Home Reis van het Rode Kruis door verwoest Duitsland

Reis van het Rode Kruis door verwoest Duitsland

  • Gepubliceerd op: 24 apr 2014
  • Update 28 mrt 2023
  • Auteur:
    Bas Kromhout

Na de oorlog gingen medewerkers van het Rode Kruis in Duitsland op zoek naar achtergebleven Nederlanders. Ze troffen een volstrekte woestenij aan.

Van 31 augustus tot 19 september 1945 reisden tien ambulances en 28 man personeel van het Nederlandse Rode Kruis naar Duitsland om zieke en gewonde landgenoten te repatriëren. Twee medewerkers – de Hilversumse chirurg en leider van de missie Jan Schepel en de verpleegster Evi Sikking – hielden onderweg een dagboek bij en maakten foto’s. Die geven een beeld van de chaos en de verwoesting in het Duitsland van vlak na de oorlog.

Zodra ze aankwamen in Nienburg, waar het stedelijk ziekenhuis dienstdeed als verzamelplaats, kwamen Schepel en zijn mensen voor problemen te staan. De Nederlandse repatriëringsofficier en zijn adjudant, die om de komst van de Rode Kruis-missie hadden gevraagd, bleken voor langere tijd afwezig, ‘ofschoon zij de enigen waren, die gegevens konden verstrekken’. Gelukkig ontfermden Britse militairen zich over de groep.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Lees de eerste maand met korting voor €1,99

Vanuit Nienburg trokken dagelijks teams van artsen en verplegers het omliggende gebied in, op zoek naar Nederlanders die wachtten op repatriëring. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog bevonden zich in Duitsland zo’n 300.000 Nederlanders: tewerkgestelden, overlevenden van de kampen, krijsgevangenen en ‘foute’ landgenoten. Inmiddels hadden verreweg de meesten van hen zelf de weg naar huis gevonden en waren anderen met speciale konvooien opgehaald. De colonne die in september naar Duitsland ging, moest de achterblijvers opsporen.

Dat waren er niet veel. In de vele hospitaals die de Rode Kruis-medewerkers controleerden, troffen ze slechts sporadisch landgenoten aan. En die wilden lang niet altijd worden gerepatrieerd. ‘De ervaring is overal dezelfde,’ schrijft Schepel in zijn dagboek. ‘Er zijn nog vrij veel Nederlanders die om hun weinig vaderlandsche houding niet terug durven. Andere Nederlanders zijn er weinig meer.’

Evi Sikking en haar team vonden in Lüneburg een Rotterdammer die in een concentratiekamp had gezeten. ‘Hij was niet vervoerbaar. Dat is het naarste van alles, iemand achter te laten die hunkert om mee te gaan.’ Schepel schrijft dat sommige patiënten ‘zóó naar huis verlangen dat zij het risico aanvaarden. Enkelen zullen zeker thuis spoedig sterven.’ Op 2 september bezocht Schepel concentratiekamp Bergen-Belsen, waar nog zeven zieke Nederlanders zouden zijn. Hij omschrijft het kamp als ‘een mierennest met onverstaanbare talen sprekende lieden – een onbeschrijflijke indruk.’ Onverrichter zake reed Schepel terug naar Nienburg.

Sikking daarentegen kon in Kleefeld een tweejarig meisje ophalen, dat door haar ouders was achtergelaten. Ze heette Elisabeth en haar rug was gegipst. ‘We vertrokken dus met Elisabeth, nog een andere baby en een man die z’n beide benen in het gips had. Voor dergelijke mensen is het reizen in zo’n auto één marteling. De wegen in Duitsland zijn ontzettend slecht, met diepe kuilen.’

Overal waar de Nederlandse hulpverleners kwamen, werden ze getroffen door de enorme verwoestingen die de oorlog had aangericht. Vooral de steden maakten indruk. Over Hamburg schrijft Sikking: ‘De stad ziet er vreselijk uit. Hele delen bestaan niet meer. Kom je bij een platgebombardeerd gedeelte, dan stinkt het er echt naar lijken die nog onder het puin liggen. De mensen wonen in kelders. Een gevoel van medelijden kwam dan onwillekeurig bij mij op, doch heb ik mij daartegen verzet.’

