Na de oorlog brachten miljoenen Amerikaanse ouders hun kinderen groot met de opvoedbijbel Baby and Child Care van Dr. Benjamin Spock in de hand. Ze waren blij met zijn pleidooi voor een ontspannen, liefdevolle opvoeding. Maar conservatieven vonden dat hij een hele generatie had veranderd in watjes, die te beroerd waren om in Vietnam te vechten.
In 1970 wankelde het leven van de 67-jarige kinderarts Dr. Benjamin Spock. Conservatieven hadden al langere tijd de pik op hem en daar kwam nu een felle aanval door de Republikeinse vicepresident Spiro Agnew bij. In een toespraak klaagde Agnew over anarchie in Amerikaanse gezinnen. Kinderen kwamen volgens hem in vuile kleren, met ongewassen handen en ongekamde haren aan tafel. En ouders zeiden daar niets van, omdat ze van Dr. Spock hadden gehoord dat ze dit moesten tolereren. Die zou tegen discipline zijn, waardoor veel jongeren ontspoorden en in langharig tuig veranderden.
Ook in het progressieve kamp waren er bedenkingen. Spock had zichzelf altijd als een vrouwenvriend beschouwd, maar volgens feministen was hij een ouderwetse seksist die in zijn opvoedboeken grossierde in stereotypen van jongens en meisjes. Zijn vermeende toegeeflijkheid stond ook hun tegen, maar dan omdat hij moeders ondergeschikt maakte aan de grillen van hun kinderen.
Lood hielp de homo sapiens overleven
En tot overmaat van ramp kon Spock evenmin rekenen op steun van zijn gezin. Zijn oudste zoon Mike had in een interview met Ladies Home Journal verteld dat zijn vader nauwelijks affectie voor hem had getoond. Hij had hem als kind nooit gekust. Als iemand hem vroeg of hij ‘familie van’ was, zei Mike liever dat hij familie was van die andere Dr. Spock, de vulcan met puntoren uit de sciencefictionserie Star Trek.
Zijn zoon zei dat hij familie was van Dr. Spock uit Star Trek
De massale aanval moet voor Benjamin Spock moeilijk te verteren zijn geweest. Decennialang was hij een publiekslieveling. Zo iemand over wie grappen werden gemaakt in komische shows als I Love Lucy – niet uit afkeuring, maar juist omdat hij er helemaal bij hoorde. Hij was de nationale knuffelvader. Iemand die je om raad vroeg en die altijd een geruststellend antwoord paraat had. Het was een positie die Spock niet had gezocht, maar waar hij gaandeweg van was gaan genieten en die hem zo’n groot verantwoordelijkheidsgevoel had bezorgd dat hij zich overal mee was gaan bemoeien. Zelfs met zaken waarvan een kinderarts volgens velen helemaal geen verstand had.

‘Niet kussen’
Na een zenuwslopende jeugd met een autoritaire, controlerende moeder was Spock geneeskunde gaan studeren omdat hij kinderarts wilde worden. Toen hij tijdens zijn opleiding merkte dat veel vragen waarmee ouders zaten eigenlijk opvoedkwesties waren, besloot hij zich tevens in psychiatrie te verdiepen – en dan in de freudiaanse benadering ervan. Dat betekende dat hij bij kinderen probeerde te achterhalen welke gevoelens en gedachten tot probleemgedrag leidden. En welke patronen in de relatie tussen ouders en kind moeilijkheden opleverden.
Na zijn opleiding werkte Spock aan verschillende universiteiten en had hij een succesvolle privékliniek. Zijn psychoanalytische benadering en geruststellende manier van doen spraken veel ouders aan. Op aanraden van een uitgever schreef Spock een adviesboek voor jonge vaders en moeders. Het bevatte een overzichtelijke lijst met kinderziektes en -kwaaltjes, verklaarde de ontwikkeling van een kind en gaf opvoedtips. Toen Baby and Child Care in 1946 in een goedkope pocketeditie verscheen, maakte de uitgever er nauwelijks reclame voor. Toch waren er binnen een jaar 750.000 exemplaren van verkocht – het zouden er uiteindelijk tientallen miljoenen worden in zo’n veertig talen.
Niet moraliseren, maar psychologiseren
In 1950 verscheen in Nederland Baby- en kinderverzorging van Benjamin Spock. De ontspannen opvoedstijl die het boek voorstond, sloeg meteen aan. Tot die tijd hadden Nederlandse ouders zich moeten behelpen met strenge opvoedadviezen. Schrijfster Betje Wolff had in Proeve over de opvoeding (1779) vrouwen uit de betere kringen opgeroepen zich meer zelf met de opvoeding te bemoeien. En de arts Gerard Allebé had in De ontwikkeling van het kind naar ligchaam en geest (1845) de nadruk gelegd op de ‘plichten’ van moeders. De pedagogen daarna waren ook streng: ze vonden dat ouders hun kinderen te veel verwenden. Spocks streven naar een prettige omgang tussen ouders en kind werd ook hier op den duur de norm. Bij opvoedproblemen geven Nederlanders er inmiddels de voorkeur aan om niet te moraliseren, maar te psychologiseren.

