Home COLUMN: Martin Sommer

COLUMN: Martin Sommer

  • Gepubliceerd op: 27 mei 2013
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Martin Sommer

Eind jaren zeventig studeerde ik geschiedenis aan het Historisch Seminarium in Amsterdam. Al snel viel op dat de grootste Nederlandse historicus, Johan Huizinga, daar weinig bewondering ontmoette. Terwijl zijn Herfsttij in Amerika werd stukgelezen en de Franse mentaliteitsgeschiedenis van de beroemde Annales-school zich deels op Huizinga beriep, werden in Amsterdam de wetenschappelijke neuzen opgehaald.


Vooral bij de sectie middeleeuwse geschiedenis meende men: het ambacht van handschriften ontcijferen en de beheersing van middeleeuws Latijn, dat is pas je ware voor een historicus. Boeken werden er weinig geschreven, en zeker niet voor een breder publiek, maar dat weerhield het wetenschappelijk personeel er niet van om Huizinga te beschouwen als een fantast. Laten we zeggen dat op de eerste verdieping van het ‘HS’ de verbeelding niet aan de macht was.

Ik begin over deze oude koe, omdat ik onlangs het eerste deel las van de biografie van Gerard Reve, geschreven door Nop Maas. Daarin komt Jacques Presser voorbij, tot in de oorlog de leraar geschiedenis van Gerard Reve aan het Amsterdamse Vossius-gymnasium en later hoogleraar aan het Historisch Seminarium. Ik zit nog altijd op Pressers bureaustoel, die ik uit de afvalcontainer heb gered toen het HS verhuisde naar de Spuistraat.

Presser heb ik niet gekend – behalve van zijn boeken natuurlijk, en van de televisie. Anders dan Huizinga is hij nooit mijn favoriet geweest. Niemand kan volhouden dat de Jodenvervolging in Nederland is weggestopt, sinds het verschijnen van zijn dramatische boek Ondergang in 1965. Dat is uiteraard een grote verdienste, maar ik vond zijn stijl te opgewonden, geëxalteerd bijna. Dat had echter weinig te maken met Pressers talent voor bewondering, want daarover wil ik het hebben.

Gerard Reve schreef in zijn roman Moeder en Zoon (1980) liefderijk over Presser, en daardoor kwam het vonnis des te harder aan. Presser was de populairste leraar op school; hij kon vertellen en enthousiasmeren als geen ander. Reve was dol op hem, maar koesterde ook ‘een bange afkeer’, omdat hij aanvoelde dat Presser ‘een half mens’ was: Presser had geen eigen oordeel. Zijn bewondering kende geen grenzen; zijn smaak was die van de agenda’s en de kalenders. Hij had ontzag voor het Parthenon en voor de Mozes van Michelangelo, gaf hoog op van Homerus, Dante en Goethes Faust.

‘Typisch de meesterwerken waarvoor iedereen geknield ligt, maar die niemand als hij het zelf voor het zeggen heeft, belieft te lezen,’ schreef Reve. Mogelijk kwam het door zijn afkomst als kind van het straatarme Joodse proletariaat, maar Presser had de smaak ‘die hij meende dat hij behoorde te hebben’. Reves oordeel was hard, maar, zoals biograaf Nop Maas optekent uit de mond van getuigen, scherp en terecht.

Huizinga, Presser én Gerard Reve komen alle drie voorbij in de herinneringen van Annie Romein-Verschoor. Van dweepzucht had zij geen last; haar Omzien in verwondering (1971) was beslist geen omzien in béwondering – en dan druk ik me voorzichtig uit. Annie was historica en de echtgenote van Jan Romein, na de oorlog hoogleraar nieuwe geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Maar zeer weinig mensen konden de toets van Annies kritiek doorstaan.

Ze had in Leiden bij Huizinga gestudeerd, die zij weliswaar knap vond, en ook had ze veel van hem geleerd, maar hij had een ‘boerenkop’, was hautain, en ‘de ware animo om met studenten te werken ontbrak hem’. De familie Van het Reve kwam al voor de oorlog bij de Romeins over de vloer en omgekeerd, vanwege de toentertijd gedeelde communistische overtuiging.

Gerard moest als kind ‘tante’ zeggen tegen Annie met haar ‘afzichtelijk en nooit te wederleggen gelijk’. In de herinneringen komt Gerard noch zijn broer Karel er mooi vanaf, vanwege hun ‘wat rancuneus klinkend anticommunisme’.

Wat Presser te veel had, ontbrak Annie Romein. Dweepzucht is bewondering zonder persoonlijkheid. Maar wie niet kan bewonderen, heeft geen maat.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Lees de eerste maand met korting voor €1,99

Nieuwste berichten

Anton Mussert met zijn vrouw Rie tijdens een Hagespraak in Lunteren, 22 juni 1940.
Anton Mussert met zijn vrouw Rie tijdens een Hagespraak in Lunteren, 22 juni 1940.
Interview

Auke Kok: ‘Mussert had je buurman kunnen zijn’

Hij was eerzuchtig, brutaal en zonder empathie. Maar ook getalenteerd, dapper en eigenlijk best charismatisch. Anton Mussert krijgt van zijn biograaf Auke Kok een menselijk gezicht. ‘Ik heb de indruk dat zijn vader altijd over zijn schouder meekeek.’ Het begon met dozen vol brieven en ander persoonlijk materiaal van Anton Mussert. Ze lagen al jaren...

Lees meer
Een Moor en een Europeaan schaken. Afbeelding uit het Libro de axedrez.
Een Moor en een Europeaan schaken. Afbeelding uit het Libro de axedrez.
Nieuws

Middeleeuwse schakers keken niet naar status

Bij een middeleeuws potje schaak verdween sociale hiërarchie even naar de achtergrond. Eigentijdse manuscripten, schilderijen en schaakstukken laten zien dat schaakspelers van verschillende sociale en culturele achtergronden het op gelijke voet tegen elkaar konden opnemen, betoogt Cambridge-historicus Krisztina Ilko in vaktijdschrift Speculum. Volgens Ilko was schaken een manier om de sociale normen uit te dagen:...

Lees meer
Een visser op een Romeinse mozaïek uit de tweede eeuw.
Een visser op een Romeinse mozaïek uit de tweede eeuw.
Recensie

Fik Meijer schrijft een liefdesverklaring aan de Middellandse Zee

Nog één keer maakt oudhistoricus Fik Meijer een reis naar de Middellandse Zee. In zijn jongste boek kijkt hij terug op een leven dat in het teken stond van de klassieke Oudheid. Melancholisch, in de rouw, vindt hij zo ook troost. ‘De zee! De zee!’ (‘Thalassa! Thalassa!’) riepen Griekse huurlingen toen ze in 400 v.Chr....

Lees meer
De moai’s op Rapa Nui (Paaseiland).
De moai’s op Rapa Nui (Paaseiland).
Nieuws

Ratten verwoestten de bossen op Paaseiland 

Een explosieve rattenpopulatie was de grootste factor voor het verdwijnen van de bomen op Paaseiland. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van archeoloog Carl Lipo en antropoloog Terry Hunt aan de universiteiten van Arizona en Binghamton.  Jarenlang werden vooral de eilandbewoners scheef aangekeken op de ontbossing. Zij zouden de boomstammen hebben gebruikt om hun beroemde beelden...

Lees meer
Loginmenu afsluiten