Home BOEKEN: Een soldaat per inwoner van Nederland

BOEKEN: Een soldaat per inwoner van Nederland

  • Gepubliceerd op: 29 jan 2013
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Jan Dirk Snel

133.000 man telde het Staatse Leger in 1713 bij het einde van de Spaanse Successieoorlog: 76.000 eigen soldaten en 57.000 subsidietroepen. Dat betekende dat elke veertien inwoners van de Nederlandse Republiek (met 1,9 miljoen inwoners) één soldaat moesten onderhouden. Dat viel financieel natuurlijk nooit vol te houden en al snel werd het leger dan ook ingekrompen.

Toen het revolutionaire Frankrijk in 1793 de Republiek de oorlog verklaarde en in 1795 het land veroverde, telde het verliezende leger niet meer dan 33.691 man – naar huidige verhoudingen overigens nog erg veel gezien de omvang van de bevolking, maar destijds te klein.

Nederland was in de achttiende eeuw geen grootmacht meer en het land was – als vanouds overigens – afhankelijk van bondgenootschappen met andere landen: het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk bovenal, maar soms ook Pruisen. Al die tijd kwam de grootste dreiging uit het zuiden, van Frankrijk. De Oostenrijkse Nederlanden – wat nu grosso modo België is – vormden een propugnaculum. Het land werd vooral gezien als slagveld voor anderen.

In het zuiden langs de grens met Frankrijk beschikte de Republiek tot 1782 over acht barrièresteden. Maar of die echt hielpen? Volgens H.L. Zwitser vormden ze een ‘onding’. Ze lagen veel te ver weg en zonder het bezit van een reeks garnizoenen tussen de Barrière en de frontieren van de Republiek hadden ze in feite geen betekenis.

Tweeëntachtig jaar beslaat het negende en laatste deel van een serie die in 1911 begon en 101 jaar later werd afgesloten. Eén lange periode van vrede vormden die jaren zeker niet. Telkens weer werd de Republiek bij oorlogshandelingen betrokken. Soms omdat anderen het land bedreigden, soms ook omdat het zelf naar de wapenen greep.

Het idee dat Nederland vooral op de zee was gericht en continentaal een vredelievende politiek voerde, deugt volgens Zwitser niet. Het lag nu eenmaal op het Europese vasteland en verdedigde zijn belangen, als het moest, ook gewapenderhand.

Het hielp ook bondgenoten weleens. Buitenlandse militaire missies zijn bijvoorbeeld niet iets van de laatste jaren. Vier keer in de achttiende eeuw stuurde de Republiek troepen naar het Verenigd Koninkrijk om dat bij te staan tegen invasiedreigingen door de katholieke troonpretendent. Zwitser acht het overigens onjuist om over huurlingen te spreken. Ja, veel soldaten kwamen uit het buitenland, vooral de armere delen van Europa, maar het waren beroepssoldaten, die ook ’s winters in dienst bleven.

Van een boek dat 946 bladzijden telt kun je moeilijk zeggen dat het dun is, en toch is dit boek zo’n dertig bladzijden te kort. Geen twijfel: Hans Laurentz Zwitzer (1929-2004) schreef zonder meer vlot en helder, en zijn boek is goed leesbaar. Toch gaat het onderscheid tussen hoofd- en bijzaken in zo’n lange tekst verloren.

Midden in een verhaal kan een belegering van een stad – ’s-Hertogenbosch in 1794 bijvoorbeeld – gedetailleerd worden verteld, waarna het relaas ineens weer in veel groter stappen voortgaat. Het is jammer dat de bezorgers die de tekst na de dood van de auteur afmaakten niet bij elk hoofdstuk een samenvatting gevoegd hebben waarin de hoofdlijnen uitgelicht worden.

Smullen is overigens het verhaal dat Zwitser vertelt over de voorgaande acht delen van de serie. De eerste vijf delen staan op naam van F.J.G. ten Raa en F. de Bas, maar waren alleen door de eerste geschreven. Als meerdere liet De Bas echter ook zijn naam afdrukken. Toen Ten Raa overleed, weigerde diens dochter daarom het manuscript van de volgende twee delen af te staan. Pas nadat ook De Bas gestorven was, verschenen die onder alleen de naam van haar vader.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Nederlandse SS-bewaakster
Nederlandse SS-bewaakster
Recensie

Nederlands personeel in concentratiekampen zag zichzelf als slachtoffer

De Nederlandse mannen en vrouwen die in de concentratiekampen werkten hadden dikwijls een problematische achtergrond. Toch waren de meesten geen gestoorde monsters, toont Hans de Vries.  In Amor fati (1946) schrijft Abel Herzberg over wat hij heeft gezien in Bergen-Belsen, het concentratiekamp waar hij met zijn vrouw gevangenzat. Een van de essays gaat over ‘blonde Irmy’, een SS-Aufseherin die door de gevangenen ‘de griet’ wordt genoemd. Een niet al...

Lees meer
Drie regenten van het Leprozenhuis
Drie regenten van het Leprozenhuis
Kopstuk

Door het vetorecht kon één dwarsliggende stad de hele Republiek lamleggen

Hongarije blokkeert EU-hulp aan Oekraïne door zijn veto uit te spreken. De overige lidstaten moeten daardoor op zoek naar een geitenpaadje om hun miljarden toch bij Zelenski te krijgen. In de achttiende eeuw zorgde het vetorecht in de Republiek ook voor bestuurlijke chaos. Dit artikel krijgt u van ons cadeau Wilt u ook toegang tot...

Lees meer
Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Recensie

Charley Toorop had succes in het werk, maar pech in de liefde

Charley Toorop kreeg volop erkenning als kunstenaar, maar in haar privéleven was het tobben. Zo blijkt uit de biografie door Wessel Krul.  De portretten van Charley Toorop (1891-1955) zijn meteen herkenbaar: de afgebeelde personen hebben gebeitelde koppen, grote ogen en iets gekwelds. Er zit een onderstroom van agressie in. Toen Toorop begin twintigste eeuw begon te exposeren veroorzaakte haar werk opschudding. Critici vonden het ‘mannelijk’, maar...

Lees meer
Columnist Philip Dröge
Columnist Philip Dröge
Column

MTV zomaar verdwenen? Ik word oud

Het was maar een televisiezender. En ook nog eentje waarvoor je met je afstandsbediening naar de driedubbele cijfers moest doorklikken. Ergens tussen Baby TV en Euronews, in dat digitale niemandsland, hield MTV Music stand. Ballingschap is een groot woord, maar toch: niemand kwam er meer, in die slechte buurt. Ik ook niet. Waarom zou ik?...

Lees meer
Loginmenu afsluiten