Home COLUMN: Annejet van der Zijl

COLUMN: Annejet van der Zijl

  • Gepubliceerd op: 23 apr 2013
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Annejet van der Zijl

Sinds een paar jaar dwaal ik rond in de tweede helft van de negentiende eeuw, op zoek naar een man met zo ongeveer de bekendste naam en het minst bekende leven uit de Nederlandse geschiedenis, te weten Gerard Heineken, stichter van de gelijknamige brouwerij en grootvader van Freddy Heineken.

Een fijn onderwerp dus, en ik was niet heel blij toen ik daar onlangs uit losgerukt werd om de confrontatie met mijn eigen verleden aan te gaan. Maar ja, mijn uitgever wilde ook wel weer eens wat uitgeven en had daar nu een mooie aanleiding voor gevonden in de Maand van het Spannende Boek. Eh… had ik niet ooit eens misdaadverhalen geschreven?

En dus liet ik mijn negentiende-eeuwer eventjes in de steek om terug te gaan naar de wereld van Peter R. de Vries en de tijd dat ik als misdaadverslaggeefster de onderkant van de samenleving afschuimde. Het waren de jaren dat mijn dagelijks bestaan zich afspeelde in politiebureaus, schimmige achterbuurten, rechtszalen en advocatenkantoren. Na verloop van tijd dook ik geroutineerd onder de rood-witte linten door waarmee crime scenes worden afgezet en had noch de typische recherchehumor, noch het taaie juridische jargon veel geheimen meer voor me.

Ik woonde lijkschouwingen bij en verbleekte niet langer als me de meest gruwelijke crime scene-foto’s onder de neus geschoven werden. Af en toe verscheen ik op de redactie waar ik toen in dienst was, om al mijn belevenissen te verwerken in artikelen die mijzelf bij teruglezing soms de adem benamen.

Terwijl ik zo bezig was met het bewerken van deze verhalen, betrapte ik mezelf op enig heimwee naar die tijd van toen. Wat was het spannend om dag in dag uit bezig te zijn met het echte, rauwe leven, het bestaan op het scherpst van de snede, waarin beslissingen het verschil konden maken tussen leven en dood. Wat een stoer leven was het, en wat waren het dankbare onderwerpen voor een schrijver zoals ik.

En toch ben ik er destijds na vijf jaar weer heel abrupt mee opgehouden. Toen wist ik eigenlijk niet waarom, maar nu denk ik dat het kwam doordat misdaad op den duur zo weinig opbouwend is. Je ziet het ook bij politiemensen, die zelden hun hele carrière uitzitten in dat vak. Ook ik was toe aan betere levens. Ik werd, met andere woorden, historicus.

Een heel andere tak van sport, zou je zo denken. Mijn bestaan ruikt niet meer naar bloed, maar naar oud papier. Ik verruilde bureau Warmoesstraat voor het Nationaal Archief. Ik verkeer niet meer met geharde rechercheurs, veroordeelde tbs’ers en andere ongure types, maar met alleraardigste historici en archivarissen, van wie ik zeker weet dat ze nog geen vlieg kwaad zullen doen.

En toch hebben de twee werelden uiteindelijk meer met elkaar gemeen dan je misschien zou denken. Want de glans in de ogen van een archivaris op weg naar een oplossing van een bepaald vraagstuk is dezelfde als die in de ogen van een rechercheur die voelt dat hij ‘beetheeft’. De fanatieke speurzin, dat altijd maar dóór willen zoeken, en de opwinding als een ontbrekend puzzelstukje de hele zaak op zijn plaats doet vallen, idem dito.

Ik durf zelfs de stelling aan dat een politieman eigenlijk ook een soort geschiedschrijver is. Elke misdaad heeft immers zijn eigen geschiedenis, die uitgezocht moet worden voor je kunt begrijpen hoe het zover gekomen is.

Dus toen er onlangs weer een aantal prachtige details over Gerard H. via een heel onverwachte weg op mijn bureau belandde en het me steeds duidelijker werd wat voor mens hij was geweest, waarom hij gedaan had wat hij had gedaan en hoe hij zo onverdiend in de vergetelheid heeft kunnen raken, verzoende ik me op slag met mijn huidige beroep. Want ik weet: ook als historicus ben ik uiteindelijk nog steeds een rechercheur in het diepst van mijn gedachten.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Recensie

Charley Toorop had succes in het werk, maar pech in de liefde

Charley Toorop kreeg volop erkenning als kunstenaar, maar in haar privéleven was het tobben. Zo blijkt uit de biografie door Wessel Krul.  De portretten van Charley Toorop (1891-1955) zijn meteen herkenbaar: de afgebeelde personen hebben gebeitelde koppen, grote ogen en iets gekwelds. Er zit een onderstroom van agressie in. Toen Toorop begin twintigste eeuw begon te exposeren veroorzaakte haar werk opschudding. Critici vonden het ‘mannelijk’, maar...

Lees meer
Columnist Philip Dröge
Columnist Philip Dröge
Column

MTV zomaar verdwenen? Ik word oud

Het was maar een televisiezender. En ook nog eentje waarvoor je met je afstandsbediening naar de driedubbele cijfers moest doorklikken. Ergens tussen Baby TV en Euronews, in dat digitale niemandsland, hield MTV Music stand. Ballingschap is een groot woord, maar toch: niemand kwam er meer, in die slechte buurt. Ik ook niet. Waarom zou ik?...

Lees meer
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Hadjememaar wordt aangekleed als een echte heer, 1921.
Artikel

In 1921 stond er een malle zwerver op de kieslijst

In 1921 veroverde de drankzuchtige ‘straatartiest’ Had-je-me-maar een zetel in de Amsterdamse gemeenteraad. Hij was naar voren geschoven door een groep anarchisten en plaatste de overheid voor een lastig vraagstuk: hoe moet je in een democratie omgaan met schertskandidaten? ‘Een politiek schandaal,’ kopte De Telegraaf in de vroege ochtend van 28 april 1921. De opwinding...

Lees meer
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
De voorzitter van de Atlantische Commissie, mevrouw Hannie van Leeuwen, opent de 'reizende' NAVO-tentoonstelling in de hal van het station Den Haag Centraal. Links het VVD-Tweede Kamerlid, A. Ploeg, NL790703-26, 1979 VII 4, QAH9,Kunst en cultuur/Tentoonstellingen, QAK26,Overheid en politiek/Landelijke overheid en politiek/Krijgsmacht, Leeuwen, Hannie van, Ploeg, Ad
Artikel

NAVO-tentoonstelling gestolen en beklad: actievoerders noemden het oorlogshitserij

Antimilitaristische actievoerders hadden het eind jaren zeventig gemunt op een reizende NAVO-tentoonstelling. Ze hekelden de oorlogspropaganda en organiseerden daarom eigen anti-NAVO-exposities. ‘Wat heeft u liever, een atoombom of een neutronenbom?’ In het ochtendgloren lag de Maastrichtse stationshal er treurig bij. Die septembernacht in 1979 hadden onbekenden vrijwel de gehele ‘Nederland 30 Jaar in de NAVO’-tentoonstelling...

Lees meer
Loginmenu afsluiten