Home Audiovisueel

Audiovisueel

  • Gepubliceerd op: 22 augustus 2000
  • Laatste update 28 mrt 2023
  • Auteur:
    Paul van de Graaf
  • 6 minuten leestijd

Met Gladiator leverde Ridley Scott een ouderwets bombastisch spektakelstuk af. Lange tijd leek het erop dat het Romeinse Rijk ook op het witte doek ten onder was gegaan. Na de gigantische financiële zeperd van Cleopatra in 1963 durfde de filmindustrie zijn vingers niet meer aan de klassieke oudheid te branden. De producties werden te duur. Het genre was uitgemolken en het publiek verzadigd.

In een handvol vrije interpretaties van het leven van Jezus Christus – Jesus Christ Superstar, Life of Brian, The Last Temptation of Christ – was voor de Romeinen slechts een figurantenrol weggelegd. De schaarse pogingen een beeld te schetsen van de Romeinen zelf wekten, op het door Penthouse-baas Bob Guccione geproduceerde Caligula na, nauwelijks beroering. Met kop en schouders boven alles uit stak de televisieserie I, Claudius, met Derek Jacobi als de stotterende keizer. Ook alweer van twintig jaar geleden.

Vorig jaar leek het tij te keren met de duurste Franse productie ooit: Astérix et Obélix contre César. Een kinderfilm met weinig historische lading en een duidelijke boodschap: de Galliërs houden dapper stand tegen het Romeinse imperium, zoals de Fransen hun cultuur moeten blijven verdedigen tegen het Amerikaanse imperialisme.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Het antwoord uit Hollywood heeft niet lang op zich laten wachten. Met Gladiator leverde Ridley Scott voor de Dreamworks-fabriek van Spielberg/Geffen/Katzenberg een ouderwets bombastisch spektakelstuk af. Kennelijk is de tijd rijp om terug te gaan naar de bakermat van onze beschaving. De geënsceneerde gevechten in de arena van het Colosseum deden de kassa’s anno 2000 luid knallen. Dat wekt geen verbazing, want de film biedt tweeënhalf uur overweldigend amusement, lekker overzichtelijk gehouden door de bergen clichés. Toch is Gladiator meer bijzonder dan op het eerste gezicht lijkt. De film betreedt veel paden die het publiek in de jaren vijftig en zestig naar mijlpalen als Quo Vadis, Ben Hur en Spartacus voerden. Maar er worden ook nieuwe paden ingeslagen.

Meest in het oog springende vernieuwing is de stand van de filmtechniek. Dankzij de computer ziet het Romeinse Rijk er verbluffend uit. De veldslag bij de Donau tegen de Marcomannen beukt de toeschouwer meteen al murw, en dan moet het feest eigenlijk nog beginnen. De digitale toverdoos is gretig opengetrokken, soms te. Als er bij een vergezicht over de stad Rome een troep vogels opfladdert, is dat net even te veel van het goede.

Niet christelijk

Dat de beelden meer dan vroeger suggereren ‘dat je erbij bent’, ligt nog voor de hand. Interessanter is dat Gladiator ook inhoudelijk afwijkt van de Romeinse spektakels van weleer. Quo Vadis, Ben Hur en Spartacus hadden dezelfde thematiek: de beschaving kwam eraan. Ze vertelden over de opkomst van het christendom, dat zich moest ontworstelen aan de Romeinse terreur. Over de ongelijke strijd van de zachtmoedige, wijze, godvrezende christenen tegen de barbaarse, brute, decadente Romeinen. Eucharistische werkstukken om de victorie van de christelijke waarden te vieren. Niet toevallig is het tegenwoordig vooral de Evangelische Omroep die deze films op het scherm brengt.

In Gladiator wordt slechts zijdelings gerefereerd aan christenen. Het conflict speelt zich volledig af tussen Romeinen. Goede Romeinen en slechte Romeinen weliswaar, waarbij de nobele eigenschappen met een beetje goede wil herkenbaar zijn als christelijke eigenschappen, maar toch: er komt geen christen aan te pas.

