Home BOEKEN: Het arsenaal van de geschiedenis en Karrensporen onder het asfalt door Maarten Brands

BOEKEN: Het arsenaal van de geschiedenis en Karrensporen onder het asfalt door Maarten Brands

Rob Hartmans

Historicus, journalist en vertaler

Gepubliceerd op: 25 maart 2014

Update 7 april 2020

‘De laatste jaren heb ik weinig gelegenheid gevonden de publicaties van collega Brands te volgen.’ Hugo Brandt Corstius vond deze opmerking van Arie van Deursen het vileinste zinnetje van 1994, omdat volgens hem iedereen met enige kennis van de Nederlandse geschiedschrijving wist dat die publicaties non-existent waren. En inderdaad: vergeleken met generatiegenoten als H.W. von der Dunk, H.L. Wesseling en Van Deursen zelf publiceerde Maarten Brands – van 1970 tot 1998 hoogleraar nieuwste geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam – wel erg weinig.


Na zijn in 1965 verdedigde dissertatie schreef hij geen enkel boek meer, en ook zijn productie aan wetenschappelijke artikelen was uitermate bescheiden. Veel tijd en energie gingen weliswaar zitten in het geven van colleges, de begeleiding van promovendi, het directeurschap van het Duitsland Instituut en het voorzitterschap van de Adviesraad voor Vrede en Veiligheid, maar in tegenstelling tot zijn reeds genoemde collega’s publiceerde hij ook na zijn emeritaat niet veel. 

En toch lagen daar eind vorig jaar ter gelegenheid van Brands’ tachtigste verjaardag ineens twee stevige delen ‘verspreide geschriften’, die tezamen zo’n duizend bladzijden tellen. Hadden de critici zich dan toch vergist? Nou, als we de registers, noten en voorwoorden niet meetellen, gaat het om 756 bladzijden tekst, en over een periode van een halve eeuw is dat natuurlijk niet echt veel. Wat opvalt is dat deze bundels inderdaad heel weinig artikelen bevatten die zijn verschenen in historische vaktijdschriften, voor historici bij uitstek het middel om bij te dragen aan de ontwikkeling van hun wetenschap. Veel stukken zijn aanvankelijk gepubliceerd in bundels, dagbladen en tijdschriften, maar een groot deel ervan bestaat uit bewerkte lezingen.

Hoewel Piet de Rooy hem in een van de voorwoorden vriendelijk een ‘historian’s historian’ noemt, heeft Brands zich dus in eerste instantie niet tot zijn vakgenoten gericht, maar tot het bredere publiek. Dat hij minder bekend is dan sommige van zijn collega’s heeft niet alleen te maken met zijn geringe productie, maar ook met de manier waarop hij zijn inzichten verwoordt. Het maakt allemaal een nogal gewichtige indruk, terwijl hij zelden echt verrassend uit de hoek komt en zijn pogingen tot geestigheid dikwijls tamelijk geforceerd zijn. Als hij in zijn afscheidscollege een bepaald slag Duitse intellectuelen karakteriseert als ‘uitbaters van herberg “De Gemiste Kans”’, wat niet onaardig is, parafraseert hij slechts zijn leermeester Jan Romein, die al te relativerende historici afdeed als stamgasten van ‘herberg “Het Nulpunt”’.

Voor de goede orde: het is beslist niet zo dat in deze boeken niets interessants te vinden is. Vooral over de Duitse geschiedenis en de internationale betrekkingen heeft Brands zeker veel zinnigs te melden – zijn kennis op dat terrein is zonder meer groot – en de manier waarop hij de ongezonde belangstelling van sommige filosofen voor een kwalijk denker als Carl Schmitt fileert en veroordeelt is uitgesproken verfrissend. En ook oudere artikelen over een verlichtingsdenker als Pierre Bayle, of relativerende beschouwingen over de betekenis van de culturele revolutie van de jaren zestig zijn echt de moeite waard.

