Home COLUMN: Annejet van der Zijl

COLUMN: Annejet van der Zijl

  • Gepubliceerd op: 17 dec 2012
  • Update 13 apr 2023
  • Auteur:
    Annejet van der Zijl
COLUMN: Annejet van der Zijl

‘Geschiedenis voor beginners’ – zo noem ik deze column. En zo zal die blijven heten, zolang me deze mooie plek in Historisch Nieuwsblad vergund is en ik er zelf plezier in heb.

Hoezo ‘beginners’, denkt u misschien. Die Van der Zijl draait toch al een tijdje mee in het historisch-literair circuit? En daar hebt u gelijk in, want mijn eerste boek, Jagtlust, verscheen welgeteld veertien jaar geleden. Maar strikt genomen klopt het, want ik mag me pas sinds mijn laatste boek officieel ‘historica’ noemen. Belangrijker dan dat is echter voor mij het feit dat je je, juist bij geschiedschrijving, voortdurend weer een ‘absolute beginner’ kunt wanen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Lees de eerste maand met korting voor €1,99

Altijd weer zijn er nieuwe verhalen die je je eigen kunt maken en nieuwe werelden om te ontdekken. Elke keer weer moet je je er met dezelfde onbevangenheid en enthousiasme in vastbijten. En elke keer weer blijf je je verbazen over wat je vindt. Geschiedenis nodigt niet uit tot cynisme of arrogantie, en dat vind ik er nou juist het mooie aan.

Geschiedenis nodigt wél uit tot nieuwe inzichten. Ook over jezelf, zo merkte ik toen ik onlangs mijn grootmoeder ging begraven. Zo ben ik er altijd stellig van overtuigd geweest dat ik zo van historische verhalen hou omdat die zoveel spannender zijn dan de meestal toch tamelijk saaie werkelijkheid van alledag.

Werk en privé heb ik dan ook altijd strikt gescheiden gehouden. Waarom zou ik een verhaal gaan uitzoeken waarvan ik details en afloop al ken, en waar ik me dus vast en zeker bij ga vervelen? Maar vanzelfsprekend viel aan mij, de kleindochter-historica, na mijn oma’s overlijden de mooie taak toe om een praatje te houden, en dus reconstrueerde ik nu toch voor de eerste keer een levensloop van iemand uit mijn naaste omgeving. En ik kan u zeggen: ik kan het iedereen aanraden.

En dat niet omdat oma Jetske opeens tóch een buitengewoon dan wel spannend leven bleek te hebben geleid. Welnee. De Friese bejaardentehuizen zitten waarschijnlijk vol met vergelijkbare levensgeschiedenissen. Rustig, doorsnee, klein – niets groots of meeslepends aan. Je kunt ook zeggen: veel alledaags geluk.

Zelfs haar overlijden was niet bijzonder tragisch. Ze bereikte de gezegende leeftijd van maar liefst 104 met een heldere geest, een goed humeur en een behoorlijke gezondheid. Geleden heeft ze nauwelijks en het vooruitzicht van de dood accepteerde ze met dezelfde nuchterheid als ze het leven had geaccepteerd: ‘Tja, ik heb er nu de leeftijd voor.’

En toch heb ik gedurende de dagen voorafgaande aan haar begrafenis met buitengewoon veel plezier gewerkt aan wat ik – niet origineel, wel toepasselijk – ‘De eeuw van mijn oma’ had gedoopt. Want nu pas maakte ik kennis met die opgewekte arbeidersdochter uit de Friese Wouden, die dol was op dansen en pas tot een huwelijk over te halen was toen de knapste jongen van het dorp om haar hand dong.

En met de jonge moeder in Amsterdam, die terwijl haar man carrière maakte, thuiszat met de kinderen en vreselijk verlangde naar het eigen Friesland, haar familie, haar vriendinnen. En met de vrouw van middelbare leeftijd, die dolgelukkig was dat zij en mijn opa teruggingen naar ’t Heitelan, en daar vervolgens de gelukkigste jaren van haar leven had.

Het laatste stuk kende ik natuurlijk grotendeels al: dat was dat van de weduwe die met verve deelnam aan het volksdansen, het bloemschikken, de reisjes, de modeshows en al het andere seniorenvermaak dat in de diverse bejaarden- en verpleegtehuizen wordt georganiseerd. ‘Tot haar honderste was ze de drijvende kracht bij elk uitje,’ zoals de directrice van haar laatste tehuis zei.

Lopend achter de kist realiseerde ik me voor het eerst pas echt goed wat een klein stukje van andermans leven we meestal maar zien. En dat ik, door haar verhaal nog eens uit de schaduwen van de tijd op te diepen, nu veel meer weg kon brengen dan dat verfrommelde hoopje mens dat er aan het einde van oma Jetske was overgebleven. En op de een of andere manier vond ik dat, daar in die druipende herfstbossen van Beetsterzwaag, een buitengewoon troostrijke gedachte.

Nieuwste berichten

Anton Mussert met zijn vrouw Rie tijdens een Hagespraak in Lunteren, 22 juni 1940.
Anton Mussert met zijn vrouw Rie tijdens een Hagespraak in Lunteren, 22 juni 1940.
Interview

Auke Kok: ‘Mussert had je buurman kunnen zijn’

Hij was eerzuchtig, brutaal en zonder empathie. Maar ook getalenteerd, dapper en eigenlijk best charismatisch. Anton Mussert krijgt van zijn biograaf Auke Kok een menselijk gezicht. ‘Ik heb de indruk dat zijn vader altijd over zijn schouder meekeek.’ Het begon met dozen vol brieven en ander persoonlijk materiaal van Anton Mussert. Ze lagen al jaren...

Lees meer
Een Moor en een Europeaan schaken. Afbeelding uit het Libro de axedrez.
Een Moor en een Europeaan schaken. Afbeelding uit het Libro de axedrez.
Nieuws

Middeleeuwse schakers keken niet naar status

Bij een middeleeuws potje schaak verdween sociale hiërarchie even naar de achtergrond. Eigentijdse manuscripten, schilderijen en schaakstukken laten zien dat schaakspelers van verschillende sociale en culturele achtergronden het op gelijke voet tegen elkaar konden opnemen, betoogt Cambridge-historicus Krisztina Ilko in vaktijdschrift Speculum. Volgens Ilko was schaken een manier om de sociale normen uit te dagen:...

Lees meer
Een visser op een Romeinse mozaïek uit de tweede eeuw.
Een visser op een Romeinse mozaïek uit de tweede eeuw.
Recensie

Fik Meijer schrijft een liefdesverklaring aan de Middellandse Zee

Nog één keer maakt oudhistoricus Fik Meijer een reis naar de Middellandse Zee. In zijn jongste boek kijkt hij terug op een leven dat in het teken stond van de klassieke Oudheid. Melancholisch, in de rouw, vindt hij zo ook troost. ‘De zee! De zee!’ (‘Thalassa! Thalassa!’) riepen Griekse huurlingen toen ze in 400 v.Chr....

Lees meer
De moai’s op Rapa Nui (Paaseiland).
De moai’s op Rapa Nui (Paaseiland).
Nieuws

Ratten verwoestten de bossen op Paaseiland 

Een explosieve rattenpopulatie was de grootste factor voor het verdwijnen van de bomen op Paaseiland. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van archeoloog Carl Lipo en antropoloog Terry Hunt aan de universiteiten van Arizona en Binghamton.  Jarenlang werden vooral de eilandbewoners scheef aangekeken op de ontbossing. Zij zouden de boomstammen hebben gebruikt om hun beroemde beelden...

Lees meer
Loginmenu afsluiten