Het boek verscheen precies op het juiste moment. Net als in Europa was in Amerika sprake van een babyboom. De ouders van deze kinderen waren de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog: trots, optimistisch en al snel rijker dan enige generatie voor hen. Hun kinderen verdienden de allerbeste opvoeding. Maar hoe ouders dat moesten aanpakken was niet duidelijk, want volgens de leidende Amerikaanse pedagogen deden ze eigenlijk alles fout. Zo was er het opvoedboek Infant Care van Luther Emmett Holt met als uitgangspunt dat moeders weinig wisten en dat hun instinct nogal eens haperde. Daartegenover stelde Holt een ‘wetenschappelijke’ manier van opvoeden: baby’s moesten volgens een vast schema worden gevoed, en ze mochten niet worden gekust of gewiegd. Zijn beroemde collega G. Stanley Hall raadde af en toe een pak slaag aan. Ook andere deskundigen zaten op die lijn. Te veel moederliefde en te veel geknuffel waren gevaarlijk. Het was ruim voldoende om af en toe handen te schudden met je kind. Ook dienden baby’s van enkele maanden oud al zindelijkheidstraining te krijgen, zodat ze een regelmatige stoelgang ontwikkelden.

En toen kwam Spock. In zijn praktijk had hij gemerkt hoe onzeker veel jonge ouders waren. Hij schreef Baby and Child Care daarom in een praterige, geruststellende stijl met praktische adviezen. Hij adviseerde baby’s naar behoefte te voeden en niet uren te laten huilen omdat hun honger niet in een schema paste. Het had volgens hem geen zin heel jonge baby’s al zindelijk te willen maken. Maar misschien wel belangrijker: hij nam de moeders serieus. ‘Vertrouw op jezelf,’ schreef hij. ‘Je weet meer dan je denkt.’ Hij begreep dat de zorg voor kinderen zwaar kon zijn en adviseerde hun ook aan zichzelf te denken. Verder spoorde hij echtgenoten aan hun vrouw te helpen, want hun aanwezigheid was belangrijk: ‘Je kunt een warme vader zijn en tegelijk een echte man.’ Spock verwerkte in zijn adviezen freudiaanse inzichten zonder die expliciet te noemen, zoals penisnijd (het verlangen van meisjes om een piemel te hebben) en het oedipuscomplex (verliefdheid van kinderen op de ouder van het tegenovergestelde geslacht).
‘Vertrouw op jezelf. Je weet meer dan je denkt’
De aantrekkelijke kant van zijn boek was dat je het als ouder góéd kon doen. Volgens Spock mocht je je baby kussen en liefde geven zoveel je wilde, je kon zo’n jong kind niet te veel verwennen. Zijn boek gaf moeders zelfvertrouwen. Ze gingen met Baby and Child Care in de hand in discussie met de huisarts. Zelfs ouders die het boek niet hadden gelezen, werden via de media beïnvloed door de boodschap ervan.
Lucratieve aanbiedingen
Na de verschijning van het boek wilde Spock verder werken aan universiteiten en lesgeven. Hij zocht de publiciteit niet en gaf gauw nauwelijks lezingen. Verzoeken om commercials voor babyproducten in te spreken sloeg hij af. Toen hij in 1951 toch een keer een lezing voor een breder publiek gaf, stonden de lezers in drommen op hem te wachten – zelfs mensen zonder kaartje probeerden binnen te komen. De zaal legde hem prangende vragen voor, zoals: ‘Mogen kinderen hun ouders naakt zien?’ Overdrijf het niet, was Spocks advies.
Toen zijn vrouw Jane in 1954 wegens een alcohol- en medicijnverslaving werd opgenomen in een dure inrichting had hij geld nodig. Spock begon vaker in te gaan op lucratieve aanbiedingen en vanaf dat moment ging het snel. Hij schreef columns voor populaire bladen en publiceerde nog meer opvoedboeken – die goed verkochten, al zouden ze nooit zijn eersteling overtreffen. In 1955 kreeg hij een eigen opvoedprogramma bij het nationale tv-station NBC.

