Home Het leger dat een eeuw niet vocht

Het leger dat een eeuw niet vocht

Willem Melching

Historicus en Duitslandkundige

Gepubliceerd op: 16 juli 2009

Update 7 april 2020

De Tiendaagse Veldtocht is het vertrekpunt van Moeyes’ verhaal over leger en neutraliteit tussen 1839 en 1939. Volgens hem was deze veldtocht tegen de ondankbare Belgen de laatste manifestatie van de oude, orangistische, offensieve traditie van continentale expansie. Na de smadelijke nederlaag restte Nederland niets anders dan honderd jaar eenzaamheid in neutraliteit. Het grootste wapenfeit uit deze veldtocht was onze eerste zelfmoordcommando Van Speijk, een zeeman die zichzelf en zijn onschuldige bemanning opblies. Een van de extreemste voorbeelden van zinloos geweld.

De grondwetswijziging van 1848 bracht een begin van ministeriële verantwoordelijkheid en maakte daarmee ook een einde aan het persoonlijke opperbevelhebberschap van de koning. Onder Willem III beperkte de ‘offensieve traditie’ van de vorst zich tot onbeschoft gedrag, stommiteiten en vriendjespolitiek, die dingen waar de Oranjes zo goed in zijn. Parlement en regering legden zich in deze jaren toe op bezuinigen.

De rampzalig verlopen mobilisatie vanwege de Frans-Duitse Oorlog (1870-1871) leidde tot een structurele herziening én afslanking van de Nederlandse verdedigingsstrategie. Van een statische verdediging met dure forten verschoof het accent naar een sterk en beweeglijk leger aan de grenzen. Kern van de nieuwe aanpak was een snelle en efficiënte mobilisatie om onze neutraliteit te beschermen.

Eind juli 1914 was duidelijk dat oorlog onvermijdelijk was. Om duidelijk te maken dat het ons ernst was met de neutraliteit mobiliseerde Nederland al op de eerste augustusdagen. Volgens de legerleiding voorkwam deze snelle mobilisatie een Duitse doortocht door Limburg (of erger) – een duidelijk geval van zelfbedrog, want de Duitsers hadden een inval allang uit hun plannen geschrapt. De mobilisatie had er niets toe gedaan.

Moeyes’ schets van het Interbellum gaat voor een belangrijk deel over de Nederlandse buitenlandse politiek, de Volkenbond en de vredesbeweging – nauwelijks over het leger. De defensiepolitiek stond weer geheel in het teken van de bezuinigingen. Kern van het militaire debat was de vraag of Nederland voldoende had aan een symbolische strijdmacht óf over een echt leger moest beschikken dat minstens enige tijd een serieuze tegenstander kon ophouden.

Pas wanneer de auteur in 1935 is aangeland, krijgt het verhaal meer pit en een militaire wending. Oorlog met Duitsland, en vooral Japan, was op termijn onvermijdelijk. Colijn maakte dan ook een begin met de versterking van de Nederlandse defensie, zowel in het moederland als in Azië. In geval van een Duitse inval moest het leger stand kunnen houden totdat Groot-Brittannië ons te hulp kwam. Hiermee sneuvelde de klassieke neutraliteitspolitiek.

In zijn verklaring voor de snelle ondergang van het Nederlandse leger in de meidagen van 1940 volgt Moeyes de analyse van Herman Amersfoort: gebrekkige verbindingen en zwak leiderschap. Alle andere excuses, zoals genadeloze SS’ers, grote overmacht en jarenlange verwaarlozing van de defensie, horen op de vuilnishoop van de geschiedenis.