Het verhaal begint in 180 na Christus, met het overlijden van keizer Marcus Aurelius. Scenarioschrijver David Franzoni heeft met de historische feiten een fraai loopje genomen. De stoïcijnse keizer stierf in Wenen aan de pest, na tot veler verbijstering zijn achttienjarige zoon Commodus als opvolger te hebben aangewezen. In Gladiator vermoordt diezelfde zoon hem in een legerkamp en benoemt zichzelf tot keizer. De Romeinse veldheer Maximus, beoogd opvolger van Aurelius, slaat op de vlucht en treft bij thuiskomst zijn uitgemoorde gezin aan. Hij wordt verkocht als slaaf aan een gladiatorencircus, waarmee hij na aanhoudende demonstraties van onoverwinnelijkheid in de arena in Rome belandt. Daar zit zijn rivaal Commodus in de ereloge. De jonge keizer, die zichzelf als de incarnatie van de halfgod Hercules beschouwt, hunkert naar een robbertje vechten in de arena en zo komen de twee kemphanen tegenover elkaar te staan. Ondanks vals spel komt de keizer in het gevecht om. Net als overigens de zwaar verwonde Maximus, die het als een verlossing ervaart met zijn gezin herenigd te worden.

Herenliefde

De hele geschiedenis duurt hooguit drie jaar en toont Commodus als een idioot met een vadercomplex, die denkt een zoontje te hebben verwekt bij zijn zus. De rijksgrenzen verkwanselt hij door een laffe vrede met de Germanen te sluiten en hij trekt zich terug in Rome om te zwelgen in onverantwoordelijke zelfverheerlijking. Tegenover hem staat een morrende groep senatoren, aangevoerd door de sociaal bewogen Gracchus. Curieus genoeg is deze Gracchus, vertolkt door Derek ‘I, Claudius’ Jacobi, onmiskenbaar gebaseerd op de broertjes Gracchus die ruim een eeuw voor Christus de rijkdom onder het volk wilden verdelen en dit met de dood moesten bekopen.

In werkelijkheid hield Commodus niet van oorlog maar wel van spelen en werd hij veracht door de senaat. Na een regeertermijn van twaalf jaar kwam hij door een samenzwering om het leven – zijn sportleraar wurgde hem – waarna een chaotische machtsstrijd ontstond. In Gladiator grijpt zijn lijfwacht niet in als Maximus hem in de arena doodt. Gracchus wordt tot nieuwe leider uitgeroepen omdat dit ‘de wil van wijlen Marcus Aurelius is en het beste voor Rome’.

De eendimensionale personages dienen als motor voor een modern mythologisch avontuur. In het voorbijgaan worden, onbezwaard door enige diepgang, allerlei onverslijtbare onderwerpen aangesneden: loyaliteit, patriottisme, familierelaties, incest, corruptie, democratie en emancipatie. Homoseksualiteit is in Gladiator de normaalste zaak van de wereld. Van een stoere legeraanvoerder wordt langs de neus weg gevraagd of hij ‘een nieuwe minnaar of minnares’ heeft. Van de beschaafde oude senator Gracchus wordt achteloos getoond dat hij er een gesoigneerde jongeman als geliefde op nahoudt. Dergelijke details geven eerder commentaar op de Amerikaanse samenleving aan het eind van de twintigste eeuw dan dat het een zedenschets is van het Romeinse Rijk aan het eind van de tweede eeuw na Christus.

Het is verfrissend dat er eindelijk eens een film in de Romeinse tijd is gesitueerd, waarbij de opkomst van het christendom buiten beschouwing wordt gelaten. Dat het niet zozeer een historisch beeld schetst als wel een projectie van onze samenleving op het verleden is, maakt het voor de evangelisten nog zorgwekkender. Tweeduizend jaar na Zijn geboorte is de Verlosser met Zijn gevolg niet meer iemand die het volk naar de filmarena lokt. Het blijven rare jongens, die Romeinen, maar tegenwoordig mogen sommige best aardig zijn.