Een bezoek aan Berlijn vormde zowel het hoogte- als het dieptepunt van de reis. Drie personen – Schepel, een tweede arts en de hoofdverpleegster – gingen erheen om een appartement te bemachtigen dat kon dienen als uitvalsbasis voor latere missies. In de gevallen hoofdstad van het Derde Rijk keken ze hun ogen uit. Ze bezochten onder meer de ruïnes van de Neue Reichskanzlei, waar ze elkaar fotografeerden in de voormalige werkkamer van Adolf Hitler.

Maar Schepel zou geen arts zijn als hij niet ook de andere kant zag. ‘Gedurende ons korte verblijf in Berlijn zijn wij onder den indruk gekomen van de noodtoestand van de bevolking,’ schreef hij na terugkomst in Nederland aan zijn meerderen. ‘Er wonen in deze ruïnenstad nog ± 2 millioen menschen. Het leidingwater is besmet. Er is geen verwarming en er zijn geen ruiten. In Augustus j.l. was de zuigelingensterfte in bepaalde voorsteden al meer dan 50 procent. Hoe men ook over de vraag van schuld en boete voor het Duitsche volk denkt, het leed dat de kinderen hier aangedaan wordt, vraagt om hulp.’

Nieuwste berichten

Keizer Frans I Stefan en Maria Theresia met hun kinderen. Door Martin van Meytens
Keizer Frans I Stefan en Maria Theresia met hun kinderen. Door Martin van Meytens
Recensie

Maria Theresia gebruikte haar dochters als pionnen

De zeven dochters van Maria Theresia van Oostenrijk hadden weinig te willen. Hun moeder bepaalde hun leven. Veronica Buckley beschrijft hun geprivilegieerde, maar benauwde bestaan. Zo’n 500 jaar vormden de Habsburgers de machtigste dynastie van Europa. Na de dood van Karel V in 1558 groeiden de Spaanse en Oostenrijkse tak uit elkaar, maar het vorstenhuis...

Lees meer
Edith Eger als jonge ballerina.
Edith Eger als jonge ballerina.
Artikel

De traumatherapeut die haar eigen Auschwitzverleden verzweeg

De Hongaars-Amerikaanse psycholoog Edith Eva Eger is op 98-jarige leeftijd overleden. Ze overleefde de Holocaust en werd na de oorlog wereldberoemd als therapeut die anderen van hun trauma’s afhielp. Toch lukte het haar zelf lange tijd niet om de stilte over haar eigen ervaringen te doorbreken. Wanneer concentratiekamp Gunskirchen in mei 1945 eindelijk bevrijd wordt,...

Lees meer
Anton Mussert met zijn vrouw Rie tijdens een Hagespraak in Lunteren, 22 juni 1940.
Anton Mussert met zijn vrouw Rie tijdens een Hagespraak in Lunteren, 22 juni 1940.
Interview

Auke Kok: ‘Mussert had je buurman kunnen zijn’

Hij was eerzuchtig, brutaal en zonder empathie. Maar ook getalenteerd, dapper en eigenlijk best charismatisch. Anton Mussert krijgt van zijn biograaf Auke Kok een menselijk gezicht. ‘Ik heb de indruk dat zijn vader altijd over zijn schouder meekeek.’ Het begon met dozen vol brieven en ander persoonlijk materiaal van Anton Mussert. Ze lagen al jaren...

Lees meer
Een Moor en een Europeaan schaken. Afbeelding uit het Libro de axedrez.
Een Moor en een Europeaan schaken. Afbeelding uit het Libro de axedrez.
Nieuws

Middeleeuwse schakers keken niet naar status

Bij een middeleeuws potje schaak verdween sociale hiërarchie even naar de achtergrond. Eigentijdse manuscripten, schilderijen en schaakstukken laten zien dat schaakspelers van verschillende sociale en culturele achtergronden het op gelijke voet tegen elkaar konden opnemen, betoogt Cambridge-historicus Krisztina Ilko in vaktijdschrift Speculum. Volgens Ilko was schaken een manier om de sociale normen uit te dagen:...

Lees meer
Loginmenu afsluiten