Eveneens valt het te prijzen dat de ijverige redacteuren – Piet Blaas en Annette de Weger – veel aanvullende bibliografische informatie verschaffen, zodat een flink aantal stukken weer aardig up-to-date is. Maar echt indrukwekkend of baanbrekend kun je deze teksten toch niet noemen. En Brands mag dan gelukkig niet zo tenenkrommend beroerd schrijven als Von der Dunk, zo mooi als Van Deursen en zo helder en geestig als Wesseling schrijft hij bij lange na niet. Heel lang werd Brands beschouwd als ‘de opvolger van Jan Romein’, maar hoewel ook op diens ‘grootheid’ wel het een en ander valt af te dingen, moet men helaas toch concluderen dat Brands nog niet in diens schaduw kan staan.

Maarten Brands
Het arsenaal van de geschiedenis en Karrensporen onder het asfalt
496 en 520 p. Wereldbibliotheek, € 29,90 per deel


Nieuwste berichten

Tienduizenden Marokkanen proberen bij Ceuta de grens over te steken.
Tienduizenden Marokkanen proberen bij Ceuta de grens over te steken.
Interview

Spanje wilde Ceuta niet afstaan als het Gibraltar niet kreeg

Tienduizenden Marokkaanse jongeren staken massaal de grens over bij de Spaanse exclave Ceuta. Paolo De Mas, voormalig directeur van het Nederlands Instituut Marokko, legt uit hoe Ceuta eeuwen geleden in Spaanse handen kwam en bleef. ‘Voor Marokko is Ceuta een handzaam middel om pijnlijke politieke druk uit te oefenen op Spanje.’ Na nepnieuws en oproepen...

Lees meer
Soldaten bestormen het strand van Normandië in Pressure.
Soldaten bestormen het strand van Normandië in Pressure.
Artikel

Metereologen ruziën over D-Day in film ‘Pressure’

Weersvoorspelling een saai onderwerp? Niet als het verloop van een oorlog ervan afhangt. Het op feiten gebaseerde Pressure toont de hoogoplopende ruzie tussen geallieerde meteorologen over de verwachting voor D-Day. Bedolven onder tegenstrijdige adviezen moet opperbevelhebber Dwight Eisenhower beslissen over de invasiedatum. Als D-Day een maand eerder was gepland, waren meteorologen het volstrekt met elkaar...

Lees meer
Vijftiende-eeuwse bruiloft in Florence, door Giovanni di ser Giovanni Guidi.
Vijftiende-eeuwse bruiloft in Florence, door Giovanni di ser Giovanni Guidi.
Interview

In Florence waren niet de huizen, maar de huwelijken onbetaalbaar

Wie een woning wil, moet vaak overbieden: twee derde van de huizen in Nederland wordt boven de vraagprijs verkocht. In de Renaissance hadden Florentijnen ook last van overbiedingsgekte: doordat rijke families de prijs opdreven, ontstond er ‘bruidsschatsinflatie’, vertelt historicus Marlisa den Hartog. ‘Bruidsschatten werden een financiële markt op zich.’ Hoe zag de vijftiende-eeuwse Italiaanse huwelijksmarkt...

Lees meer
Archeologen leggen de fundering van een Romeins badhuis bloot in Nijmegen, 2026.
Archeologen leggen de fundering van een Romeins badhuis bloot in Nijmegen, 2026.
Interview

Nieuwbouwwijken op Romeinse ruïnes: hoe kunnen we erfgoed bewaren?

Bij archeologische opgravingen in Nijmegen is het grootste Romeinse badhuiscomplex in Nederland ontdekt. Maar op de plek van de opgraving wordt binnenkort een nieuwe woonwijk gebouwd. Hoogleraar Monique van den Dries legt uit hoe archeologen en projectontwikkelaars elkaar kunnen helpen om Nederlands erfgoed zichtbaar te bewaren. Over een paar jaar staat het Nijmeegse Waalfront vol...

Lees meer
Loginmenu afsluiten