Vanaf dat moment kende heel Amerika Dr. Spock. Hij stelde zich politiek neutraal op en gaf advies over eenvoudige opvoedproblemen, zoals kinderruzies en duimzuigen. Hij suggereerde dat hij leefde volgens zijn eigen adviezen. Regelmatig liet hij zijn gezin fotograferen en interviewen, en dan straalde iedereen huiselijk geluk uit. Dat vond Spock belangrijk, want hij voelde zich vanwege zijn bekendheid bekeken. In werkelijkheid waren zijn twee zoons bang voor zijn voortdurende geschamper: nooit konden ze het goed doen. En Jane verweet hem dat zij zich had moeten opofferen voor zijn carrière. Ze had hem geholpen bij het schrijven van Baby and Child Care, maar daar nooit krediet voor gekregen. Eenzaam en ongelukkig was ze verslaafd geraakt.
Spocks populariteit werd zo groot dat John F. Kennedy zijn steun inriep bij de presidentsverkiezingen van 1960. Hij reisde mee met Kennedy en samen trotseerden ze juichende menigtes. Kennedy verwachtte dat contact met de kinderarts hem stemmen van vele moeders zou opleveren. Spock werkte mee aan een campagnefilmpje, waarin hij over opvoeding babbelde met de hoogzwangere Jacqueline Kennedy, die zich vooral als moeder profileerde. Na de verkiezing van Kennedy werd Spock uitgenodigd voor bijeenkomsten op het Witte Huis, waar hij tussen wereldberoemde gasten rondliep. Voor het eerst had hij politiek kleur bekend en dat schaadde hem niet. Nog niet.
Ligt het aan de ouders?
Zijn kinderen van nature goed of slecht? Het antwoord op die vraag bepaalde eeuwenlang de houding ten opzichte van het nageslacht. Volgens veel christenen kwamen kinderen als bedorven wezens ter wereld. Hun wil moest worden gebroken door een harde opvoeding met veel slaag. Tijdens de Romantiek sloeg de slinger door naar de andere kant en werd de onschuld van kinderen geïdealiseerd. Vanaf 1900 wezen psychologen en pedagogen op het verband tussen opvoeding en gedrag. Als kinderen problematisch gedrag vertoonden, lag dat vaak aan de manier waarop hun ouders met hen omgingen. Inmiddels verklaart de wetenschap ook veel vanuit de aanleg en de genen. De rol van ouders geldt niet meer als allesbepalend.

