Home BOEKEN: Drukte om de sprekende slang

BOEKEN: Drukte om de sprekende slang

  • Gepubliceerd op: 27 mei 2013
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Jan Dirk Snel

Op dinsdag 20 april 1926 lunchte Johan Huizinga aan Columbia University in New York met twee hoogleraren wijsbegeerte, John J. Coss en Frederick J.E. Woodbridge. In zijn dagboek schreef de Nederlandse historicus: ‘Coss veel pleizier in het geval van de sprekende slang.’ Dit kan maar op één ding slaan: de Synode van Assen die de Gereformeerden Kerken in Nederland de voorgaande maanden hadden gehouden, en waarbij J.G. Geelkerken was afgezet als predikant wegens zijn twijfel aan de zintuiglijke betrouwbaarheid van het verhaal in Genesis 3. Dit voorval had ook Amerikaanse kranten gehaald.

Tachtig jaar werd Jan Geelkerken, maar in zijn zorgvuldig gedocumenteerde biografie besteedt Maarten Aalders meer dan een derde van de ruimte aan de twee jaar tussen 1924 en 1926, waarin de predikant in Amsterdam-Zuid (Overtoom) verwikkeld raakte in allerlei procedures, die er uiteindelijk toe leidden dat hij met geestverwanten een eigen kerkgenootschapje stichtte, het ‘Hersteld Verband’. Twintig jaar laten zouden ze zich verenigen met de Nederlandse Hervormde Kerk.

Eigenlijk ging het over niks, en toch maakten alle betrokkenen zich vreselijk druk – er verscheen een stroom aan brochures en artikelen. Geelkerken koesterde helemaal geen stellige afwijkende opvattingen; hij constateerde alleen dat het verhaal over de slang ‘eigenaardige moeilijkheden’ opleverde. Anders dan je zou verwachten, speelde de evolutietheorie hoogstens heel vaag op de achtergrond een rol. Een inschikkelijker persoonlijkheid had zich snel uit deze situatie gered met de woorden dat hij het zo ‘bedoeld noch gezegd’ had, maar zo zat Jan Geelkerken niet in elkaar. Die trok ten strijde als hij onrecht bespeurde.

Het moest wel misgaan. Geelkerken was een lastig man. Al tijdens het werk aan zijn dissertatie over de empirische godsdienstpsychologie, destijds een hoogst actueel thema, had hij het aan de stok weten te krijgen met zijn promotor Herman Bavinck, zo ongeveer de zachtmoedigste hoogleraar van de VU. Jan Geelkerken paste niet goed in de gereformeerde wereld. Die was hem te benauwd, te theologisch, maar vooral te cultureel. Geelkerken, in zijn jeugd getooid met een martiale snor, haalde een schermbrevet, was dol op uniformen – hij ging vrijwillig in militaire dienst en was naast zijn werk in de gemeente ook legerpredikant – en hield erg van toneel.

Maarten Aalders laat goed alle kanten van het conflictrijke leven van Geelkerken zien. De lezer krijgt ook begrip voor diens tegenstanders. En zelfs als het verhaal gedetailleerd wordt, blijft het spannend. Maar misschien heeft Aalders iets te veel interessante feiten weggestopt in de meer dan honderd bladzijden noten. Zo had ik graag iets meer gelezen over de bredere Amsterdamse wereld waarin de gereformeerde subcultuur gedijde. Geelkerken gaf graag interviews aan De Telegraaf, het Handelsblad en de NRC, maar hoe keek de buitenwereld tegen hem aan? En hoe beleefden de betrokkenen zelf de afstand tot de omringende stadscultuur?‘

Mensen zonder karakter kunnen er zich altijd op beroemen dat ze zelf tenminste geen karakterfouten hebben,’ citeert Aalders een medestander. Geelkerken had stijl en karakter. Dit boek gaat echter niet alleen over hem, maar ook over de eigen dynamiek van groepsprocessen. Wat mij betreft gaat het vooral over de vraag hoe iemand zichzelf kan blijven en toch vrede moet zien te houden met zijn medemensen. Jan Geelkerken slaagde daar niet altijd in. Dit is vooral een prachtig verhaal over het menselijk tekort.

Heeft de slang gesproken? Het strijdbare leven van dr. J.G. Geelkerken (1879-1960)
Maarten J. Aalders
592 p. Bert Bakker, € 49,90

 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Man draagt een hoofd in een kruiwagen, fotoshop negentiende eeuw
Man draagt een hoofd in een kruiwagen, fotoshop negentiende eeuw
Interview

‘Trucage met foto’s was vermaak, geen manipulatie’

Het internet raakt door AI overspoeld met nepbeelden, maar de fototentoonstelling FAKE! in het Rijksmuseum laat zien dat fotomanipulatie zo oud is als de fotografie zelf. Zo komen er in de collectie beelden van vliegende auto’s en personen met absurd grote hoofden voorbij. Volgens curator en conservator Hans Rooseboom is er wel iets veranderd sinds...

Lees meer
Nederlandse SS-bewaakster
Nederlandse SS-bewaakster
Recensie

Nederlands personeel in concentratiekampen zag zichzelf als slachtoffer

De Nederlandse mannen en vrouwen die in de concentratiekampen werkten hadden dikwijls een problematische achtergrond. Toch waren de meesten geen gestoorde monsters, toont Hans de Vries.  In Amor fati (1946) schrijft Abel Herzberg over wat hij heeft gezien in Bergen-Belsen, het concentratiekamp waar hij met zijn vrouw gevangenzat. Een van de essays gaat over ‘blonde Irmy’, een SS-Aufseherin die door de gevangenen ‘de griet’ wordt genoemd. Een niet al...

Lees meer
Drie regenten van het Leprozenhuis
Drie regenten van het Leprozenhuis
Kopstuk

Door het vetorecht kon één dwarsliggende stad de hele Republiek lamleggen

Hongarije blokkeert EU-hulp aan Oekraïne door zijn veto uit te spreken. De overige lidstaten moeten daardoor op zoek naar een geitenpaadje om hun miljarden toch bij Zelenski te krijgen. In de achttiende eeuw zorgde het vetorecht in de Republiek ook voor bestuurlijke chaos. Begin achttiende eeuw gold in de Republiek op ieder politiek niveau –...

Lees meer
Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Maaltijd der vrienden (1935) door Charley Toorop
Recensie

Charley Toorop had succes in het werk, maar pech in de liefde

Charley Toorop kreeg volop erkenning als kunstenaar, maar in haar privéleven was het tobben. Zo blijkt uit de biografie door Wessel Krul.  De portretten van Charley Toorop (1891-1955) zijn meteen herkenbaar: de afgebeelde personen hebben gebeitelde koppen, grote ogen en iets gekwelds. Er zit een onderstroom van agressie in. Toen Toorop begin twintigste eeuw begon te exposeren veroorzaakte haar werk opschudding. Critici vonden het ‘mannelijk’, maar...

Lees meer
Loginmenu afsluiten