Home Annejet van der Zijl over Joost Zwagerman

Annejet van der Zijl over Joost Zwagerman

  • Gepubliceerd op: 19 okt 2015
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Annejet van der Zijl
Annejet van der Zijl over Joost Zwagerman

De tijd dat creatievelingen zich verzamelden in L’Entree in Amsterdam behoort alweer tot het verleden. Maar Annejet van der Zijl ziet ze nog staan, vooral Joost Zwagerman.

Er is, denk ik, geen gelegenheid waarbij de geschiedenis zich zo nadrukkelijk opdringt als bij het overlijden van mensen. En dat geldt zowel voor de kleine, persoonlijke geschiedenis die je met elkaar deelde, als voor de Grote Geschiedenis.

Zo heb ik sinds het overlijden van Joost Zwagerman voortdurend beelden op mijn netvlies van L’Entree, de bar in de Reguliersbreestraat, die begin jaren negentig gold als de hotspot van de jonge creatievelingen. Het was de tijd van de cocaïne en de daarbij behorende onbeschaamde ambities, van Bright Light Big City van Brett Easton Ellis, Tom Wolfes Het Vreugdevuur der IJdelheden en van het Amerikaanse maandblad Vanity Fair – toen op zijn best en meest arrogant.

Ik zie ze nog staan, rokend en drinkend, in het wazige gouden licht dat sinds het rookverbod in de horeca voorgoed verleden tijd is. Al die twintigers, allemaal vol van zichzelf en hun plannen. Kunstenaars als Peter Donkersloot en Rob Scholte; fotografen als Peter Gramberg, filmmakers als Theo van Gogh, Haagse Post-journalisten als Ad Fransen en Henry de By, en schrijvers zoals Martin Bril en Joost Zwagerman. Rijk en beroemd zouden ze worden, de wereld veroveren met hun rauwe, cynische werk. Dat hele café barstte werkelijk van ambitie uit elkaar.

Dat ik een van de weinigen was die dachten dat de toiletten – als ik me goed herinner links vooraan bij de voordeur, lekker handig voor de koeriertjes – er alleen maar waren om te plassen, realiseerde ik me pas later. Maar ik hoorde er dan ook niet echt bij. Ik was slechts, en tamelijk kortstondig, het vriendinnetje van één van die jongens en mocht weleens met hem mee. Maar samen het etablissement verlaten deden we zelden. Ik herinner me nog de rust van nachtelijk Amsterdam als ik was weggeglipt uit al die herrie met zijn vage belofte dat hij nog zou komen.
 

Het was de tijd van cocaïne en onbeschaamde ambities

Dat was overigens vaker wel dan niet pas ergens de volgende ochtend, want het feest dat in L’Entree begon eindigde meestal in discotheek Richter in dezelfde straat. Om in de loop van de ochtend erna met veel koffie en spiegeleieren opgepakt te worden bij café Het Paleis aan het Singel – ook al zo’n icoon van die periode. En dan, bij voorkeur via Grand Café Luxembourg aan het Spui, avond aan avond verder te gaan in de Reguliersbreestraat. Ja, dat waren nog eens tijden.

Ik geloof niet dat ik destijds ooit maar een woord gewisseld heb met Joost, die net zijn daverende entree in de letteren had gemaakt met Gimmick. In L’Entree verzamelde hij zijn inspiratie voor opvolger Vals licht, het boek waarvan mijn toenmalige vriendje samen met Theo van Gogh een filmscenario maakte. Om de een of andere onduidelijke reden – waarschijnlijk omdat ik voor ze kookte – deden ze dat op mijn zolder, maar met de grote schrijver confereerden ze natuurlijk bij Luxembourg, en ook toen ontmoette ik Joost niet echt.

Dat kwam pas later, toen het allang uit was tussen mij en dat vriendje, en eigenlijk ook tussen mij en de journalistiek. De millenniumviering was in zicht, L’Entree was al jaren gesloten en van de meeste van die breedsprakige twintigers hoorde je nauwelijks meer iets. Wél van Joost, die zijn opmars in de literatuur met bravoure had voortgezet en altijd vol belangstelling was voor nieuwe schrijvers aan het firmament. En toen viel hij me eigenlijk pas echt op. Want hij zei iets wat eigenlijk niemand uit die L’Entree-periode over zijn lippen leek te kunnen krijgen toen ik succes kreeg, en nog heel oprecht ook: ‘Wat léúk voor je!’