Wel zeurde er een andere kwestie. In 1957 had hij een nieuwe editie van Baby and Child Care moeten aanpassen. Toen hij in de oorspronkelijke versie had geschreven dat je baby’s het beste op verzoek en niet volgens een strak schema kon voeden, had hij een inzicht verwerkt dat op dat moment opgang maakte onder kinderartsen en diëtisten. Zelf stond hij er iets gereserveerder tegenover. Maar sommige ouders begonnen die relaxte houding ook op andere terreinen over te nemen: ze lieten hun kinderen zelf van alles beslissen, bijvoorbeeld over bedtijden en over het menu. In nogal wat gezinnen werd het een chaos doordat de discipline werd losgelaten en de kinderen als koningen regeerden. Spock moest daar niets van hebben en in de nieuwe editie schreef hij dat ouders de leiding moesten houden. Maar het onheil was al geschied: hij kreeg de naam dat hij ‘permissief’ was, een etiket waar hij niet meer vanaf kwam.
Ondertussen gaven zijn directe contacten met de nieuwe president en de toestand in de wereld Spock het idee dat hij niet langer aan de kant kon blijven staan. Hij was tegen het Amerikaanse optreden in Vietnam, zo liet hij Kennedy weten, maar die negeerde zijn mening. Na de moord op Kennedy begon Spock diens opvolger Lyndon B. Johnson te bestoken met anti-Vietnamopmerkingen. Hij vond het onacceptabel dat de kinderen die met zijn opvoedadviezen waren grootgebracht nu sneuvelden in Vietnam. Ook Johnson weigerde te luisteren.

Teleurgesteld door het activisme van Dr. Spock
In de jaren daarna profileerde Spock zich als anti-oorlogsactivist en trok samen op met Martin Luther King. Daarmee droeg hij bij aan de tweestrijd in het land. Conservatieven als Spiro Agnew vonden dat hij met zijn ‘permissiviteit’ een generatie watjes had veroorzaakt, terwijl studenten bij anti-Vietnambetogingen juist borden ophielden met de tekst: ‘I was raised on Dr. Spock.’ Lezers waren teleurgesteld door zijn activisme. Sommigen stuurden zijn boek zelfs verscheurd naar hem terug.
Lezers stuurden zijn boek verscheurd terug
Toch liet Spock zich niet weerhouden door alle negatieve reacties. Zijn politieke bevlogenheid ging zover dat hij zich in 1972 namens de People’s Party kandidaat stelde voor het presidentschap. Hij kreeg 78.000 stemmen.

In de decennia tot Spocks dood in 1998 groeiden hij en Amerika weer naar elkaar toe. Zijn anti-Vietnamhouding werd hem op den duur niet meer kwalijk genomen; hij had gewoon gelijk gehad. En in een nieuw editie van Baby and Child Care in 1976 probeerde hij de feministen tegemoet te komen. Hij waarschuwde nu voor een stereotiepe opvoeding van meisjes omdat die hun zelfvertrouwen en mogelijkheden frustreerde. Ook verwees hij in zijn boek niet meer alleen naar de baby als ‘hij’, maar ook wel eens als ‘zij’. En hij moedigde vaders aan de helft van de zorg op zich te nemen.

In de editie van 1985 ging hij in op eigentijdse problemen, zoals echtscheiding, alleenstaand ouderschap en stiefouders. De toon bleef optimistisch, met als onveranderlijk uitgangspunt dat kinderen het product van de liefde van hun ouders waren. Spock bleef overtuigd freudiaan, al golden de opvattingen van Sigmund Freud inmiddels als achterhaald. Door de vele aanpassingen vormen de verschillende uitgaves van Baby and Child Care spiegels van een tijd. Het boek is nog steeds in de handel en wordt regelmatig bijgewerkt door andere kinderartsen.
Hoewel ze jarenlang met z’n allen in therapie waren geweest, kwam het tussen Spock en zijn eigen gezin nooit meer helemaal goed. Hij scheidde van Jane na een huwelijk van bijna een halve eeuw. Daarna hertrouwde hij met een veel jongere vrouw, een overtuigd feministe die hem adoreerde.

Meer weten:
- Dr. Spock. An American Life (1998) door Thomas Maier is een diepgravende biografie.
- Baby- en kinderverzorging door Benjamin Spock is vele keren herdrukt en nog steeds leverbaar.
- Baby and Child Care: Benjamin Spock Interview (1982) een uitgebreid gesprek met Spock zelf op YouTube.
