidelijk dat veel gedoe in het kabinet aan Gerbrandy’s gebrek aan sturing lag. In feite trok hij zich van niemand wat aan, behalve natuurlijk van het Opperwezen. In elke toespraak voor Radio Oranje citeerde hij, tot ergernis van velen, uitgebreid uit de Bijbel. Maar niet minder principieel sprak hij zich ook duidelijk uit over het lot van de Joden. Gerbrandy was een man van onwrikbare opvattingen.

Na lezing van deze onderhoudende biografie wordt duidelijk dat Gerbrandy met al zijn nukkigheden een uitstekende premier is geweest, onder die moeilijke omstandigheden. Maar evenzeer blijkt dat hij in elke andere periode in elke andere functie een brokkenmaker was. Dat was ook het geval na 1945. Op gênante wijze verzette hij zich jarenlang tegen ‘het verlies’ van Indonesië. Nadat de Nederlandse regering in 1949 de onafhankelijkheid van dat land had erkend, stichtte Gerbrandy het oerconservatieve Comité Rijkseenheid, dat zich hiertegen kantte. Er gingen zelfs geruchten dat hij een staatsgreep wilde plegen.

Maar wat Gerbrandy ook deed of zei, hij bleef razend populair bij het grote publiek. Zijn reputatie als oorlogspremier zorgde daarvoor, maar ook zijn onverbloemde opmerkingen in het openbaar. Toen hij na de oorlog nog elf jaar voor de ARP in de Tweede Kamer zat – tegen de zin van de ARP-leiding – zei hij tijdens de behandeling van een wetsvoorstel: ‘Als een Friese boer het niet meer begrijpen kan, is het onzin.’ Een motto in de geest van Fasseur, die op licht ironische toon een prachtige biografie heeft geschreven.

Sietske van der Veen interviewde Cees Fasseur, auteur van de biografie Eigen meester, niemands knecht. Het leven van Pieter Sjoerds Gerbrandy. Minister-president in de Tweede Wereldoorlog. U leest het interview op historischnieuwsblad.nl/nederlandse-politiek.

Eigen meester, niemands knecht. Het leven van Pieter Sjoerds Gerbrandy. Minister-president in de Tweede Wereldoorlog

Cees Fasseur

606 p. Balans, € 24,95

Nieuwste berichten

Mohammed and paul once upon a time in tangier filmposter
Mohammed and paul once upon a time in tangier filmposter
Recensie

Mohammed & Paul: film over westers wangedrag in Tanger

Tanger was vanaf de jaren vijftig tot in de jaren zeventig een vrijhaven voor een westerse culturele elite. Onder hen veel homo’s, omdat in Tanger homoseksualiteit getolereerd werd. Vrijheid blijheid, maar de documentaire Mohammed & Paul: Once Upon a Time in Tangier laat de keerzijde zien.  De ‘mythe van Tanger’ wordt het wel genoemd: de gedachte dat de Marokkaanse stad een hippieparadijs was, waarin iedereen gelukzalig blowend in het paradijs leefde. Documentairemaker Nordin Lasfar, opgegroeid in Nederland als...

Lees meer
Man draagt een hoofd in een kruiwagen, fotoshop negentiende eeuw
Man draagt een hoofd in een kruiwagen, fotoshop negentiende eeuw
Interview

‘Trucage met foto’s was vermaak, geen manipulatie’

Het internet raakt door AI overspoeld met nepbeelden, maar de fototentoonstelling FAKE! in het Rijksmuseum laat zien dat fotomanipulatie zo oud is als de fotografie zelf. Zo komen er in de collectie beelden van vliegende auto’s en personen met absurd grote hoofden voorbij. Volgens curator en conservator Hans Rooseboom is er wel iets veranderd sinds...

Lees meer
Nederlandse SS-bewaakster
Nederlandse SS-bewaakster
Recensie

Nederlands personeel in concentratiekampen zag zichzelf als slachtoffer

De Nederlandse mannen en vrouwen die in de concentratiekampen werkten hadden dikwijls een problematische achtergrond. Toch waren de meesten geen gestoorde monsters, toont Hans de Vries.  In Amor fati (1946) schrijft Abel Herzberg over wat hij heeft gezien in Bergen-Belsen, het concentratiekamp waar hij met zijn vrouw gevangenzat. Een van de essays gaat over ‘blonde Irmy’, een SS-Aufseherin die door de gevangenen ‘de griet’ wordt genoemd. Een niet al...

Lees meer
Drie regenten van het Leprozenhuis
Drie regenten van het Leprozenhuis
Kopstuk

Door het vetorecht kon één dwarsliggende stad de hele Republiek lamleggen

Hongarije blokkeert EU-hulp aan Oekraïne door zijn veto uit te spreken. De overige lidstaten moeten daardoor op zoek naar een geitenpaadje om hun miljarden toch bij Zelenski te krijgen. In de achttiende eeuw zorgde het vetorecht in de Republiek ook voor bestuurlijke chaos. Begin achttiende eeuw gold in de Republiek op ieder politiek niveau –...

Lees meer
Loginmenu afsluiten