Vier woorden die alle verschil maakten. Joost was áárdig. In wezen gewoon een lieve jongen uit Alkmaar, besloot ik, nadat ik hem vaker had ontmoet in de carrousel van festivals, boekenbals en andere festijnen waaruit het schrijversleven nu eenmaal bestaat. Maar ook toen al was hij altijd snel weer weg. Want haast. De laatste keer dat ik hem tegenkwam was afgelopen zomer, in een nu heel trendy restaurant in de Amsterdamse binnenstad. Mooi pak, mooie vriendin, dacht ik, terwijl hij een nogal koortsachtig verhaal tegen me hield.

En nu is hij verdorie weer snel weg. Véél te snel. Verpulverd in het Feest der IJdelheden waar hij toen in L’Entree al zo gretig aan meedeed. Bij zijn afscheidsdienst hoorde ik prachtige woorden over zijn grote betekenis en verdiensten voor van alles en nog wat, en vooral de Cultuur met een hoofdletter C. Terwijl ik alleen maar kon denken: wat ontzettend zonde van die aardige jongen uit Alkmaar.

Annejet van der Zijl is schrijver en historicus. Ze publiceerde onder meer Sonny Boy, Anna, Gerard Heineken en De Amerikaanse prinses. In deze rubriek schrijft ze over historische personen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Ophanging in Canada, 1902
Ophanging in Canada, 1902
Recensie

Wereldgeschiedenis van de doodstraf: ophangen, spietsen en vierendelen

De doodstraf als ultieme vergelding roept veel weerstand op. Toch gaat A.J. van Loon daar in zijn boek Met hangen en wurgen nauwelijks op in. Hij concentreert zich op de gruwelijke methoden.  Dit artikel krijgt u van ons cadeau Wilt u ook toegang tot HN Actueel? Hiermee leest u dagelijks geschiedenisverhalen met een actuele aanleiding op onze website en ontvangt u exclusieve nieuwsbrieven. Abonnee worden,...

Lees meer
Mohammed and paul once upon a time in tangier filmposter
Mohammed and paul once upon a time in tangier filmposter
Recensie

Mohammed & Paul: film over westers wangedrag in Tanger

Tanger was vanaf de jaren vijftig tot in de jaren zeventig een vrijhaven voor een westerse culturele elite. Onder hen veel homo’s, omdat in Tanger homoseksualiteit getolereerd werd. Vrijheid blijheid, maar de documentaire Mohammed & Paul: Once Upon a Time in Tangier laat de keerzijde zien.  De ‘mythe van Tanger’ wordt het wel genoemd: de gedachte dat de Marokkaanse stad een hippieparadijs was, waarin iedereen gelukzalig blowend in het paradijs leefde. Documentairemaker Nordin Lasfar, opgegroeid in Nederland als...

Lees meer
Man draagt een hoofd in een kruiwagen, fotoshop negentiende eeuw
Man draagt een hoofd in een kruiwagen, fotoshop negentiende eeuw
Interview

‘Trucage met foto’s was vermaak, geen manipulatie’

Het internet raakt door AI overspoeld met nepbeelden, maar de fototentoonstelling FAKE! in het Rijksmuseum laat zien dat fotomanipulatie zo oud is als de fotografie zelf. Zo komen er in de collectie beelden van vliegende auto’s en personen met absurd grote hoofden voorbij. Volgens curator en conservator Hans Rooseboom is er wel iets veranderd sinds...

Lees meer
Nederlandse SS-bewaakster
Nederlandse SS-bewaakster
Recensie

Nederlands personeel in concentratiekampen zag zichzelf als slachtoffer

De Nederlandse mannen en vrouwen die in de concentratiekampen werkten hadden dikwijls een problematische achtergrond. Toch waren de meesten geen gestoorde monsters, toont Hans de Vries.  In Amor fati (1946) schrijft Abel Herzberg over wat hij heeft gezien in Bergen-Belsen, het concentratiekamp waar hij met zijn vrouw gevangenzat. Een van de essays gaat over ‘blonde Irmy’, een SS-Aufseherin die door de gevangenen ‘de griet’ wordt genoemd. Een niet al...

Lees meer
Loginmenu afsluiten