Ik heb het boek met belangstelling gelezen, ook al is het niet altijd even soepel geschreven. Moeyes doet geen schokkende ontdekkingen, maar geeft een compleet overzicht van de delicate driehoeksverhouding tussen leger, parlement en regering. Hij besteedt nauwelijks aandacht aan de paradox dat het semi-pacifistische, neutrale Nederland ook een keiharde, succesvolle kolonisator was. Ik zou weleens willen weten of er verband bestaat tussen de (kostbare) koloniale activiteiten en de bezuinigingen en terughoudendheid op het Europese continent. Maar net doen alsof Nederland geen militaire traditie heeft, is weinig verhelderend. Tussen 1839 en 1939 voerden wij tenslotte een permanente koloniale oorlog met vele duizenden slachtoffers.

Een tweede bezwaar is dat het vertelperspectief erg gouvernementeel is. Elke verzuchting in de Haagse politiek wordt geregistreerd. Maar we lezen vrijwel niets over de manschappen, niets over de stemming in het leger, niets over de eindeloze verveling, niets over hun angsten. Ook publieke opinie en intellectuelen blijven vrijwel onbesproken. Moeyes’ perspectief is naar mijn smaak te ‘Haags’ en daardoor doet het boek – ondanks de vele verdiensten – bij vlagen wat ouderwets aan.

Willem Melching is Duitsland-deskundige aan de Universiteit van Amsterdam en co-auteur van het onlangs verschenen Ooggetuigen van de Eerste Wereldoorlog.

Paul Moeyes
De sterke arm, de zachte hand. Het Nederlandse leger en de neutraliteitspolitiek 1839-1939
550 p. Arbeiderspers, € 39,50

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Je leest al voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Sport en gymnastiek moesten Nederlanders voorbereiden op oorlog
Sport en gymnastiek moesten Nederlanders voorbereiden op oorlog
Artikel

Sport en gymnastiek moesten Nederlanders voorbereiden op oorlog

Meer Nederlanders aan het sporten krijgen is al jaren overheidsbeleid, want bewegen is gezond. Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne is er een argument bijgekomen: sport bevordert de nationale weerbaarheid. Dit was meer dan een eeuw geleden zelfs de belangrijkste reden waarom onderwijzers en militairen pleitten voor verplichte gymlessen en meer sportaccommodaties. Fysieke...

Lees meer
Beatrice de Graaf
Beatrice de Graaf
Column

Beatrice de Graaf: ‘De beschaving sterft aan een netwerkinfarct’

Als de hedendaagse beschaving ten onder gaat, gebeurt dat niet door invallen van Vandalen. Noch door natuurrampen. En evenmin door een atoomoorlog. Maar het zal geschieden door overbelasting van webservers, telecomcentrales en data-opslagplaatsen. De afgelopen weken stonden de kranten vol nieuws over oorlog en conflict, nieuwe schermutselingen rond de Straat van Hormuz, een opleving van...

Lees meer
Vanuit een reddingssloep kijken bezoekers naar beelden van de Titanic.
Vanuit een reddingssloep kijken bezoekers naar beelden van de Titanic.
Recensie

Nieuwe Titanic-tentoonstelling draait vooral om spektakel

De rondreizende tentoonstelling Titanic: An Immersive Voyage is nu te zien in de Jaarbeurs van Utrecht. Het internationale entertainment bedrijf achter de tentoonstelling belooft met ‘innovatieve technologieën’ het verhaal van de scheepsramp tot leven te wekken. De makers hebben daarbij meer oog voor sensatie dan geschiedenis. Het eerste wat bezoekers bij binnenkomst zien is een...

Lees meer
Gesloten afdelingen van de East Birmingham Hospital tijdens de pokkenuitbraak in 1978.
Gesloten afdelingen van de East Birmingham Hospital tijdens de pokkenuitbraak in 1978.
Artikel

Hoe konden de pokken uit een Engels lab ontsnappen?

Een lek in een laboratorium veroorzaakte in 1983 een MKZ-uitbraak, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. Vijf jaar eerder ontsnapte er een veel dodelijker virus uit een lab. De WHO stond op het punt om de pokken uitgeroeid te verklaren, toen de ziekte plotseling opdook in de Engelse stad Birmingham. Het kostte de wereld 300...

Lees meer
Loginmenu afsluiten